Kroniek van een bekeuring

Voorzichtig grijp ik onder de bijrijderstoel. Bij lenteweer hoort een muziekje en onder die stoel ligt een cd. Met een half oog houd ik het grillige verkeer van Johannesburg in de gaten. Gaat prima. Maar net als ik weer rechtop achter het stuur zit, verschijnt op de weg een politieagente. Of ik even stoppen wil.

Als ik stil sta, herinner ik me weer dat het buurtkrantje onlangs waarschuwde voor nepagenten met nepuniforms die met echte wapens een omaatje van haar pensioen hadden beroofd. Maar deze verkeerscontrole lijkt buitengewoon authentiek.

„U was aan het bellen. Dat mag niet”, zegt een kleine stevige agente niet onvriendelijk. Ik ontken.

„Ik zag duidelijk dat u niet beide handen aan het stuur had. En wat ligt daar naast u? Dat is een telefoon. Mag ik uw rijbewijs even zien?”

Dit wordt een lange discussie. Veel Zuid-Afrikanen weten wat ze nu te doen staat. Naar de portemonnee grijpen. Ook mensen die klagen dat er vroeger minder corruptie was, weten precies hoe ze snel van onderbetaalde politieagenten moeten afkomen. Ik overhandig gewoon mijn rijbewijs.

„Maar meneer, dat is een buitenlands rijbewijs. Dan kunnen we de bekeuring niet naar uw huis sturen. U woont hier? Dat maakt niet uit. Buitenlands rijbewijs betekent: mee naar het bureau.” Een andere, hogere en minder vriendelijke agente bevestigt dat: ik moet mee in de politiewagen, mijn auto wordt nabezorgd.

De conversatie valt even stil. Ik begin over het mooie weer, over hoe geweldig leuk Zuid-Afrika is en of de dames gisteren de voetbalwedstrijd hebben gezien. „Kijk, we willen u natuurlijk geen vervelende dag bezorgen”, zegt de hogere agente opeens oplossingsgericht. „Waarom koopt u niet gewoon lunch voor ons?”

Het is zondagochtend tien uur. ‘Lunch’ of een ‘cooldrink’ zijn codewoorden voor de domme automobilist die echt niet snapt dat zij hier niet staan om de staatskas te spekken. Maar haast heb ik niet. Ik bied aan mee te gaan naar het bureau.

Zuid-Afrika is niet zo corrupt als veel andere Afrikaanse landen. Maar corruptie begint „normaal” te worden, schreef de populaire columnist Justice Malala onlangs. Een collega van hem was voor de vijfde keer voor haar rij-examen gezakt. De rij-instructeur had haar verteld dat ze de examinator iets moest toeschuiven. Dat vertikte ze. Dus zakte ze. Iedere dag staan de kranten vol morsige zakendeals. De vorige nationale politiechef werd vorig jaar veroordeeld wegens het aannemen van steekpenningen van een maffiabaas, de huidige keurde dubieuze deals goed vooreen veel te dure kantoorruimte. Aan de top lijkt iedereen te graaien en dat lezen politieagenten natuurlijk ook.

Nog een kwartier lang sta ik met de twee agentes bij mijn auto. De hele wereld nemen we door, tot mijn geduld op raakt. Ik geef een van de dames de contactsleutel en stel voor nu echt naar het politiebureau te gaan. Ze kijken elkaar verbouwereerd aan. „Maar meneer”, zegt de kleine agente, „u weet toch dat het bureau zondag gesloten is?”

Nee, dat wist ik niet.

„Prettige dag verder.”

Peter Vermaas

Correspondent voor nrc.next en NRC Handelsblad in Zuid-Afrika

    • Peter Vermaas