Crisis zet Europese Unie op het spel

Europese leiders praten over ingewikkelde constructies om de eurocrisis de baas te worden. Intussen groeit de kloof tussen noord en zuid, nu landen elkaar de les lezen.

De kans is klein dat Europese regeringsleiders vanavond met een definitieve oplossing komen voor de escalerende schuldencrisis. Daarmee drijft niet alleen de eurozone maar de hele Unie steeds verder de gevarenzone binnen.

Europese en nationale ambtenaren die betrokken zijn bij de onderhandelingen, werken dag en nacht. Zij zeggen dat hun werk technisch zo complex aan het worden is, dat ze niet op tijd de puntjes op de i hebben. De crisis is zo ver voortgeschreden, dat het in feite drie crises geworden zijn. Een: Griekenland zakt steeds verder in het moeras en heeft opnieuw schuldenreductie nodig. Overheden en banken ruziën over wie de rekening betaalt. Twee: het Europese noodfonds EFSF moet fors uitgebreid worden om Italië af te schermen. Drie: banken, vooral in Zuid-Europa, moeten vers kapitaal hebben omdat sommige staatsobligaties minder waard worden.

De drie crises hangen met elkaar samen. De ene versterkt de andere. En je lost de één niet op zonder de ander. Eigenlijk is de „alomvattende en ambitieuze” oplossing die Nicolas Sarkozy en Angela Merkel zondag beloofden, ontzettend simpel en duur: als regeringen van de eurolanden een astronomische hoeveelheid garanties voor het noodfonds afgeven, kunnen de drie crises in één klap worden gestopt.

Dat is theorie. Probleem is: dat geld is er in veel landen niet. En in landen waar het nog wel is, willen burgers het maar mondjesmaat uitgeven. Dus moeten de technici zorgen dat het geld dat er nog in het euro-noodfonds zit en het geld dat nog bij elkaar kan worden geschraapt, extra effect krijgt. ‘Leveraging’, noemt men dat. Kansberekening is hiervan de basis. Vandaar dat er in Brussel wordt onderhandeld over constructies met credit default swaps (cds), verzekeringspolissen die de eurozone beleggers aanbiedt op Italiaanse en andere staatsobligaties.

Ook willen eurolanden een investeringsfonds opzetten met IMF, particuliere en institutionele beleggers. Maar dat is juridisch en financieel complex. Het kost weken voor het operationeel is. China en Brazilië spelen, voorspelbaar, hard to get: hoe desperater Europa is, des te meer zij kunnen eisen.

Het enge van deze constructies is dat bijna niemand ze begrijpt. De meeste regeringsleiders in elk geval niet. Het debat over de voor- en nadelen wordt door technici gevoerd. Maar het zijn de politici die de grenzen aangeven. Hoe ver wil Duitsland gaan? En Frankrijk? Slowakije? Nationale regeringen of parlementen trekken, zoals de Bondsdag vanmiddag weer bewees, de strepen in het zand: tot hier en niet verder. Daarmee blijft de crisisbestrijding van de eurolanden puur politiek.

De vrees in Brussel is dat het noodfonds niet krachtig genoeg wordt, omdat noordelijke landen als Duitsland en Nederland zuinig en voorzichtig willen zijn en de ECB erbuiten willen laten. Zuidelijke eurolanden willen de ECB juist inschakelen om de turbulentie op de markten te stoppen. De politieke kloof tussen noord en zuid groeit snel.

Daarbij wil Merkel het noodfonds alléén uitbreiden als Italië – voor wie deze operatie bedoeld is – keihard bezuinigt en hervormt. Zondag hebben zij en Sarkozy premier Silvio Berlusconi flink afgedroogd. Ze eisen dat hij het pensioenstelsel en de arbeidsmarkt hervormt, zoals de Italiaanse premier had beloofd. Berlusconi’s coalitiepartner Lega Nord wil niet aan pensioenen tornen en dreigde het kabinet op te blazen. Vanmiddag komt Berlusconi met een hervormingsplan naar Brussel.

Italië is een groot risico voor de eurozone. De hamvraag is: als er meer hervormd moet worden, accepteren de Italianen – die zondag collectief in hun trots gekrenkt werden – dan inmenging van Brussel? Elke dag stellen analisten vast dat de euro één manco heeft: het is geen politieke unie. Nu de eerste contouren van zo’n politieke unie zichtbaar worden – namelijk landen die andere landen de les lezen – is soevereiniteit meteen een groot obstakel. Griekenland, dat onder curatele staat, is een klein land en sowieso een extreem geval. Italië is een betere testcase van hoeveel weerstand een politieke unie kan oproepen. Een commentator schreef vandaag in de Financial Times dat de crisis niet komt door de afwezigheid van sterke Europese instituties, maar de afwezigheid van sterke lokale instituties. „De oplossing kan alleen lokaal gevonden worden.”

Hierin schuilt het gevaar voor heel Europa. De Unie is één grote markt van 27 landen. Banken en bedrijven kennen geen grenzen meer. De regels die de markt reguleren, gaan 27 landen aan. Als zeventien eurolanden het europrobleem niet onder controle krijgen, zullen politieke spanningen onherroepelijk verhevigen. „Dit krijgt zijn weerslag op de hele EU,” vreest een Europees functionaris. Niet alleen omdat regeringen in paniek protectionistische maatregelen kunnen nemen (om bijvoorbeeld hun banken te beschermen), interne marktregels aan hun laars lappen en zo ook niet-eurolanden in de EU duperen. Groot-Brittannië en Zweden worden hier steeds zenuwachtiger over. Polen veroorzaakte gisteren zelfs een relletje door een ministersvergadering over de banken af te zeggen. Ministers en regeringsleiders van eurolanden die problemen hebben, moeten de volgende dag weer gewoon met elkaar door in de Europese Unie. Het is deze vanzelfsprekendheid die nu onder druk staat.