Een bacchanaal van verspilling en vernieling

De Catalaanse schrijfster Victor Català rekende met Eenzaamheid af met de mythe van het idyllische platteland. Dat deed ze in sensibele, bijna sensuele taal.

Wie begint aan Eenzaamheid, de Catalaanse roman die de schrijfster Caterian Albert i Paradís tussen 1904 en 1905 onder het pseudoniem Víctor Català in het tijdschrift Joventud publiceerde, moet enig doorzettingsvermogen hebben. De schoonheid van het landschap waar het jonge echtpaar Matias en Mila doorheen trekken, de vriendelijkheid van de voerman die hen een eindje meeneemt op zijn kar, de vlijt van de vrouwen die de velden bevloeien en de vruchtbaarheid van het land roepen onweerstaanbaar de sfeer op van de streekroman. Vreemd is dat niet. Een paar jaar eerder, in 1902, had de toen 33-jarige schrijfster faam opgebouwd met een verhalenbundel onder de titel Landelijke drama’s.

De zoete schijn daarvan is echter even bedrieglijk als het begin van Eenzaamheid, met de boekverschijning waarvan Víctor Català in 1905 zich definitief vestigde als een van de grote namen van het Catalaanse modernisme. Al na een paar bladzijden wordt die jubeltoon aangevreten door een dreigend gevoel van verlorenheid. ‘Met iets treurigs in haar blik [...] keek ze omhoog’, zo schrijft Català over Mila, wie ze de rest van het boek dicht op de huid zal blijven zitten. ‘De hemel was een grote leegte vol verblindend licht dat pijn deed aan haar ogen.’

Dit artikel werd gepubliceerd in NRC Handelsblad op Vrijdag 21 oktober 2011, pagina 12 - 13. U kunt het hele artikel hier lezen.