Ook Al-Jazeera dient een sjeik

Beeld bij het televisieprogramma Tegenlicht: De slag om de Arabische Kijker Foto: VPRO

Tegenlicht: De slag om de Arabische kijkerNed. 2, 21.00-22.00 uur

Al-Jazeera geldt in het Westen als een van de weinige Arabische televisiezenders die niet een heerser naar de mond praten. En de Arabische opstandelingen prijzen Al-Jazeera als de zender die de kant van het volk koos. Dat is ten dele waar. Maar in de Tegenlicht-aflevering De slag om de Arabische kijker (VPRO) laat regisseur Nordin Lasfar ook een andere waarheid zien achter Al-Jazeera.

Al-Jazeera werd in 1996 opgericht door de emir van Qatar, sjeik Hamad bin Khalifa al-Thani, na zijn staatsgreep tegen zijn vader. De andere Arabische Golfstaten steunden zijn vader en sjeik Hamad wilde zijn liberalere ideeën aan de man brengen. Het Saoedische koningshuis stichtte als weerwoord Al-Arabiya.

Beide zenders zeggen de vrijheid van meningsuiting hoog in het vaandel te dragen maar dienen hun betaalmeesters als het erop aan komt. Zo steunt Al-Jazeera wel de opstanden in Egypte, Tunesië en Libië, maar niet die in de Golfstaat Bahrein, omdat de koning van Bahrein een vriend is van sjeik Hamad. Al-Arabiya op zijn beurt hield meer afstand jegens de revolutie in Egypte, omdat Saoedi-Arabië bevriend was met de verdreven president Mubarak.

De overtuigende documentaire voorspelt dat Al-Jazeera verder aan banden zal worden gelegd omdat de emir van Qatar steun van Saoedi-Arabië nodig heeft voor zijn gasexport. Vorige maand is als omineuze inleiding een neef van de emir als directeur van Al-Jazeera benoemd.

Carolien Roelants