Woningbeleid VS bevoordeelt allerrijksten

Amerikaanse wetgevers lijken vooral de vastgoedmarkt voor miljonairs te willen beschermen. Twee nieuwe initiatieven – verhoging van garanties op hypotheken door de overheid, en verstrekking van aan woningen gekoppelde visa aan rijke buitenlanders – helpen de zwaarst getroffen onderkant van de huizenmarkt op geen enkele manier. Zowel de Tea Party als de Occupy Wall Street-demonstranten hebben rede om ertegen te zijn.

Het Amerikaanse woningbeleid bevoordeelt traditioneel wie het het minst nodig had. Ongeveer drie kwart van de hypotheekrenteaftrek gaat volgens een studie van het Tax Policy Center naar de twintig procent meest verdienenden. De jongste voorstellen die op Capitol Hill op dit moment rondgaan volgen deze verkwistende traditie.

Het opnieuw verhogen van de hoogte van hypotheken die door de overheid worden gegarandeerd, tot een bedrag van 729.000 dollar, betekent een nodeloze subsidiëring van de topverdieners. Deze torenhoge limiet, die tijdens de financiële crisis was ingevoerd als noodmaatregel en eind september was verstreken, zou nu permanent kunnen worden. Alleen kopers in de duurste postcodegebieden – zoals Manhattan en Washington, D.C., die minder te lijden hebben gehad van het inzakken van de huizenmarkt – zouden er baat bij hebben.

Het geesteskind van senator Charles Schumer – het verstrekken van verblijfsvergunningen aan buitenlandse kopers van dure huizen – richt zich op een nóg exclusievere niche. Omdat deze visa slechts voorbehouden zouden zijn aan mensen die 500.000 dollar of méér kunnen investeren, en geen werkvergunning impliceren, zouden louter de superrijken ervan kunnen profiteren. Daar komt bij dat internationale kopers nog geen 4 procent van de waarde van de verkopen van bestaande huizen voor hun rekening nemen, aldus Capital Economics. Alleen met een enorme stijging van dit percentage zou deze maatregel werkelijk invloed kunnen hebben op de huizenprijzen.

Al deze nadruk op luxe-woningen lijkt misplaatst. Sinds de piek in 2007 is de onderkant van de huizenmarkt het hardst onderuit gegaan, waarbij de goedkoopste 30 procent van de huizen 45 procent van hun waarde is kwijtgeraakt, tegen 25 procent voor de duurste 30 procent. Als er al overheidssteun nodig is, is dat aan de onderkant van de markt, waar kopers minder goed in staat zijn om voor zichzelf op te komen.

Populistische demonstranten ter linker- en rechterzijde zullen de voorstellen om uiteenlopende redenen afkeuren. Overheidsingrijpen op de huizenmarkt is regelrecht in strijd met de ideologie van de Tea Party. Terwijl de betogers van Occupy Wall Street de plannen ongetwijfeld zullen zien als een aanwijzing dat de wetgevers slechts oog hebben voor de allerrijksten. Beide groeperingen hebben goede redenen voor hun bezwaren.

Christopher Swann

Vertaling Menno Grootveld