Unilever-topman bracht bedrijfsleven fatsoen bij

De vorige week overleden Morris Tabaksblat is vooral bekend om zijn code voor goed ondernemingsbestuur. „Fatsoen heeft hulp nodig”, was zijn credo.

Morris TABAKSBLAT (1937). foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Leiden, 11 januari 2008 ©Vincent Mentzel 2008

Het Kwartje van Kok, de Nacht van Schmelzer, de balkenendenorm. Je naam verbinden aan een wet, een crisis of een norm is doorgaans voorbehouden aan Haagse politici. Dé grote uitzondering daarop uit de private sector heet Morris Tabaksblat.

Hoewel ‘zijn’ Code-Tabakblat nog maar zeven jaar oud is zullen niet alle studenten bedrijfskunde weten welke persoon achter deze gedragscode voor goed ondernemingsbestuur zit. Dan weet je: ‘Tabaksblat’ is een economisch begrip geworden, en zijn grondlegger daarmee iconisch. Vorige week donderdag overleed voormalig Unilever-topman Morris Tabaksblat op 74-jarige leeftijd.

„Fatsoen heeft hulp nodig”, luidde zijn credo toen Tabaksblat in april 2003 door toenmalig minister Hoogervorst van Financiën en Economische Zaken werd geïnstalleerd als voorzitter van de commissie die de normen en waarden bij het besturen van beursgenoteerde ondernemingen onder de loep moest nemen. Aanleiding waren schandalen rond beursfondsen als Ahold, Baan en World Online, herhaaldelijke ophef over exorbitante beloningen van de top en de groeiende kritiek op het naar binnen gekeerde establishment van het Nederlandse old boys network.

In drie maanden tijd kwam de commissie van wijze mannen tot een conceptlijst van liefst 124 aanbevelingen, zes maanden later volgde een definitieve code die door het kabinet werd omarmd. Sinds december 2004 dienen aan de Amsterdamse beurs genoteerde ondernemingen zich te houden aan de ‘Nederlandse Corporate Governance Code’. Meest in het oog springende richtlijnen: de maximering van bonussen, vertrekpremies en benoemingstermijnen van bestuurders. En het aantal commissariaten werd beperkt tot maximaal vijf per persoon.

Van die laatste maatregel werd Tabaksblat zelf slachtoffer, want hij was bij drie grote beursfondsen (Aegon, TNT en Reed Elsevier) president-commissaris – en die telden dubbel. In maart 2005 legde Tabaksblat deze functies vrijwillig neer.

Sindsdien trad Tabaksblat maar weinig in de openbaarheid, al bleef hij nog lange tijd actief in de culturele sector en academische wereld. Hij was onder veel meer voorzitter van de raad van toezicht van het Mauritshuis, de Universiteit Leiden en het daaraan verbonden ziekenhuis, bestuurder van het Prins Claus Fonds en de War Trauma Foundation.

Morris Tabaksblat werd in 1937 in Rotterdam geboren, Zijn ouders waren vijf jaar eerder Polen ontvlucht wegens het oprukkende antisemitisme. Vader Tabaksblat was jaren eerder bekeerd tot het christendom – hij vestigde zich later als hervormd predikant – maar zijn joodse achtergrond bleef hem achtervolgen. Het gezin overleefde het Duitse concentratiekamp Theresienstadt.

In een van zijn laatste interviews, in juni 2009 in Aanspraak, het vakblad van de Pensioen- en Uitkeringsraad, zei Tabaksblat aan de traumatische oorlogsjaren relativeringsvermogen te hebben overgehouden. „Ik word niet snel opgewonden in een crisissituatie en ik blijf altijd zoeken naar oplossingen. Wij hebben wel ergere dingen overleefd, denk ik dan.”

Na de oorlog volgde Tabaksblat het Christelijk Gymnasium in Den Haag en studeerde rechten in Leiden. Hij werkt vanaf 1964 zijn hele leven voor dezelfde werkgever: Unilever. Bij het Brits-Nederlandse levensmiddelenconcern klom hij in dertig jaar op tot bestuursvoorzitter.

Onder zijn verantwoordelijkheid als lid en later als voorzitter van de raad van bestuur veranderde Unilever. Tabaksblat legde met de miljardenaankoop van het Amerikaanse Chesebrough-Pond’s in 1987 de basis voor Unilevers verzorgingsproductendivisie. Hij stootte de chemietak af.

Minister Verhagen van Economische Zaken noemde Tabaksblat in een reactie op diens overlijden „de belangrijkste voorvechter van maatschappelijk verantwoord ondernemen”. Morris Tabaksblat „gaf het Nederlandse bedrijfsleven een maatschappelijker gezicht”.