'Regering-Merkel staat het Europese belang op dit moment in de weg'

Duitsland is in de schuldencrisis de weg kwijtgeraakt, stelt de Duitse socioloog Ulrich Beck. De regering-Merkel stelt het nationale belang boven het Europese. Er is een Duits Europa aan het ontstaan in plaats van een Europees Duitsland.

Prof. Dr. phil. Ulrich Beck, deutscher Soziologe, 19.12.2001 No usage in France, Austria and Switzerland picture-alliance / Sueddeutsche

Joost van der Vaart

De Duitse socioloog Ulrich Beck had liever geen gelijk gehad toen hij begin 2009 – kort voor de Griekse schuldencrisis – over Europa schreef dat het door de EU-lidstaten gepraktiseerde model van „wederkerig nationalisme” in goede tijden wellicht toereikend is, maar dat het in crisistijd gedoemd is te mislukken. Becks voorspellende woorden werden binnen een jaar bewaarheid. De Europese Unie kwam door de schulden van Griekenland en andere staten in de eurozone in problemen. Sindsdien is de situatie dramatisch verslechterd. Beck maakt zich grote zorgen. „Ofwel het lukt het ons meer politieke samenwerking af te dwingen. Ofwel we zetten alles op het spel. Niet alleen de euro, maar het hele gemeenschappelijke Europese project”, zegt hij.

Beck doceert sociologie in München en Londen. Hij is een van de meest vooraanstaande sociologen van Duitsland en heeft tal van publicaties op zijn naam: over Europa, de globalisering en de ‘risicosamenleving’, een begrip dat hijzelf ontwikkelde en dat de titel is van een van zijn boeken. Hij gaat daarin op eigenzinnige wijze nader in op de gevaren en uitdagingen van de moderne samenleving.

Beck heeft ernstige kritiek op de manier waarop Duitsland de schuldencrisis aanpakt. Nog steeds, zegt hij, wordt de crisis vanuit „nationale perspectieven” gedefinieerd. „Het gaat om Griekenland, Portugal, Spanje of Italië en om de eigen, particuliere problemen van die landen. Denken we. We erkennen weliswaar dat er een band bestaat met de andere Europese landen, maar ons handelen is daar niet op afgestemd. We doen nog steeds alsof we in een container leven, die kan worden afgesloten. De Grieken gaan misschien failliet en bij ons heerst de opvatting dat wij het alleen wel redden – wij Duitsers, wij Fransen, wij Britten. Die gedachte is de ondergang van Europa.”

Feit is dat de Grieken een probleem hebben. Hoe kon het politiek zo uit de hand lopen?

„Vrijwel alle Europese politici hebben onderschat hoe explosief de ongelijkheid is binnen de EU. In de Unie zijn Luxemburg en Roemenië opgenomen, een extreem rijk en een doodarm land. Zelfs de groep armste Luxemburgers heeft gezamenlijk nog een hoger inkomen dan de groep rijkste Roemenen. Door de schuldencrisis is een riskant conflict ontstaan: tussen geldgevers en geldnemers. Kredietwaardige landen als Duitsland hebben ernstige twijfels of ze geld en garanties moeten geven aan Europese schuldenstaten. Ze draaien bij Griekenland de duimschroeven tot ver over de pijngrens aan. De schuldenlanden worden zo aan een Europees dictaat onderworpen dat hun nationale soevereiniteit en waardigheid aantast. Dit zaait aan twee kanten haat jegens Europa. Bij zowel de kredietverschaffers als degenen die het geld ontvangen, ontwikkelen zich nationalistische, anti-Europese en xenofobe sentimenten.”

Wat is er mis met nationalistische tendensen?

„Ik ben niet tegen een gezonde dosis patriottisme, ik wijs alleen op de gevaren van agressief en regressief nationalisme. Daar hebben we eerder voor moeten boeten. De historische betekenis van de Europese Unie ligt in het feit dat landen die ooit vijanden van elkaar waren, bondgenoten zijn geworden die economisch succesvol samenwerken. Veel mensen veronderstellen dat Brussel macht wegneemt van de nationale staten. Maar het tegenovergestelde is eerder het geval. De lidstaten worden juist machtiger door Europa. Hun interne problemen – criminaliteit, integratie, milieuvervuiling en werkloosheid – kunnen alleen dankzij de gebundelde macht van de EU worden opgelost. De politici slagen er maar niet in om aan de burgers duidelijk te maken dat Europa het antwoord van de Europeanen op de globalisering is. Als gemeenschap verschaffen we de nationale staten politieke handelingsmacht.”

Maar aan de schuldencrisis kun je zien dat de nationale staten het heft weer helemaal in eigen hand proberen te nemen.

„Ja, dat klopt. Dat komt omdat de EU geen politiek instrumentarium heeft om zo’n geweldige eruptie als de schuldencrisis adequaat te lijf te gaan. De Unie heeft vele crises beleefd en overleefd, maar op deze schok was ze niet voorbereid. Omdat de machtsinstrumenten in Brussel ontbreken, trekken de nationale staten het initiatief naar zich toe. Niet in gelijke mate, maar in economische rangorde. Duitsland heeft er niet om gevraagd, maar als economische grootmacht in Europa moeten wij nu het voortouw nemen. Onze sleutelpositie in Europa verplicht ons daartoe. Wij moeten crisismaatregelen, effectiviteit en mogelijke uitbreiding van Europese instituties tot onze hoofdthema’s maken.”

Slaagt Berlijn daarin?

„Ternauwernood. Bondskanselier Angela Merkel heeft vanaf het begin van de schuldencrisis een politiek gevoerd van een stap terug, een stap vooruit en een stap opzij. Europees gezien is dat een nieuwe koers en een trendbreuk tegelijk. Het hoogste doel van de Duitse politiek was na de hereniging van Duitsland de vereniging van Europa. Onze grondwet heeft de politiek de opdracht gegeven om „in een verenigd Europa de wereldvrede te dienen”. Ik heb sterk de indruk dat deze zinsnede in vergetelheid is geraakt. Tot nu toe was het in de Europese Unie zo dat iedere crisis de volgende politieke stap inluidde. Duitsland weigert dat nu te laten gebeuren. In plaats daarvan hebben we een soort euronationalisme gekregen dat de in de plaats is gekomen voor de verering van de Duitse mark. De hele omgang met de eenheidsmunt, de economische normen, het gebruikte vocabulaire – dat alles wijst op een Duits Europa in wording. Alleen onder haar voorwaarden, dansen naar wat de Duitse muziek speelt, is de regering in Berlijn bereid om naar de portemonnee te grijpen.”

Logisch toch? De Duitsers willen geen goed geld naar kwaad geld gooien.

„Ik heb problemen met een Duits Europa. Ik zie liever een Europees Duitsland. Maar daarvoor moet Duitsland fundamenteel veranderen. De Duitsers moeten leren Europa te begrijpen. Ze moeten inzien dat er meer is dan de nationale identiteit van Duitse Gründlichkeit.”

Wat vindt u van Merkels crisismanagement?

„Tot een paar jaar geleden was het functioneel wat ze deed. Maar deze crisis, met zijn ongekende thematiek en dynamiek, vraagt meer van politieke leiders dan functionaliteit. Merkels alledaags pragmatisme en politiek van kleine stapjes werken niet meer. De mensen willen een antwoord op grote vragen. De bondskanselier is bezeten van details. Voor ideeën moet je niet bij haar aankloppen. Ik ben er niet zeker van dat ze deze crisis politiek overleeft. In Berlijn en in haar eigen partij lopen de spanningen op. Als haar kabinet valt, dan gaan de volgende verkiezingen in Duitsland over Europa. Dan kan de SPD weer een beetje profiel ontwikkelen en misschien zelfs winnen. Vooropgesteld dat de sociaal-democraten Europa tot belangrijkste stembusthema verklaren. Zoals SPD’er en toenmalig bondskanselier Willy Brandt dat veertig jaar geleden met de Ostpolitik deed.”

Wat bedoelt u daar precies mee?

„Willy Brandt was de eerste kanselier die bereid was om te praten met het Oostblok, de toenmalige vijand van het westen. ‘Verandering door toenadering’ was zijn pakkende slogan. Het was hoogst omstreden wat hij deed. Veel Duitsers maakten hem voor landverrader uit. Zoals dat nu het geval is bij politici die hardop ‘meer Europa’ eisen. Ook dat roept controverse op. Maar niet alleen consensus heeft Europa grootgemaakt. Het conflict en de politieke moed om de confrontatie aan te gaan, hebben daar net zo goed aan bijgedragen. Ik zie Merkel niet zo snel een conflict over Europa aangaan. Ik denk niet dat ze nog een keer tot zo’n grote omwenteling in staat is als met haar kernenergiepolitiek. Minister van Financiën Wolfgang Schäuble is veel verder dan zij. Hij probeert in ieder geval de Duitse belangen Europees te formuleren.”

Oud-bondskanselier Helmut Kohl had laatst scherpe kritiek op Merkel. Zou hij deze crisis beter hebben aangepakt?

„Absoluut. Ik ben geen fan van Kohl, maar in Europees opzicht kun je hem weinig verwijten. Hij had eerder en met veel meer overtuiging duidelijk gemaakt wat er voor de Duitsers op het spel staat en hoe groot het belang van een verenigd Europa voor hen is.”

Weerspiegelt Merkels terughoudende politiek niet precies de stemming van de Duitse natie?

„Dat is een belangrijk punt. Ik stel hier te lande een onverbeterlijke liefde tot de status quo vast. Aan de ene kant maken we als industrieland deel uit van een dynamische wereldmarkt, aan de andere kant lijkt het wel of we na de Duitse hereniging niets meer willen veranderen. Denken en handelen worden bepaald door Ohnemichelei. Alles goed en wel, als het maar ohne mich gebeurt. Zonder mij, dat is het devies van de Duitsers. We leven in een uiterst politieke tijd, met vragen waarom we Europa nodig hebben en of de schuldencrisis onze democratie bedreigt. Onder politici en intellectuelen is daarvan weinig te merken. We zijn naar binnen gekeerd, en dat terwijl de discussie over het wereldburgerschap tot de grote Duitse tradities behoort. Kant, Heine, Goethe en Schiller hebben zich al uitvoerig beziggehouden met de vraag welke verhouding kosmopolitisme, patriottisme en nationalisme tot elkaar hebben. Wat zou het mooi zijn geweest als Duitsland bij deze gelegenheid een aanzet had gegeven tot een nieuw en verrassend Europees debat. Maar je praat hier tegen dovemansoren. Duitsland is gedesoriënteerd. Het steunt en stottert en zoekt tastend zijn weg. In plaats van duidelijk te maken voor welke vraag de wereld nu staat: samenwerken of falen.”

Duitsland is toch niet het enige land dat zo reageert?

„Duitsland en de meeste andere Europese landen reageren met een overdosis aan cultuurpessimisme op de schuldencrisis. De ondergangsperspectieven die door politici, intellectuelen en sommige media zijn geschetst, hebben de aanzet gegeven tot krachteloos en fantasieloos beleid. De permanente financiële reddingsacties zijn tekenend voor de algemene hulpeloosheid die er heerst.”

Zijn eurobonds (Europese staatsleningen; voorlopig een taboe in Duitsland) dan het passende antwoord?

„Eurobonds zouden een uitstekend begin zijn. Ze schaden het Duitse belang niet, in tegenstelling tot wat Merkel beweert. Je laat ermee zien dat financiële solidariteit in Europa noodzakelijk is. De uitgifte van eurobonds is zoiets als het erkennen van de Oder-Neissegrens. Ook dat diende ooit het Duitse belang. En waarom zouden we in Europa geen belasting heffen op financiële transacties? Dat schaadt toch werkelijk niemand. Integendeel, het komt een sociaal Europa ten goede.”

Wat moet ik tegen mijn kinderen zeggen, zodat zij een beetje in Europa geloven?

„Het is voor het eerst dat onze jeugd op zo’n indringende wijze geconfronteerd wordt met het lot van Europa. Jongeren zijn beter opgeleid dan ooit, hebben hoge verwachtingen en zien nu opeens dat er een kolossale banken- en financiële crisis dreigt; dat landen failliet kunnen gaan en dat massawerkloosheid niet langer denkbeeldig is. Meer dan twintig procent van de Europese jongeren heeft momenteel geen baan. Jonge mensen ervaren dat als een groot onrecht. Wat heb je eraan als de staat de banken redt, maar de jeugd verspeelt? Wat u tegen uw kinderen moet zeggen is dit: meer rechtvaardigheid door meer Europa.”