Drie versies van sterker noodfonds

Het Europese noodfonds (EFSF) zal zeker groter moeten worden om de eurocrisis op te lossen. Ook met China wordt al gepraat over hulp.

Klaus Regling heeft zijn vlucht al geboekt. Vrijdag vliegt de Duitse topman van het Europese noodfonds naar China. Zijn doel? Bij rijke Chinese investeerders geld ophalen voor kwakkelende Europese landen.

Grote kans dat Regling tijdens de lange vlucht zijn powerpointpresentatie moet aanpassen aan de Europese realiteit. Op de dag van de Eurotop is het onduidelijk hoe het noodfonds er uit komt te zien.

Het is duidelijk dat het Europese noodfonds EFSF (Europese Financiële Stabiliteitsfaciliteit) op een of andere manier groter moet worden. Momenteel staan de 17 leden van de eurozone garant voor 780 miljard euro. Nederland is goed voor 44,5 miljard euro. Dat zijn garanties en geen directe leningen.

Met de overheidsgaranties op zak leent het EFSF van investeerders wereldwijd. In de praktijk vinden beleggers in de eurozone, Japan en China de obligaties van het fonds een aantrekkelijke investering. Het opgehaalde geld wordt doorgesluisd naar Europese probleemlanden. De truc is dat door de overheidsgaranties de leningen van het fonds voor beleggers veiliger zijn dan leningen van probleemlanden. Daardoor betaalt het EFSF een lagere rente dan de probleemlanden zouden doen.

Het probleem is dat het noodfonds niet groot genoeg is om een groot land als Italië of Spanje te redden. Zeker niet omdat politici in de eurozone hebben besloten dat het fonds ook banken moet helpen en de obligatiemarkten moet kalmeren. Het noodfonds heeft meer geld nodig.

Verreweg de eenvoudigste manier om het probleem op te lossen is om de zeventien leden van de eurozone te vragen voor een hoger bedrag garant te staan (optie 1). Economen schatten dat het fonds in ieder geval 1.500-2.000 miljard euro aan staatsgaranties moet bezitten.

Er zijn twee problemen met deze optie. Sommige politici, zoals de Duitse minister van Financiën Schäuble, hebben hun parlement expliciet beloofd dat er geen nieuw verhoging komt. Daarnaast kunnen sommige Europese landen zich geen extra garanties veroorloven zonder hun status bij de kredietbeoordelaars op het spel te zetten. Het vervelende is dat dat vooral geldt voor Frankrijk, dat na Duitsland het grootste deel van de garanties voor de EFSF voor rekening neemt.

Een andere mogelijkheid waar regeringsleiders over praten is een verzekeringsmodel (optie 2) voor het fonds. Beleggers (banken, pensioenfondsen, verzekeraars) kopen de staatsobligaties van probleemlanden. Dat vinden zij riskant en dus eisen ze een torenhoge rente. Maar het fonds verstrekt verzekeringen op een deel van de waarde van staatsobligaties.

De omvang van het noodfonds blijft hetzelfde (780 miljard euro), maar de effectiviteit wordt vergroot. In plaats van een hele obligatie te kopen (voor bijvoorbeeld 100 euro), verstrekt het fonds een verzekering op 20 procent van de waarde (kosten: 20 euro). Het idee is dat als een land, neem Italië, in problemen komt niet álle schulden verloren gaan. Slechts een deel van de schulden zal niet afbetaald worden. Juist voor dat deel zijn de beleggers verzekerd bij het noodfonds.

Het nadeel, volgens critici, is dat deze oplossing het fonds niet genoeg vuurkracht geeft, aangezien het EFSF al geld aan Ierland en Portugal heeft geleend en nog geld moet lenen aan Griekenland.

Vanavond zullen regeringsleiders in Brussel een nog gecompliceerdere manier (optie 3) bespreken om het noodfonds meer kracht te geven. Er ligt een plan op tafel om onder het EFSF een trits speciale investeringsfondsen te hangen, een constructie die veel weg heeft van de financiële trukendoos waar banken voor de crisis van 2008 gek op waren.

Deze investeringsfondsen moeten wereldwijd geld ophalen dat weer doorgesluisd wordt naar Europese probleemlanden en -banken. De investeerders kunnen kiezen uit verschillende soort beleggingen, met verschillende risicograden en dus ook verschillende rentepercentages. Deze optie wordt met scepsis ontvangen wereldwijd. In Europa wordt er getwijfeld omdat het waarschijnlijk een paar maanden duurt om dit gecompliceerde plan uit te voeren. Zo veel tijd heeft de eurozone niet.

Economen vrezen de gevolgen als een probleemland de lening aan het investeringsfonds niet kan terugbetalen. In tegenstelling tot de huidige werkwijze van het EFSF zullen de overheidsgaranties niet genoeg dekking bieden.

Vooral Amerikaanse financieel analisten, die de kredietcrisis nog vers in het geheugen hebben, noemen deze optie „’s werelds grootste portefeuille rommelhypotheken”.