Noodfonds EFSF moet hoger door 'hefboom'

Er liggen twee methodes op tafel om de slagkracht van het noodfonds EFSF te vergroten. Komende dagen moeten technici en politici kiezen welke het wordt – zelfs een mengvorm is mogelijk.

De beste manier om het Europese noodfonds EFSF in een krachtige „bazooka” te veranderen, is natuurlijk dat alle eurolanden er veel meer geld in leggen. Maar dat gaat niet, omdat de meeste regeringen krap bij kas zitten. Maar nu Italië moeilijkheden kan krijgen, is het EFSF niet groot genoeg.

Dus praten politici en technici over ‘leveraging’: het fonds via financiële hefbomen een enorme reikwijdte geven. Dit is de enige manier nog.

Twee ideeën liggen op tafel. Het eerste is dat het EFSF tegen beleggers zegt: koop vooral Italiaanse (of Spaanse) staatsobligaties, want als er problemen komen, zijn de eerste 20 procent aan verliezen voor het fonds.

Met deze verzekering wil het fonds de vlucht van beleggers uit zuidelijke eurolanden stoppen. Het neemt hiermee een flink risico. Sommigen willen zelfs dat het EFSF die verzekering los gaat doorverkopen, als een soort credit default swaps (CDS) – jazeker, dat zijn de producten die de kredietcrisis mede hebben veroorzaakt.

Anderen zien meer in een nieuw beleggingsvehikel, een soort satelliet van het EFSF, waarin geld wordt gestopt van het EFSF, van beleggers en van het IMF. Eventueel kan dit ook bij het IMF worden ondergebracht, waarmee het internationale karakter van de crisis – en de oplossing – helemaal duidelijk wordt. Dit vehikel (in jargon ‘SPV’: Special Purpose Vehicle) kan staatsobligaties gaan opkopen van landen die gezond zijn maar toch in de gevarenzone komen. Ze kan ook banken gaan steunen.

Welke optie het wordt, weet niemand. Een melange van de twee opties kan ook. Of het werkt, is niet te zeggen. Alleen superingevoerde techneuten begrijpen de voordelen en de nadelen hiervan. Die formuleren zij nu voor ministers en regeringsleiders.

Caroline de Gruyter

    • Caroline de Gruyter