Vergeet tijd en plaats en zoek dan de verschillen

Laurence Aëgerter en Ronald van Tienhoven portretteerden Friese dorpsbewoners precies als Amazone-indianen op foto’s uit de jaren 30. „Niets is perfect, hoe mooi het er ook uitziet.”

Van Indianen in het Amazone-gebied anno 1936 naar de inwoners van het Friese Beetsterzwaag anno 2010, het is maar een stap. Tenminste, dat lijkt zo bij het verrassende fotoproject van de Frans-Nederlandse kunstenares Laurence Aëgerter en fotograaf Ronald van Tienhoven, dat volgende maand in Parijs wordt gepresenteerd op de manifestatie Paris Photo. „Maar vergis je niet, de zuiverheid bestaat niet”, zegt Aëgerter.

Aëgerter en Van Tienhoven produceerden twee parallelle fotoreeksen. Links de foto’s die de befaamde Frans antropoloog Claude Lévi-Strauss in 1955 als beeldbijlage opnam in de eerste druk van zijn boek Tristes tropiques. Het zijn zwart-witfoto’s van leden van nog niet door de buitenwereld aangeraakte indianenstammen in het Amazone-gebied, meestal naakt, in 1936 door Levi-Strauss zelf gemaakt. Aëgerter en Van Tienhoven hebben de fotoreeks getrouw gekopieerd, maar nu met inwoners van Beetsterzwaag, ook veelal naakt.

Zeker, de omringende natuur is anders: de drukkend warme oerwouden van Amazonië versus de frisse bossen even bezuiden Drachten. Verder is er verrassend weinig verschil: gewoon mensen, mannen, vrouwen, kinderen.

Het werk van Aëgerter (38) berust veelal op de spanning tussen heden en verleden. Hermitage, the modernists, vorig jaar in de Hermitage in Amsterdam, behelsde foto’s van mensen die zich voor hoogtepunten uit de kunstgeschiedenis ophouden. Je zou willen dat ze er niet zijn, zodat je het schilderij goed kon zien. Maar er is geen blik die niet mede door de contemporaine context wordt bepaald, leek het project te zeggen.

Eveneens vorig jaar zette Aëgerter het doorgaans rustige Amsterdamse Museum van Loon op stelten met een reeks projecten rondom de in 1981 overleden Antoinette de Bach-van Loon, die als laatste van de Van Loons dit grachtenhuis nog af en toe bewoonde, terwijl het al museum was. Aëgerter liet overal verwijzingen naar haar bestaan en omdat de oude dame aan spiritistische séances deed, legde Aëgerter op video séances vast waarop geprobeerd wordt met deze Antoinette in contact te komen.

Het zou voor de hand liggen om bij de twee fotoseries te denken: de mens verandert niet. De nobele wilden in het Amazone-gebied in de jaren dertig en de Friezen van nu zijn allemaal mensen. Maar die idyllische conclusie doet geen recht aan de originaliteit van Tristes tropiques, dat niet voor niets zo’n geruchtmakend boek is geworden. Grondleggers van de moderne culturele antropologie in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw, zoals Margaret Mead, plachten naar zogeheten primitieve volkeren te kijken als prototypen van hoe de mens écht is – in de traditie van de ‘nobele wilden’ in de achttiende eeuw. Aan het gedrag van mensen in de binnenlanden van Nieuw-Guinea zou je volgens Mead kunnen zien hoe de mens zich gedraagt wanneer hij niet is aangetast door cultuur, politiek of kapitalisme, in seksueel opzicht bijvoorbeeld.

Lévi-Strauss brak in Tristes tropiques met deze idealistische kijk. Zijn boek is een reisverslag waarin hij voortdurend poogt zich rekenschap te geven van zijn eigen achtergrond en verwachtingen ten aanzien van de mensen die hij bestudeert. De titel van het boek geeft de grondtoon van zijn bevindingen weer: de Amazone-Indianen leven anders dan wij, maar niet échter: er bestaat geen ‘pure’ mens. Ook zij zijn ten prooi aan allerlei passies, waaronder bijzonder schadelijke en gewelddadige. Achterdocht is geboden, ook in Beetsterzwaag. „Niets is perfect, hoe mooi het er ook uitziet”, zegt Aëgerter.

Aanvankelijk vreesde zij dat het heel lastig zou zijn voldoende Friezen te vinden die voor haar uit de kleren wilden. „Op een dag suggereerde ze dat we maar onze toevlucht moesten nemen tot de meisjes van het naburige bordeel naast de snelweg”, zegt fotograaf Ronald van Tienhoven. De in 2000 overleden kunstenaar en galeriehouder Sybren Hellinga, die Kunsthuis Syb had opgericht, was in de gemeenschap van Beetsterzwaag een geziene figuur en zijn Kunsthuis een geacht instituut. Nadat lokaal enige ruchtbaarheid aan het project was gegeven, stroomden vrijwilligers alsnog toe – zowel lokale bewoners als ‘import’ die in de omgeving een huisje heeft.

„Ik vond het interessant”, zegt deelnemer Jan, werkzaam op een boerderij aan de kant van Drachten. Dat je er voor uit de kleren moest, kon hem niet zoveel schelen. „Het zijn mooie foto’s”.

„Ik vermoed dat het moeilijker zou zijn voor een project als dit modellen te vinden in een grote stad”, denkt Aëgerter. „Door het nog bestaande gemeenschapsgevoel in Beetsterzwaag is dit project gelukt. Mensen die ik voorheen niet kende, wilden opeens allemaal dat het project zou slagen. Ze zijn daar nog solidair met elkaar”. Toch nog een beetje idylle.

Raymond van den Boogaard

Paris Photo is van 10 tot 13 november in het Grand Palais in Parijs. Inl.: parisphoto.com De foto’s verschijnen als boek bij Filigranes Éditions.