Sultan redder in Griekse voetbalnood?

De Griekse voetbalclub Panathinaikos is te koop. De fans hebben hun hoop gevestigd op een Saoedische sultan, maar niemand heeft de prins nog gezien.

Marloes de Koning

Niemand verwachtte een memorabele wedstrijd tussen FC Panathinaikos en AE Ergotelis. Dat de club uit Athene zaterdagavond zonder veel moeite met 4-0 zou winnen van de middenmoter van Kreta, was volgens de bookmakers geen verrassing. Een dag eerder was al duidelijk dat sultan Bin Farfan Al-Saud weer niet op de tribunes zou zitten.

De geheimzinnige sultan, die uitsluitend spreekt via een Griekse tussenpersoon, is de hoop van de fans van Panathinaikos. De club – bekend van het klaverblad op het groene shirt – staat sinds een paar maanden in de etalage. Terwijl het land wordt verscheurd door financiële problemen en het voetbal wordt opgeschud door vervolgingen, arrestaties en gokschandalen omtrent verkochte duels, zoekt Panathinaikos naarstig naar een nieuwe eigenaar voor het meerderheidsaandeel (54 procent) van de familie Vardinogiannis. De spoeling is erg dun door de crisis.

De familie wordt meestal vertegenwoordigd door Giannis Vardinogiannis, ex-rallyrijder en een van de telgen uit een steenrijk geslacht dat Panathinaikos sinds 1979 onafgebroken financiert. De familie Vardinogiannis is een van de meest vermogende van Griekenland. Ze staat ook bekend als een van de meest loyale voetbalfamilies in Europa, want ze is eigenaar vanaf het moment dat de voetbalafdeling Panathinaikos de profstatus kreeg. Ze heeft hebben hun fortuin gemaakt in de rederij en de olie-industrie. Het familie-imperium zit ook in de media. En Giannis Vardinogiannis is de Ferrari-dealer in Griekenland.

Maar de loyaliteit aan de club maakt ze nog niet geliefd bij de fans, die de familie de voorbije jaren tot verkoop van de club probeerden te dwingen. De harde kern van de aanhang houdt de familie ervoor verantwoordelijk dat de club niet genoeg landstitels wint en in Europa geen rol speelt. In 2008 kwamen op een betoging tegen de Vardinogiannissen zo’n 50.000 fans af. ‘Vardinogiannis sell or we’ll send you to hell’ staat de afgelopen jaren op de spandoeken.

Panathinaikos-fan Kostas kijkt zaterdagavond vanuit het halflege familievak toe hoe zijn club tegenstander Ergotelis inmaakt. Vlak voor rust wordt de wedstrijd zeven minuten stilgelegd vanwege de tekst op een spandoek en spreekkoren waarin premier George Papandreou en zijn familie worden uitgescholden. Dat is gebruikelijk tijdens de financiële crisis, zegt Kostas. De harde kern (‘Poort 13’) weigert het spandoek naar beneden te halen en vouwt het uiteindelijk een beetje halfslachtig op. Het land is in chaos en we maken ophef over een spandoekje, roepen de fans. Ook in het vak met braveriken wordt de arbiter voor ‘rukker’ uitgemaakt.

De betogingen tegen de familie hadden aanvankelijk effect. In 2009 liet de familie Vardinogiannis toe dat andere investeerders zich in de club konden inkopen en kwam het management in handen van de Griekse zakenman Andreas Vgenopoulos. „We kunnen zo sterk zijn als tien Abramovitsjen”, is zijn beruchte uitspraak die verwijst naar de rijke Russische eigenaar van Chelsea. Door investeringen hielp hij de club in 2010 aan de titel.

De financiële crisis heeft het gevecht om de zeggenschap over de club een nieuwe dimensie gegeven. Griekse investeerders zijn als sneeuw voor de zon verdwenen. Na dertig jaar geld uitgeven is de familie Vardinogiannis de fans zat en heeft zij de club in de etalage gezet. Aandeelhouder en supermanager Vgenopoulos zou de logische redder zijn, maar hij kampt met tegenvallers in zijn imperium. Hoewel de familie Vardinogiannis hem de aandelen gratis heeft aangeboden, hapt hij niet toe.

In deze chaos heeft zich uit het niets een Saoedische prins gemeld, via de Griekse vertegenwoordiger Vlassis Tsakas. Volgens hem zou sultan Bin Farfan Al-Saud de zevende zijn in de lijn van de Saoedische troonopvolging, maar dat weet niemand helemaal zeker. Voetbalfans en commentatoren zijn driftig aan het googelen, maar de naar verluidt 26-jarige sultan is onzichtbaar.

Maar Tsakas is overal. Hij laat zich gretig interviewen. Ik doe dit uit liefde voor de club, vertelt hij in alle media. Het bod dat door Tsakas op een bestuursvergadering zou zijn gepresenteerd, zou eruit bestaan dat de prins in totaal 220 miljoen euro op tafel legt: 20 miljoen voor vergroting van het eigen vermogen, 50 miljoen voor komend seizoen en 150 miljoen voor stadionbouw of renovatie. Panathinaikos heeft een eigen stadion dichtbij het stadscentrum. De wedstrijd van zaterdagavond is gespeeld in het Olympisch Stadion uit 2004.

Het is de overdadige aanwezigheid van Tsakas in de media en de afwezigheid van de prins die twijfels zaaien of het miljoenenbod wel bestaat. Tsakas heeft eerder ook een financiële deal voor concurrent PAOK in Thessaloniki tot stand helpen komen. Ligt zijn sympathie misschien bij PAOK? Achterdochtige vragen hierover wimpelt Tsakas af. Zaken met PAOK deed hij als vriendendienst. „Dit is liefde”, zegt hij.

    • Marloes de Koning