Turkse betogers opgepakt

In Amsterdam zijn Turkse betogers gisteren slaags geraakt met de politie. Na een rustig verlopen demonstratie op het Museumplein, gericht tegen gewelddadig optreden van de Koerdische afscheidingsbeweging PKK, trok een groep van ongeveer tachtig man naar het Koerdisch Cultureel Centrum in Amsterdam-West. Daar richtten ze vernielingen aan, onder meer door ruiten in te gooien.

De politie hield vijf verdachten aan wegens openlijke geweldpleging. Vier van hen raakten lichtgewond, evenals vijf agenten. Een deel van de Turkse betogers hergroepeerde zich op andere plekken in de stad, zoals in het Vondelpark, maar de politie kon verdere confrontaties voorkomen. Omdat er geruchten gingen dat Koerden uit het hele land naar Amsterdam zouden komen, controleerde de politie afritten van de ringweg A10.

Het protest op het Museumplein was gericht tegen gewelddadige acties van de PKK in Turkije en daarbuiten. De PKK strijdt voor een onafhankelijk Koerdistan in het zuidoosten van Turkije. Vorige week kwamen daar 24 militairen om door een aanslag van de PKK. Ook in Turkije wordt vrijwel dagelijks gedemonstreerd, vertelt een woordvoerder van het Inspraak Orgaan Turken Nederland. „De emoties sijpelen hier door. Elke dag zien Turken in Nederland de begrafenissen van militairen op tv.”

De demonstratie was georganiseerd door Turkse jongeren in Nederland via sociale media, zoals Facebook. Initiatiefnemer Denizhan Uresin (17) vertelt dat het de bedoeling was dat Turken en Koerden samen zouden protesteren tegen geweld. „We wilden laten zien dat ook jongeren zich betrokken voelen bij hun land, maar er ontstonden al snel politieke discussies.” Uresin zegt erg „geschrokken” te zijn van de escalatie. Hij heeft de indruk dat bepaalde deelnemers van te voren gepland hadden demonstranten tegen het einde van de bijeenkomst „op te fokken” en naar het Koerdisch centrum te trekken. Hij en zijn vrienden, die niet bij een organisatie zijn aangesloten, willen vaker demonstraties organiseren. „Maar dan zorgen we voor een goede ordedienst.”