Ah toe. Nog ééntje dan, vanuit de leunstoel?

Interessante gedachte gisteren, van de econoom Paul Krugman in The New York Times. Waarom hebben het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Japan geen last van een staatsschuldcrisis?

Even de cijfers: volgens prognoses van de OESO, de club van rijke industrielanden, heeft de eurozone dit jaar als geheel een staatsschuld van 95,6 procent van het bbp. Dat is boven het niveau van 90 procent dat inmiddels geldt als het punt waarboven de economische groei ernstig wordt beteugeld door de staatsschuld.

Maar het VK is daar óók bijna, met een staatsschuld van 88,5 procent van het bbp. De VS hebben een staatsschuld van 101,1 procent van het bbp, boven die van de eurozone. Over Japan hoeven we het niet eens te hebben: 212,7 procent. De Grieken zijn engeltjes vergeleken bij de Japanners.

Nu zullen Japanners stellen dat de binnenlandse besparingen zo hoog zijn dat de schuld door het eigen publiek wordt gefinancierd en dus geen extern probleem is. Maar dat kunnen de Italianen ook zeggen, en die hebben het toch echt moeilijk.

De vraag blijft: waarom betaalt het VK slechts 2,52 procent rente voor tienjarige staatsleningen, betalen de VS maar 2,22 procent en Japan zelfs maar 1,03 procent? Vergelijk het eens met Duitsland (2,06 procent), Frankrijk (3,25 procent), Italië (5,95 procent). Gemiddeld betaalt de eurozone een percentage van tegen de vier.

Het verschil, stelt Krugman, heeft te maken met de munt en de centrale bank. Het VK, de VS en Japan hebben elk een eigen valuta, met een bijbehorende centrale bank. Beleggers weten dat als het écht nodig is, er een ongelimiteerde hoeveelheid geld kan worden aangemaakt door de centrale bank. De staat kán niet failliet gaan.

De eurozone heeft ook een munt en een centrale bank, de ECB. Als die nu eveneens een impliciete belofte zou doen om indien nodig geld bij te drukken, dan zou de rente volgens Krugman fors kunnen dalen. Zo worden de schulden een stuk beter houdbaar, en ebt de crisis misschien wel vanzelf weg. Maar bij de ECB kunnen beleggers daar niet van op aan. Die vecht de vorige oorlog uit: tegen inflatie. En daar hoort monetaire financiering van de staatsschuld niet bij.

Dom, vindt de Nobelprijswinnaar. Als de economie in een langdurige windstilte zit, met gevaar van een nieuwe recessie, dan is inflatie het probleem helemaal niet. En bovendien kan de eurozone een hogere inflatie juist goed gebruiken. Als Zuid-Europa weer moet concurreren, dan moeten prijzen en lonen daar relatief omlaag. Ze daadwerkelijk laten dalen is maatschappelijk heel lastig. Maar als het Noorden een hogere inflatie krijgt, en het zuiden een lage, dan bereik je na verloop van tijd op een pijnloze manier hetzelfde.

Nu kan het zo zijn dat betrokkenheid van de ECB, als financier van het stabiliteitsfonds EFSF, onvermijdelijk wordt omdat alle andere wegen doodlopen. Maar zou het echt zo zijn dat de inflatie dan keurig en langdurig onder controle blijft? Wij in het noorden een inflatie van een procent of 4, en zij in het zuiden 1 procent?

Dat is het lastige van dit soort ideeën. Ze klinken goed, maar pas over een jaar of vier, vijf weet je of het inderdaad klopt. En als dat niet zo is, dan heeft Europa er ook ook nog een galopperende geldontwaarding bij. Bovendien: wie zegt dat er niet alsnog een Amerikaanse en Japanse schuldencrisis in de coulissen wacht? En zouden beleggers dan écht zo blij zijn met het drukken van ongelimiteerde hoeveelheden yen en dollars?

Maarten Schinkel