Wat hebben we gelachen met Gaddafi

Het Westen moet in Libië nu niet dezelfde fouten maken als vroeger.

Het land is meer dan een olieraffinaderij waar de rust even moest worden hersteld.

Meer dan veertig jaar geleden renden er ook al opgewonden jongens met machinegeweren door de straten van Tripoli. Op 1 september 1969 pleegde Gaddafi een bloedeloze coup. Dat was geen uitzondering: in de hele Arabische wereld werden gedateerde autocraten opzijgezet door een nieuwe generatie van energieke militairen.

Een regime consolideren vanuit pure chaos, iets wat de Libische rebellen nu ook te doen staat, is een immense opgave. Het is cruciaal om zo snel mogelijk het monopolie op geweld te verwerven. Nadat in 1975 een coup van andere militairen mislukte, wist Gaddafi alle macht naar zich toe te trekken. Hij plaatste loyale familie- en stamleden op belangrijke posten in zijn veiligheidsapparaat.

Gaddafi was echter niet zomaar een dictator. Hij had ook literaire ambities. Een paar weken na zijn staatsgreep werd de eerste versie van het ‘Groene Boekje’ gepubliceerd. Daarin zette de kolonel zijn ‘Derde Universele Theorie’ uiteen. Nu het kapitalisme en communisme hadden gefaald meende Gaddafi de oplossing voor alle wereldproblemen te hebben gevonden. De rode draad lijkt de gedachte dat alle vormen van democratie corrumperend werken en dat een Wijze Gids – één keer raden wie – het volk naar ware vrijheid moet leiden.

Een belangrijke dictatoriale strategie om het eigen falen te verbloemen is het beginnen van een buitenlands conflict. Ironisch genoeg was de ellende in Libië ook zo begonnen. Toen Mussolini in Italië de aandacht van de binnenlandse problemen wilde afleiden, besloot hij oorlog te gaan voeren in een reeks van Noord-Afrikaanse zandbakken. In Libië kostte dat duizenden nomaden het leven.

Gaddafi, altijd afgevend op het imperiale complot dat de wereld tegen Libië aan het uitbroeden zou zijn, had zo zijn eigen buitenlandse plannetjes. Hij begon een grensoorlog met Tsjaad en maakte Libië tot vrijhaven voor terroristen. Zowel marxistische revolutionairen als radicale jihadisten pasten zonder al te veel moeite in zijn Groene vuilnisbakkenideologie. Zij maakten dankbaar gebruik van Gaddafi’s gastvrijheid.

Libië werd de paria van de internationale gemeenschap. Gaddafi overleefde in 1986 ternauwernood een Amerikaanse luchtaanval. Er kwam ook een Amerikaans embargo op Libische olie. Europa, de grootste afnemer van Libische olie, kon daar toen nog niet in meegaan. Pas vier jaar na de Lockerbie-aanslag (1988) kwamen er internationale sancties tegen Libië.

In 2003 besloot Gaddafi toch enige schuld te erkennen voor het Lockerbie-drama en stemde hij in met een financiële regeling met de nabestaanden van slachtoffers. De zaken stonden er ineens een stuk rooskleuriger voor. Tripoli haalde de banden met het Westen aan. Onder Bush jr. werd Libië zelfs een belangrijke partner in de wereldwijde ‘war on terrorism’. Gaddafi mocht als betrouwbare bondgenoot op de foto met Blair, Sarkozy, Berlusconi en Obama. Eind 2003 bleek de kolonel bereid om zijn nucleaire bewapeningsprogramma op te geven. De Verenigde Naties besloten daarop alle sancties voor Libië op te heffen.

Dat in Libië zelf nog dagelijks mensenrechten werden geschonden, werd voor het gemak maar even vergeten. Het land werd in mei 2010 zelfs verkozen tot lid van de Human Rights Council van de Verenigde Naties.

Gaddafi bleef een hoogst prikkelbare idioot. Desondanks leek het erop dat Gaddafi rustig zijn oude dag kon uitzitten. In 2009 huurde hij nog tweehonderd Italiaanse schoonheden in om ze te vertellen waarom zij zich tot de islam moesten bekeren.

Wat hebben we gelachen. Maar de klucht die Gaddafi heette kwam ten einde toen hij op grote schaal, publiekelijk, geweld tegen zijn eigen volk begon te gebruiken.

Wat staat de rebellenraad te doen? Het is evenals in 1969 cruciaal om zo snel mogelijk het geweldsmonopolie te verwerven. Zonder een goed functionerende politie- en legermacht kan geen democratische rechtsstaat worden gevestigd. Dat vrijwel iedere inwoner van Tripoli inmiddels een AK-47 op het nachtkastje heeft liggen voorspelt niet veel goeds. In 1969 viel er geen enkele dode, nu loopt het dodental tot in de tienduizenden.

In oktober 1969 was de VPRO een van de eerste omroepen die het nieuwe Libië bezocht. In de reportage zien we jongemannen joelend door de straten rennen. De voice-over verzekert ons: „De revolutionaire raad van officieren is nu de enige autoriteit in het land. Maar hun autoriteit is jong, informeel en vooral idealistisch van aard. (…) Allen komen uit het gewone volk. Gaddafi’s ouders wonen nu nog steeds in een tent.” Het Libische Volk was eindelijk aan zet.

Wij weten wel beter. En zo bekruipt ons een ongemakkelijk gevoel. Wie zegt dat we over veertig jaar niet op dezelfde manier terugkijken op de Tweede Libische Revolutie? Historici kunnen dan weer stukjes schrijven over hoe kortzichtig tijdgenoten over de rebellen dachten. History in the making, akkoord, maar welke eigenlijk? Voor je het weet verschijnt er weer een Wijze Gids met het Groene Boekje 2.0.

Toch voel ik weinig voor zulk pessimisme. Als we de spiraal van revolutie-geweld-dictatuur willen doorbreken moeten we nu doen wat we kunnen om de jonge officieren op het goede pad te helpen. Libië is meer dan een olieraffinaderij waar de rust moet worden hersteld. Laten we hopen dat de internationale gemeenschap dit keer werkelijk lering wil trekken uit het tijdperk Gaddafi. Als de geschiedenis van Mussolini tot Berlusconi ons iets vertelt dan is het wel dat westerse interventies het verschil kunnen maken. En nu volhouden.

Rutger Bregman (1988) studeert geschiedenis in Los Angeles aan de UCLA. In maart verschijnt zijn boek ‘Met de kennis van toen. Actuele problemen in het licht van de geschiedenis’ bij de Bezige Bij.

    • Rutger Bregman