Wankelend door Europa

Het was sinds 1918 niet meer voorgekomen, dus bijzonder was het wel dat de Tweede Kamer zaterdag vergaderde. In hoeverre het ook nuttig was dat het parlement zijn herfstreces onderbrak aan de vooravond van een Europese top waarvan op voorhand vaststond dat die zondag nog geen slot zou kennen, is een tweede.

Premier Rutte had zijn mond met meel volgestopt om te voorkomen dat hij iets zou zeggen dat zijn onderhandelingspositie de volgende dag in Brussel zou ondergraven. Sommige Kamerleden, in het bijzonder die van de ChristenUnie en de SP, toonden zich verontwaardigd over de zwijgzaamheid van de minister-president. Anderen lieten geen poging onbenut om hem toch met een tas vol boodschappen naar Brussel te laten afreizen. Dat hun collega Frans Timmermans (PvdA), oud- staatssecretaris van Europese Zaken, vorige week in zijn column in NRC Handelsblad nog had herinnerd aan een venijnig citaat uit Britse mond, had aan hun ijver geen afbreuk gedaan. Ook niet bij zijn partijgenoten. „The Dutch are always right, but seldom relevant”, schreef Timmermans.

‘De regering regeert en de Kamer controleert’, is een adagium dat lang niet altijd blijkt op te gaan. Bijvoorbeeld doordat het de gewoonte van het parlement is om te pogen het mandaat van de regering op een Europese top te begrenzen. Maar het is verstandiger als het parlement niet vooraf tot in detail mee regeert. Ingewikkeld internationaal overleg kan slechts tot resultaat leiden als regeringsleiders het gemeenschappelijke belang vooropstellen. Dan moeten ze de ruimte krijgen om concessies te doen die tegen het vermeende eigenbelang ingaan.

Wat het debat nogmaals onderstreepte is dat in Nederland ‘Europa’ in toenemende mate een binnenlands probleem is. Het kabinet gaat wankelend door Europa als gevolg van de positie waarin het zit: een minderheidscoalitie die bij dit onderwerp op geen enkele steun hoeft te rekenen op gedoogpartner PVV. Het leek er zaterdagavond even op alsof premier Rutte niet voldoende doordrongen is van zijn kwetsbaarheid doordat hij aanvankelijk nogal achteloos alle moties van de, overigens ook verdeelde, oppositie afwees. Maar zijn Europese beleid kan slechts succesvol zijn als hij zich verzekert van de steun van D66, GroenLinks en, gezien de stemverhoudingen, vooral de PvdA. Pas in tweede instantie en na beraad achter gesloten deuren veranderde Ruttes houding.

Al in eerdere debatten hadden deze fracties duidelijk gemaakt dat hun steun voor het kabinet niet onvoorwaardelijk is. Rutte zit knel tussen botsende loyaliteiten. Dat maakt zijn positie en die van Nederland in de EU er bepaald niet sterker op.