Moet dat nou, dat lijk op de mat?

Sjoerd de Jong, ombudsman van NRC, buigt zich over de foto’s van de gedode dictator Gaddafi. Is afdrukken smakeloos of gewoon groot nieuws dat je moet brengen?

Gaddafi de stervende zombie – hij was overal. Het asgrauwe gelaat van de dode dictator kan worden bijgeschreven in het gruwelkabinet van de mediacultuur.

Vrijwel alle Nederlandse media pakten vorige week uit met beelden van de gewonde, stervende of dode Gaddafi. Het NOS Journaal, nrc.nl en NU.nl, maar ook de kranten van de volgende ochtend, van de Volkskrant tot nrc.next. Vrijwel allemaal toonden ze beelden van Gaddafi, die als een gevallen golem zijn laatste adem uitblaast. Later volgden aangrijpende filmpjes waarin te zien was hoe de opgepakte Libische leider verdwaasd het bloed van zijn gelaat veegt en in shock lijkt te bestuderen.

De rechtvaardiging is evident: eindelijk een echt historisch moment! En we zijn erbij. De foto’s waren bovendien niet alleen maar gruwelijk, ze hadden een morbide esthetiek die de schok verzachtte met fascinatie. En Libië is natuurlijk ook een stuk verder weg dan pakweg Alphen aan den Rijn.

Met die aanpak lijkt een nieuwe stap genomen in de ‘normalisering’ van de Nederlandse media, die lang terughoudend waren om een gewelddadig omgekomen individu zo prominent te laten zien. Groot nieuws moet ook in beeld geserveerd worden, is nu het devies, ook aan het ontbijt. „Het nieuws wordt niet aangepast aan de eetlust”, zegt Peter van der Ploeg van nrc.nl, dat donderdag de primeur had van de AFP-foto van de dode of stervende Gaddafi.

Na de moord op Pim Fortuyn in 2002 drukte de Volkskrant de foto van zijn lijk groot af op de voorpagina. Enkele honderden lezers zegden uit protest hun abonnement op. NRC Handelsblad liet het beeld later op de dag ook zien, maar vanaf veel grotere afstand geschoten. Ook toen was de rechtvaardiging duidelijk.

Opvallend genoeg had dit keer juist De Telegraaf vrijdag maar twee kleine foto’s van de onttakelde Gaddafi op de voorpagina, naast een veel grotere van juichende Libische strijders. De Volkskrant, Trouw en nrc.next presenteerden het beeld groot, soms over de volle breedte. Daarbij speelt ook het formaat een rol: De Telegraaf verschijnt nog op broadsheet, de andere kranten zijn overgeschakeld op tabloid, een formaat dat nog meer uitnodigt tot een krachtige presentatie van beeld.

Maar je hebt tabloids in soorten. Openlijk leedvermaak beheerste de Britse populaire pers, met boven het lijk van Gaddafi vette koppen als: ‘That’s for Lockerbie’ (The Sun) of ‘Don’t Shoot!’ (Daily Mail). In Amerika hoonde de New York Daily Mail boven een foto van de gesneefde dictator: ‘A Coward To The End’.

Die toon was wél te vinden in De Telegraaf, die in een kop op de voorpagina meldde dat de „dolle dictator smeekte om zijn leven”. Binnenin was de dolleman zelfs „doldriest” geworden, en gedood „na vlucht in riool”. Het hele leven in een kop.

Het Franse Libération bracht de foto decent klein, tegen een inktzwarte achtergrond; de International Herald Tribune deed hetzelfde als De Telegraaf: een grote foto van blije strijders, een kleine van de gedode dictator.

Ook nu stoorden tv-kijkers en bezoekers van sites zich, voordat de kranten verschenen, nog wel aan het geweld. Of eerder: aan het enthousiasme waarmee dat werd getoond. Zowel bij nrc.nl als bij de NOS verschenen stukjes met verantwoording. Peter van der Ploeg van nrc.nl legde onder de kop Moet dat nou, die bebloede Gaddafi op nrc.nl? uit dat het, ja, inderdaad zo moest. „Hoe schokkend ook: dit was de foto die het nieuws van de dag als geen ander beeld liet zien.”

De meeste lezers leken die uitleg ook te begrijpen, al vonden sommigen dat nrc.nl in de loop van vrijdag doorsloeg. Die site had naast de primeur van de foto in ongekend tempo een liveblog online, maar stapelde ook koppen als ‘Nieuwe beelden van radeloze Gaddafi’, ‘Exclusieve beelden van beschieting Gaddafi’, ‘Waar kwam die bloedige foto vandaan?’ Net als bij de NOS met de waarschuwing ‘let op: heftig beeld’.

Arnon Grunberg betichtte de site in een column eens van het benaderen van de oorlog in Libië als het kijken naar een „pornofilm”. Peter van der Ploeg vindt dat onzin: „Wij denken na of beeld iets toevoegt en niet juist afleidt van het nieuws door gruwelijkheid. We hebben ook meerdere malen verschrikkelijke beelden van andere situaties niet gebracht. Dit keer ging de nieuwswaarde voor.”

Hoofdredacteur Peter Vandermeersch van NRC Handelsblad rechtvaardigde de keus voor de AFP-foto op de radio met datzelfde argument: de foto was een sterke aanwijzing dat Gaddafi gepakt en gedood was, kwam van een betrouwbaar persbureau en was inmiddels in Tripoli zelf nieuws geworden. Dat vond ook Marcel Gelauff, hoofdredacteur NOS Nieuws. Bovendien: de omroep had de kijker gewaarschuwd.

Dat is nuttig voor kijkers met kinderen of een zwakke maag – al heeft de mededeling ook het karakter van een teaser: let op: schokkende beelden. Chips weg en rechtop zitten.

nrc.next zocht het juist in ironische afstand. De ochtendkrant bracht het gelaat van de dode Gaddafi op de cover, met de kop: Een jaar geleden kampeerde hij nog in Rome. Die kop verwees naar het laatste bezoek van de Libische leider aan die stad, waar hij een tentenkamp had opgeslagen. Ironisch, vond de redactie: toen was hij nog op hoog niveau te gast, en moet je nu eens zien. Uit een rioolbuis getrokken en afgemaakt.

Dat is goed gezien, want inderdaad: van een gefêteerde, zij het nogal excentrieke vriend van het Westen, transformeerde Gaddafi voor het oog van de camera in Het Beest. Maar koele ironie is bij zo’n foto glad ijs, net als te veel opwinding. Het verwijt van leedvermaak zoals dat van de Britse tabloids ligt op de loer – en dat kreeg nrc.next dus ook, onbedoeld.

NRC Handelsblad pakte ’s middags uit met acht pagina’s over Gaddafi en Libië. De foto van de dode leider stond op de voorpagina naast twee andere uit zijn leven – een ingetogen oplossing. Binnenin werd de iconografie van zulke foto’s becommentarieerd. Het NOS Journaal liet die avond een forensisch anatoom aan de hand van de beelden uitleggen dat de officiële lezing dat Gaddafi was gedood in een vuurgevecht op zijn best onwaarschijnlijk was.

Zo kreeg duiding gaandeweg weer de overhand op de opwinding. Maar de beelden blijven. Je hoort het de stervende Gaddafi bijna fluisteren: „De horror, de horror”.

Sjoerd de Jong