Miniatuurtjes in de kunst zijn niet gezellig

Märklinworld. Kunsthal KAdE, Smallepad 3, Amersfoort. T/m 8 januari. Inl: kunsthalkade.nl ****

Wat groot is imponeert, wat klein is vertedert. Verkleind vertederen zelfs banale dingen als een krant en een wc. Leg ze in een poppenhuis dan komt er nog verbazing bij: het is kennelijk niet de grootte die een ding tot een ding maakt. Miniatuurtaartjes zijn nog steeds taartjes.

Vertedering en verbazing krijgen weer gezelschap van tevredenheid als huizen, bomen en treinen zijn verkleind. Je kunt naar de wereld kijken en zien dat die goed is. Gezellig.

De poppenhuizen in het Rijksmuseum, Madurodam en Zwitserland zijn plekken waar deze drie reacties opkomen. Wie ze ook verwacht op de tentoonstelling Märklinworld in kunsthal KAdE in Amersfoort, komt bedrogen uit.

Op de begane grond rijdt een treintje door installaties van acht kunstenaars, en geen van die installaties is gezellig. In die zin lijkt Märklinworld een programmatische tentoonstelling: kunst is vooral bedoeld om aan te tonen dat de wereld helemaal niet gezellig is. Deze kunstenaars vertellen geen sprookjes. Ontmaskering is het credo. Rob Voerman creëerde bijvoorbeeld een soort ruïne van het Rietveld Schröderhuis, Leonid Tsvetskov maakte het soort landschap dat je rond modelspoorwegen nooit ziet: geen weitjes, dorpjes en riviertjes maar een industrieel landschap vol fabrieken en oliereservoirs.

Op de bovenverdieping is werk te zien van nog 32 binnen- en buitenlandse kunstenaars die zich met de constructie van de werkelijkheid bezighouden. KAdE heeft hier een motief te pakken dat veel hedendaagse kunstenaars hanteren. Opmerkelijk veel werk op de tentoonstelling betreft fotografie. Vaak is niet meteen duidelijk of je naar een model kijkt, naar de werkelijkheid of naar allebei. Wat te denken van als cactus of palmboom vermomde zendmasten (gefotografeerd door Robert Voit)?

Vreemde eend in de bijt op Märklinworld is Peter Fritz. Deze Oostenrijker maakte schaalmodellen van gebouwen. De huisjes van Fritz zijn de enige die in Madurodam zouden kunnen staan; ze vertederen, verbazen en stemmen tevreden. Wat mooi, wat knap, wat gezellig, en nostalgisch want veertig jaar geleden gemaakt. Maar Fritz was dan ook verzekeringsagent, geen kunstenaar. Zijn werk wordt gepresenteerd door Oliver Croy, wel kunstenaar, die de modellen in een rommelwinkel vond, en de architect Oliver Elser.

De hoeveelheid modellen die Fritz vervaardigde, bijna 400, maakt ook deze installatie uiteindelijk een beetje creepy. Voor Fritz lijken de huisjes geen hobby geweest maar een obsessie. Als installatie van Croy en Elser geven de huisjes akelig weer wat er mooi en mis is aan de wereld, op elke schaal.