Weer is er ophef over de werking van de griepprik

Dat de griepprik helpt, is onbewezen, schrijft een vakblad. Onderzoek naar de werking valt vaak gunstig uit door een twijfelachtige en bevooroordeelde aanpak.

Er is geen bewijs dat de griepprik bij ouderen en risicopatiënten effectief is, staat in het oktobernummer van het Geneesmiddelenbulletin. Jaarlijks krijgen 5 miljoen Nederlanders een uitnodiging om zich te laten vaccineren tegen de seizoensgriep. Dit zijn vooral 60-plussers en mensen die tot een risicogroep behoren, bijvoorbeeld diabetespatiënten en mensen met luchtwegaandoeningen. Ook medewerkers in de gezondheidszorg krijgen een uitnodiging. In totaal geeft ongeveer 70 procent hieraan gehoor.

Over het nut van de jaarlijkse griepprik, die volgens het ministerie van Volksgezondheid dit jaar 56,6 miljoen euro kost, bestaat al langer commotie. Het tv-programma Zembla wijdde er in november vorig jaar een uitzending aan. Maar grootschalig onderzoek was er in Nederland nog niet naar gedaan.

Wat is de status van de studie?

Het Geneesmiddelenbulletin is volgens eigen zeggen een onafhankelijk tijdschrift. Het ontvangt subsidie van het ministerie van VWS. Het bulletin beoordeelt geneesmiddelenonderzoek, dat vaak wordt betaald door de farmaceutische industrie.

Epidemioloog Dick Bijl, hoofdredacteur van het Geneesmiddelenbulletin, verzamelde alle tot nu toe bekende onderzoeken naar de effectiviteit van de griepprik. Hij voerde er een zogeheten meta-analyse op uit: hij legde alle onderzoeksresultaten nog eens onder de loep.

„Er is weinig betrouwbaar bewijs over griepvaccinatie”, concludeert Bijl, „maar er is wel bewijs van grootschalige manipulatie van conclusies en van verdachte onderzoeken.”

Welke kritiek is er op het rapport?

De uitkomsten van de studies zijn zo rooskleurig dat ze simpelweg niet kunnen kloppen. „Het aantal griepdoden wordt op een indirecte manier bepaald”, schrijft Bijl, „namelijk als het extra aantal sterfgevallen bovenop het verwachte totale aantal sterfgevallen in een winter. Het gaat hier dus om het aantal extra sterfgevallen, ongeacht de oorzaak, en dat bedraagt zo’n 5 procent. Van griepvaccinatie kan worden verwacht dat deze niet meer dan deze extra sterfte reduceert.”

Hoe kan het dan dat de prik de totale sterfte onder ouderen – dus ongeacht de oorzaak – met maar liefst 50 procent zou verminderen, zoals de studies suggereren? Bijl haalt er een ander onderzoek bij dat deze studies bekritiseert. „Daaruit bleek dat de vermindering in sterfte optrad voordat de vaccinaties waren toegediend en dat deze zwakker werd gedurende het griepseizoen.”

Bijl denkt dat die resultaten onder andere zijn ontstaan door systematische vertekening: fragiele ouderen die in het ziekenhuis waren opgenomen, werden bijvoorbeeld uit voorzorg niet gevaccineerd. Maar ze telden wel mee in het onderzoek.

Wat is er nog meer mis?

In veel gevallen was er geen sprake van onderzoek waarbij de ene groep wel een prik krijgt en de andere niet, met een willekeurige indeling van de groepen. In plaats daarvan stellen de onderzoekers een patroon vast, maar het verband tussen oorzaak en gevolg blijft onduidelijk. Bovendien waren de onderzoeken slecht uitgevoerd. Vaak betrof het bijvoorbeeld kleine aantallen patiënten en ontbraken er gegevens over de onderzoeksmethode. Het onderzoek is mogelijk bevooroordeeld door de financiering; 15 van de 36 onderzoeken die Bijl analyseerde, zijn gesponsord door de farmaceutische industrie. Bijl: „Onderzoeken die werden gefinancierd met publieke middelen vielen minder vaak uit in het voordeel van de vaccins.”

Er was al eerder kritiek, hoe reageerde de politiek toen?

De SP stelde Kamervragen naar aanleiding van de Zembla-uitzending in 2010. Minister Schippers verwierp de kritiek, volgens haar waren de onderzoeken betrouwbaar. Ze geeft toe dat er grootschaliger onderzoek zou moeten plaatsvinden, maar dat vindt ze te duur en bovendien praktisch niet haalbaar. Op dit onderzoek heeft de minister nog niet gereageerd.

Wat zegt het RIVM, dat de vaccins aanschaft en distribueert?

„Wij maken het beleid niet, wij voeren het alleen uit.”

Nienke Beintema