Funeral Awards: lekker gek herdenken

Langzaam bekijk ik alle kunstwerken op de site. Het zijn abstracte beelden van zink die ronddraaien als er wind tegenaan blaast, in de sokkel bevindt zich een ascilinder waar de as van één of twee personen in bewaard kan worden. De beelden hebben dit weekend een prijs gewonnen: een Funeral Award.

Alle websites van bedrijven die een Funeral Award hebben gekregen bekijk ik, in de hoop de meest vreemde, vernieuwende manieren van herdenken te vinden. In een wereld waar iedereen zich graag wil laten zien, waar jezelf ‘lekker gek’ noemen een geaccepteerde introductie is, waar mensen hun eigen leven tot in de meest persoonlijke details etaleren, moet je onderhand toch struikelen over de bonte afscheidsdienstmogelijkheden: weggeschoten worden op een vuurpijl, gevoerd worden aan een bedreigde diersoort, je laten invriezen en vervolgens tot splinters getrild worden door de geluidsgolven van je favoriete heavy metalband, geresomeerd worden in een chemische oplossing met bosbessensmaak of je as laten verstrooien in de vorm van grote letters die samen LATERS vormen.

Misschien zijn deze mogelijkheden er ook wel. Dan is het wel vrij onterecht dat ze geen Funeral Award hebben gewonnen.

Er was een tijd dat ik lichtelijk geobsedeerd was door mijn eigen begrafenis. Overigens denk ik dat de meeste mensen stiekem lichtelijk geobsedeerd zijn door hun eigen begrafenis – het blijft toch het enige evenement dat uitsluitend om jou draait, waar hopelijk massa’s mensen op afkomen om je te bewenen en waar je plotseling wonderschone karaktereigenschappen krijgt toebedeeld die je bij leven nooit hebt bezeten. En bij dit alles, de meest exceptionele dag van je bestaan, zal je zelf niet zijn. De enige manier om nog een beetje van deze glansrol te genieten, is erover mijmeren.

In die tijd van mijn obsessie wilde ik graag wat meer over mijn eigen begrafenis te weten komen. Dus ik begon aan mensen te vragen of ze van plan waren erbij te zijn – een vertrouwenskwestie, want je kan het natuurlijk niet controleren.

Dit vonden mensen geen leuke vraag. Als ik ter geruststelling erbij zei dat het slechts hypothetisch was en ik nog geen aanwijzingen had dat het binnenkort zou gebeuren, waren ze het er nog steeds over eens: dit was geen leuke vraag. De meest gehoorde antwoorden waren: ‘ik wil het daar niet over hebben’, ‘zulke dingen moet je niet zeggen’ en ‘wat ben jij eigenlijk voor megalomaan wijf?’ Het is niet ondenkbaar dat ik van een paar mensen de goodwill om te komen, te gaan huilen of iets over mijn grote, warme hart te zeggen behoorlijk verspild heb.

Inmiddels probeer ik het los te laten en vraag ik niet meer aan mensen of ze zullen komen. En ook niet of ze een zelfgeschreven musical zullen opvoeren. Wel blijf ik geïntrigeerd als het gaat over hoe mensen die ene dag invullen: speciale diensten, herdenkingskettinkjes, kisten, astatoeages, ronddraaiende urnbeeldhouwwerken en rouwclowns – maar in deze vorm mag de obsessie best blijven bestaan.

Renske de Greef