Rutte wekt irritatie met 'oude rekensom'

Premier Rutte ziet zich klem-gezet door de Tweede Kamer. De oppositie eist meer informatie, maar die kan het kabinet niet geven. Door vast te houden aan een eerder steunpakket aan de Grieken, wekt Rutte wrevel bij de andere eurolanden.

Het weekend van Mark Rutte samengevat? Schipperen en laveren.

De premier moest in het Kamerdebat op zaterdag (voor het eerst sinds 1918) de oppositie tevreden houden. Rutte is voor zijn Europese plannen afhankelijk van PvdA, GroenLinks en D66, aangezien gedoogpartner PVV sowieso vindt dat Europese moeite verspilde moeite is. Dus Rutte moest beleefd beloven in Brussel de onderwerpen aan te kaarten die de oppositie verlangde (onderscheid zaken- en retailbanken, waarborgen sociale rechten), ook al wist de premier dat dit totaal geen onderwerpen van gesprek waren op de Europese top.

Rutte moest zelfs schipperen in wat hij wel en niet kon zeggen. De Kamer verlangde informatie. „Daar heeft de Kamer recht op”, aldus Arie Slob van de ChristenUnie. Volgens een continu mailende en sms’ende Rutte kon dat helaas niet. „Als ik zeg wat wij willen, schaadt dat de positie van Nederland. De minister van Financiën onderhandelt as we speak.”

In Brussel werd de positie van Rutte niet makkelijker. De premier weet dat de Kamer kritisch zal zijn op de resultaten. PvdA-leider Cohen zei waarschuwend de resultaten op hun merites te beoordelen. De PVV liet met de motie ‘Geen cent meer naar de Grieken’ ook glashelder merken wat de opvattingen zijn.

Hierdoor wekte Rutte de irritatie van de eurozone-leiders door vast te houden aan de kosten van de Griekse redding. Volgens Rutte mogen die niet meer dan 109 miljard bedragen, zoals in juli afgesproken. Verwacht wordt dat de kosten hoger uitvallen. Een Europees diplomaat: „Rutte heeft zich voor de tweede keer lelijk in de nesten gewerkt met de cijfers. Net als deze zomer. Dat hij zich heeft vastgepind op 109 miljard voor Griekenland [2e pakket leningen], daar hebben wij nu allemaal last van. Het pakket wordt nu namelijk op 160 geschat.”

Melle Garschagen