Ontsnapt aan de spookbeelden van weleer

Twee keer had Nieuw-Zeeland op een WK van Frankrijk verloren. Gisteren wonnen de rugbyers eindelijk van hun Angstgegner.

New Zealand All Blacks Kieran Read takes lineout ball during their Rugby World Cup final against France at Eden Park in Auckland, New Zealand, Sunday, Oct. 23, 2011. (AP Photo/Christophe Ena) AP

Een nederlaag tegen Angstgegner Frankrijk voor eigen publiek en het licht was definitief uitgegaan aan de andere kant van de wereld. Volgens pessimisten was dat doemscenario allerminst ondenkbaar, na een jaar dat in Nieuw-Zeeland zal worden bijgeschreven als een annus horribilis – een rampjaar.

Dat begon elf maanden geleden met vier ondergrondse explosies in Pike River Mine (29 doden), gevolgd door een verwoestende aardbeving in Christchurch en, recentelijk, de milieuramp in de Bay of Plenty door toedoen van de gestrande olietanker MV Rena. Tot overmaat van ramp verdween onlangs ook nog eens het nationale troeteldier, pinguïn Happy Feet, van de radar na zijn veelbesproken kuuroord in Nieuw-Zeeland.

Het land kon wel een mentale opkikker gebruiken, en die kwam gisteren dan ook als geroepen. Vierentwintig jaar na de eerste – en tevens laatste – wereldtitel beklom de nationale rugbyploeg opnieuw de hoogste trede. Na een benauwde zege (8-7) op Frankrijk keerde de William Webb Ellis Trophy terug in het land, dat zichzelf beschouwt als de bakermat van de stoere sport met de ovale bal. „Ik voel me trots dat ik een Nieuw-Zeelander ben”, zei bondscoach Graham Henry in zijn dankwoord tegen het uitzinnige thuispubliek (60.087 toeschouwers) op Eden Park. „Hier hebben we erg lang van gedroomd.”

Van het gezicht van de rugbyveteraan was de opluchting af te scheppen, en dat was geen wonder. Het verrassend sterke Frankrijk, in de voorronde nog het lachertje van het toernooi na nederlagen tegen Nieuw-Zeeland en Tonga, overtrof zichzelf en wist de thuisploeg in de tweede helft met de rug tegen de muur te zetten. Het was de onverzettelijkheid van met name aanvoerder Richie McCaw die voorkwam dat Nieuw-Zeeland een pijnlijk hoofdstuk kon toevoegen aan de reeks WK-teleurstellingen.

Henry (65) had vooraf verklaard dat zijn All Blacks de trauma’s uit het verleden – twee voor onmogelijk gehouden WK-nederlagen tegen Frankrijk in 1999 en 2007 – voorgoed hadden begraven. Gaandeweg de slijtageslag viel gisteren echter niet aan de indruk te ontkomen dat de spookbeelden van weleer nog wel degelijk door de hoofden van zijn spelers dansten. De thuisploeg leek bevangen door zenuwen en ging, zeker na rust, bij vlagen verkrampt te werk.

Met dank ook aan Frankrijk, dat niet geïmponeerd bleek door de zwarte rugbymachine. Die boodschap bracht de ploeg kort voor aanvang al, toen de Nieuw-Zeelanders hun traditionele Maori-krijgsdans – de haka – opvoerden. In plaats van stoïcijns toe te kijken, zoals te doen gebruikelijk bij deze eeuwenoude traditie, schuifelde het vijftiental brutaalweg naar voren en vormden Les Bleus een symbolische ‘V’ – de ‘v’ van victory en victoire: overwinning. Het was een doelbewuste provocatie, erkende aanvoerder Thierry Dusautoir na de derde verloren WK-finale (na 1987 en 1999) op rij.

Het publiek kon het wel waarderen. Frankrijk had voorafgaand aan het duel de harten van veel Nieuw-Zeelanders gestolen door een gebaar te maken, dat in tal van andere sporten ondenkbaar zou zijn. De ploeg had vrijdag de toss gewonnen, maar teammanager Jo Maser besloot desondanks dat de tegenstander in het thuistenue mocht spelen: het zwarte tricot met de witte varen op de borst. Op Nieuw-Zeelandse bodem zag Frankrijk af van het eigen vertrouwde blauw. Met zijn geste onderstreepte Maser het aloude adagium van de rugbysport: a hooligan’s game played by gentlemen.

Een sport ook die onvermoede krachten losmaakt bij al even onvermoede hoofdrolspelers. Nadat Piri Weepu namens de thuisploeg had gefaald als trapspecialist – hij liet in de eerste helft acht punten liggen – waren de ogen ineens gericht op een speler, wiens interlandcarrière voorbij leek: Stephen Donald. Als vervanger van sterspeler Dan Carter beging Donald, bijgenaamd Donald Duck, vorig jaar enkele cruciale fouten, waardoor een riant ogende voorsprong (24-12) uit handen werd gegeven in een testwedstrijd tegen aartsrivaal Australië: 24-26. Op Facebook begonnen supporters een actie om hem buiten de WK-selectie te houden.

Met succes, zo leek het, want bondscoach Henry deed geen beroep op de inmiddels 27-jarige speler van Waikato. Totdat aanhoudend blessureleed hem vorige week, vlak voor de halve finale tegen Australië, alsnog dwong Donald op te roepen. Saillant detail: toen Donald werd gebeld, was hij aan het vissen. „Mijn andere hobby”, luidde zijn laconieke commentaar. Gisteren trad hij aan als vervanger van de derde keuze op de flyhalf-positie, Aaron Cruden, die na 33 minuten het veld moest verlaten nadat hij zijn knie had verdraaid.

Uitgerekend Donald bezorgde Nieuw-Zeeland met een rake vrije schop de drie punten die cruciaal bleken te zijn voor de eindoverwinning. „Alle kritiek aan mijn adres is grotendeels aan mij voorbij gegaan”, zei de nieuwe volksheld na afloop tegen de verzamelde wereldpers. Hij was naar eigen zeggen altijd in zichzelf blijven geloven. „En vandaag heb ik gewoon gedaan wat ik moest doen.”