Hoe de euro een munt voor pessimisten wordt

De lezers die afgelopen zaterdagavond aanschoven aan mijn tafeltje in de Nacht van de columnist voor een persoonlijk gesprek hadden per saldo één onderwerp waarover zij wilden praten.

Niet over pensioenen. Niet over huizenprijzen. Ook geen vraag naar persoonlijk financieel advies.

Het was euro, euro, euro.

Het probleemoplossend vermogen van de regeringsleiders over de euro stagneert, terwijl de problemen zelf groter worden.

Hoe gaat het aflopen? Een van de lezers vond dat Schinkel en ik elke dag zolang de crisis duurt daarover onze column moeten schrijven. Moet Griekenland uit de euro? Of moeten wij met Duitsland en Finland ons afscheiden? Begrijpt Mark Rutte na zijn foutje van 50 miljard eigelijk wel waar het over gaat? Welke politicus kan de verweven puzzels van staatsschulden, bankbalansen en groeiherstel nog overzien en oplossen?

Ik voelde me een waarzegger met alleen een glas water, maar zonder glazen bol.

De vier lezers staan model voor de opspelende euro-angsten. Denktank SCP, het Sociaal en Cultureel Planbureau, merkte bij zijn meest recente kwartaalpeiling over de zorgen van de burgers dat mensen voor het eerst spontaan Europa en de eurocrisis noemen. Het SCP betitelt dat als opmerkelijk. Die peilingen dateren van halverwege juli. De uitkomsten? Onder meer een groeiende ontevredenheid (61 procent; 9 procentpunt meer dan 2010) met de politiek in Europa.

In een rapport van achttien pagina’s over Nederland en de euro waarmee Maurice de Hond zijn zevende lustrum als opiniepeiler viert, zitten nog meer opvallende trends. Zijn rapport is gedateerd 9 oktober, actueler dan de SCP-peiling. Opvallende verschuiving: bij de eerste Griekse reddingsactie in mei 2010 vond 59 procent van het publiek dat Griekenland gesteund moest worden. Nu is dat nog maar 31 procent en zegt 58 procent: staak de steun.

Van de mensen die in 2010 bij de Tweede Kamerverkiezingen PVV stemden wil 94 procent de steun staken, bij de VVD 64 procent, bij de SP 75 procent. Onder CDA-, PvdA- en D66-kiezers is de steun voor Griekenland in minder dan anderhalf jaar scherp teruggevallen, maar is er nog een (nipte) meerderheid.

De politieke strategie van pappen en nathouden van de afgelopen anderhalf jaar zorgt ervoor dat grote Europese banken én Griekenland niet omvallen. Het is elke keer hetzelfde: niet te weinig, nooit genoeg. De geldautomaat werkt nog en er komt geld uit.

Maar De Hond constateert het verschil met de bankencrisis van eind 2008. Toen gaven de burgers de schuld aan de banken zelf en vierden zij daadkrachtige ministers als Wouter Bos. Nu kijken burgers de politici erop aan.

Maar de burger kan, als kiezer, bij gebrek aan verkiezingen niets met zijn opinie, anders dan het melden tegenover de peilers.

Als consument kan hij dat wél. Het consumentenvertrouwen slaat nu om in grootschalig wantrouwen. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) meldde vorige week „ongekend pessimisme” onder consumenten over hun persoonlijke financiële situatie. Wij zijn daarover in 25 jaar niet zo somber geweest. De beproefde voortmodderstrategie van de euro-leiders maakt het pessimisme, en daarmee de kans op de recessie die men juist wil voorkomen, alleen maar groter.

menno tamminga