De eigen buurt in het theater halen

M-Lab maakt muziektheater over Asterdorp, een woonwijkje voor „asocialen”, daar gestald door de overheid om te worden opgevoed.

Asterdorp bestaat niet meer. Al in de jaren vijftig is het ommuurde woonwijkje in Amsterdam Noord gesloopt. Maar de herinnering bleef. De wijk waar mensen woonden die voor de oorlog onbekommerd „asocialen” werden genoemd, is nu zelfs onderwerp voor een muzikale voorstelling in M-Lab, het eveneens in Noord gevestigde theater voor musicalvernieuwing. Onder de titel Asterdorp, het godvergeten Noord spelen drie actrices hoe het destijds was om daar, onder gemeentelijk toezicht, te wonen. En af en toe zingen ze, bij de accordeon van Gert Wantenaar, authentieke liedjes uit de jaren dertig.

Asterdorp, het godvergeten Noord is een initiatief van journalist Jeroen Kleijne die zichzelf „een echte Noorderling” noemt. Als geoefend auteur van schoolmusicals meldde hij zich met het Asterdorp-idee bij M-Lab, toen hij hoorde dat men daar al geruime tijd het voornemen koesterde om eens iets te maken dat dit stadsdeel meer zou betrekken bij het theater. „Als je, zoals wij, al een jaar of vijf in Amsterdam-Noord bent gevestigd, wordt het wel eens tijd om een verhaal uit onze eigen omgeving te vertellen”, verklaart artistiek leider Sieta Keizer. „Ons publiek komt overal vandaan, maar nog te weinig uit de eigen buurt. Terwijl een theater zich bewust moet zijn van zijn omgeving. Je moet juist ook de mensen die om je heen wonen, naar je toe trekken.”

Asterdorp bestond tussen 1927 en 1938. De gemeente Amsterdam heeft er in totaal 400 gezinnen geplaatst die, volgens de toenmalige normen, moesten leren hoe men als fatsoenlijke burger zijn woning inricht, zijn kinderen opvoedt en zijn buurtgenoten bejegent. „Dat klinkt paternalistisch”, beaamt Kleijne, „maar het paste in het sociaal-democratische streven naar de verheffing van het volk.” De huur (3,75 gulden per week) heette officieel „vergoeding voor tijdelijk verblijf”. Maar ook toen daar later een gulden af ging, hadden veel bewoners moeite met betalen. Een schamele steunuitkering vormde doorgaans hun enige inkomen. De meeste mannen waren werkloos. En bij sollicitaties werden ze vaak afgewezen zodra bleek dat ze uit Asterdorp kwamen. Asterdorp betekende asociaal – zo groot was de stigmatisering. Ten slotte drong ook bij de gemeente het besef door dat zo’n opeenhoping van kansarmen averechts werkte, net als in andere gemeenten waar vergelijkbare „opvoeddorpen” waren verrezen. Eén voor één werden ze opgeheven. Kleijne wijst op de actualiteit: „Wat dat betreft heeft de PVV met het voorstel voor Tuigdorpen niets van het verleden geleerd.”

Op basis van historische publicaties schreef hij aanvankelijk drie monologen, twee van bewoonsters en één van een opzichteres. „Maar dat zou een beetje statisch zijn”, zegt hij. „Langzaam maar zeker hebben we die monologen gemengd en enige interactie tussen de drie vrouwen laten ontstaan.”

„De liedjes moesten de sfeer van vroeger oproepen”, aldus Kleijne. „Dan kun je beter authentiek repertoire gebruiken dan dat je gaat proberen om zelf jarendertigliedjes te schrijven. In veel van die nummers zit het verlangen om ergens anders te zijn.”

M-Lab: Asterdorp, het godvergeten Noord, 25 t/m 30/10 in M-Lab, Amsterdam Noord. Inl. m-lab.nl