Hoe een virus de VS veroverde

Na een bezoek aan Central Park stierven New Yorkers aan een vreemde ziekte.

In tien jaar verspreidde het West-Nijlvirus zich over bijna alle staten van de VS.

Muggen, een handvol tuinvogels en voldoende paarden en mensen. Dat waren de ingrediënten die het West-Nijlvirus nodig had om in een paar jaar heel Amerika te veroveren. Het virus eiste onder mensen meer dan duizend slachtoffers, vooral ouderen. Onder vogels richtte het een ware slachting aan.

Het weekblad Science publiceerde vrijdag een overzichtsartikel door evolutiebioloog Marm Kilpatrick over de verspreiding van het West-Nijlvirus in Amerika. De casus geldt als een klassieker in de virologie, omdat de opmars van het virus vanaf het begin kon worden gevolgd.

In de zomer van 1999 gingen de alarmbellen bij de gezondheidsautoriteiten af, nadat in New York zeven mensen die kort daarvoor Central Park hadden bezocht, bezweken aan een mysterieuze ziekte. De oorzaak bleek een virus dat nooit eerder in Amerika was gezien: het West-Nijlvirus. Waarschijnlijk was het meegereisd met muggen in de cabine of het laadruim van vliegtuigen en had het tropische virus zich dankzij de zachte winter van dat jaar kunnen vestigen in New York. Mogelijk heeft het stelsel van metrogangen daarbij een cruciale rol gespeeld: altijd warm, vochtig, en veel muggen en mensen.

Het virus verspreidde zich razendsnel en bereikte de Amerikaanse westkust al vier jaar later. Inmiddels heeft het zich verbreid naar Canada en landen in Zuid-Amerika en de Caribische Eilanden. Het virus dankt zijn succes waarschijnlijk aan de mutatie in zijn RNA, wat de verandering van één aminozuur in een van zijn eiwitten opleverde. Hoewel die verandering klein lijkt, is ze cruciaal voor de overdracht van het virus door muggen. Het nieuwe virustype, dat in 2001 voor het eerst is gezien, had in 2004 het oorspronkelijke virus al geheel verdrongen.

Vogels spelen een hoofdrol in de verspreiding. Ook zij zijn bevattelijk voor het virus, en via muggensoorten die zowel vogels als zoogdieren steken, kan het makkelijk worden overgedragen. Volgens Kilpatrick, die het bloed van wilde vogels op virussen onderzocht, zijn in Amerika niet mussen en kraaien de belangrijkste verspreiders, zoals in de Oude Wereld, maar de roodborstlijster (Turdus migratorius). Deze vogel is in Amerikaanse achtertuinen even gewoon als de merel bij ons. Het is niet een bijzonder talrijke vogel, maar het blijkt dat de virusoverbrengende muggensoorten (Culex pipiens, Culex restuans en Culex tarsalis) 30 tot 80 procent van hun bloedmaaltijden halen bij deze soort. De roodborstlijster is een trekvogel. Als hij wegvliegt naar zijn zomer- of wintergebied, schakelen de muggen over op mensen voor hun bloedmaaltijd.

Amerika komt niet meer van het West-Nijlvirus af. In de VS komt het nu in alle staten voor, behalve in Hawaii en Alaska. Vorig jaar vielen er volgens het Center for Disaese Control in Atlanta 57 doden en raakten meer dan duizend Amerikanen geïnfecteerd. Het leidt tot hoge kosten voor bloedtransfusiediensten, want het virus schuilt soms in het bloed van donoren die zelf geen klachten hebben. Als dit bloed wordt gegeven aan mensen met een verzwakt immuunsysteem worden zij wel ziek.

Vormt het West-Nijlvirus ook een gevaar voor Europa? In een Europees onderzoeksproject controleert de Rotterdamse viroloog Ab Osterhaus het bloed van wilde vogels op West-Nijl- en andere virussen. „Het suddert een beetje in Europa”, zegt hij aan de telefoon. „Vanuit het zuidoosten rukt het virus de laatste jaren op in Roemenië en het noorden van Griekenland.”

In Nederland heeft Osterhaus het virus nog niet gevonden. Niet in kraaien, niet in muggen en niet in menselijk bloed van bloedbanken. In Nederland onderzocht hij ook alle verdachte gevallen van hersenvliesontsteking, zonder positief resultaat. „We zijn heel goed voorbereid, met een uitgebreid ‘early warning’-systeem”, zegt Osterhaus.

Europa heeft als randzone van het verspreidingsgebied van het West-Nijlvirus vaker infiltraties gehad, weet Osterhaus, bijvoorbeeld in de Zuid-Franse Camargue, waar veel paarden, muggen en vogels zijn. Mogelijk hebben die speldenprikjes de Europese fauna de kans gegeven zich aan te passen aan het virus.