De illusie is comfortabeler dan de realiteit

Het toneelstuk Bimbo gaat over plastische chirurgie, r&b-stereotypen en porno.

Over echt versus nep. „Jongeren groeien op met een kunstmatig ideaalbeeld.”

Overal roze tanga’s, blonde pruiken, kant, glitter, lak en goud: alsof Barbie is verhuisd naar Hugh Hefners Playboy Mansion. Dit is het toneelbeeld van Bimbo, de nieuwe performance van Bianca van der Schoot en Suzan Boogaerdt.

Het decor is kleedkamer en catwalk tegelijk – tegelijk voor en achter de schermen. Achtereenvolgens duiken vijf vrouwen wulps bewegend op uit de coulissen en lopen over een wit plankier een paar meter naar voren; heupzwiepend, borstschuddend en biltrillend. Elke manoeuvre wordt gevangen door een camera. De toeschouwer, met de rug naar het decor, ziet in eerste instantie alleen die gladde registratie op een reeks flatscreens. Maar vlak achter zijn rug is het een slagveld: vijf halfnaakte, zwetende vrouwen die zich in vijf kwartier zo’n twintig keer razendsnel verkleden. Ze hijsen zich in alle soorten lingerie – kousen, jarretels, korsetten, in zwart kant of roze plastic. Ze wikkelen hun lijf strak in cellofaan, tooien zich met rode of groene pruik en plakken donsbolletjes op hun tepels. Ze overgieten zichzelf met chocoladevla of masturberen met een nijptang. Hun gezicht gaat schuil achter een plastic Barbiemeisjes-masker of een lelijk rubberen oudemannenhoofd.

Bimbo gaat over „de dominantie van de beeldcultuur”, vertellen de makers. Verwarring daarover was de voornaamste aanleiding. Bianca van der Schoot: „Het begon ermee dat ik mezelf op een publiciteitsfoto slanker gephotoshopt zag. En dat ik die foto mooier vond dan het origineel. Dat vond ik confronterend: blijkbaar wil ik liever zo zijn; slanker, strakker. En als ik dat al heb, ik ben 38, hoe moet dat dan zijn voor jonge meisjes die opgroeien met een alom aanwezig kunstmatig ideaalbeeld?”

Het beeld is leidend geworden, stellen Boogaerdt en Van der Schoot. Niet meer een weergave van de werkelijkheid, maar de norm. En steeds vaker wil de werkelijkheid zich voegen naar die norm: echte vrouwen ambiëren een ‘gephotoshopt’ lichaam; seks moet eruitzien als porno in plaats van andersom. Van der Schoot: „Nep is het voorbeeld, we modelleren ons leven naar fictie; imiteren de imitatie. Filosofen als Baudrillard en Debord schreven daar al over, maar het is in onze beeldgestuurde maatschappij alleen maar hardnekkiger geworden.”

De relatie tussen nep en echt, daar gaat de voorstelling over. De vijf performers, naast Boogaerdt en Van der Schoot nog Marie Groothof, Floor van Leeuwen en Erika Cederqvist, creëren illusies voor het oog van de camera, maar ontmantelen die ‘live’ weer meteen. Wat op beeld een seksscène lijkt, blijkt in het echt een nogal ongezellige atletische inspanning van zwoegende lichamen die minstens een meter van elkaar verwijderd zijn. Het publiek kan kiezen of het naar het scherm kijkt, of achter zich, naar de echte actie.

Suzan Boogaerdt: „Door deze vorm kunnen we goed laten zien hoe dwingend beeld is. Mensen verkiezen vaak de illusie boven de realiteit. Dat vinden we kennelijk comfortabel. Ook bij onze voorstelling zullen toeschouwers waarschijnlijk vooral naar het beeld kijken. Maar dan is er ook de werkelijkheid nog, die je soms op de schouder tikt.” Van der Schoot: „We willen laten zien hoezeer we aan dit soort beelden gewend zijn, zonder dat we ze nog gek of schokkend vinden.”

Dat doen de theatermakers in Bimbo ook met muziek. Componist Wessel Schrik bewerkte een nummer van r&b-ster Khia; steeds opnieuw klinkt het refrein: ‘My neck, my back … lick my pussy and my crack’. Eén keer wordt het nummer nonchalant-jazzy gezongen door een mannelijke crooner. Van der Schoot: „Als je die tekst uit zijn mond hoort, besef je pas weer hoe ridicuul die is.”

Toch is de voorstelling geen aanklacht tegen oversekste r&b-stereotypen of de porno-industrie. „Wij willen ook helemaal niet zeggen: de mannen hebben het gedaan. Sterker: het zijn eerder vrouwen zelf die het in hun onzekerheid in stand houden. Ons doel is vooral om het publiek ervan bewust te maken dat dit soort beelden nu mainstream zijn. Dat is goed om bij stil te staan, want onderhuids sijpelen zo bepaalde dogma’s de huiskamer binnen.” Over ontharen bijvoorbeeld: het onbehaarde vrouwenlichaam is een hardnekkig ideaalbeeld. De performers in Bimbo lopen daarom met woeste pruiken voor hun kruis. Floor van Leeuwen danst in een sexy broekje waaruit een maandverbandje piept. Ze toont de inhoud voor de camera: blauw. Een verwijzing naar de absurde esthetiek van maandverbandreclames, maar ook een opluchting voor de kijker. Boogaerdt, instemmend: „Zo is het toch? Je wil het wel zien, maar bent ook blij als het clean en netjes is. Die neiging willen wij tonen.”

Aan het slot stappen de actrices uit hun kooi en mengen zich in het publiek. Uitgeput, bezweet en besmeurd zijn ze. Je kan ze aanraken, ze zijn er echt, en alle illusie is verdampt. Die ontmoeting is intiemer, en schokkender, dan alles wat je daarvoor op de flatscreens zag.

theater

Bimbo

Tournee t/m 22 dec. www.bvds.nu

    • Herien Wensink