Kamperen en werken bij de beurs

De occupy wallstreet beweging heeft enkele tientallen sympatisanten op het beursplein in Amsterdam, waar zij protesteren en overnachten. Een beurshandelaar voor Mijn Broker poseert. Foto: Peter de Krom

Eric de Bats (50) is een selfmade man. Op zijn vierentwintigste werd hij postbezorger voor de ABN Amro in Amsterdam. Twee jaar later kwam er een functie vrij op de beursvloer, en tot zijn eigen verbazing kon hij direct aan de slag. Sindsdien werkte hij als aandelenhandelaar en vermogensbeheerder voor verschillende banken en financiële instellingen. In 2010 werd het tijd om voor zichzelf te beginnen. Nu is hij directeur van Mijnbroker, een goedkope online aanbieder van transacties voor particuliere beleggers. Hij heeft vijf mensen in dienst. Zijn levensmotto: „Hard werken, dan kom je er vanzelf wel.”

U loopt elke ochtend over het tentenkamp van de Occupy-beweging naar de ingang van het Beursgebouw. Vindt u het vervelend dat de betogers er zitten?

„Nee hoor, helemaal niet. Ik word niet aangesproken of lastiggevallen, terwijl ik door mijn kleding wel herkenbaar ben als beurshandelaar. Maar ja, om kwart voor acht slapen ze natuurlijk allemaal nog. Als ik uit mijn werk kom is er wat meer activiteit, maar ook dan trekken ze zich weinig van mij aan. De sfeer is gelukkig heel gemoedelijk.

„Ik vraag me wel altijd af wat ze hier precies doen. Niet alleen omdat het onduidelijk is wat hun eisen zijn, maar ook omdat ze volgens mij de verkeerde plek hebben uitgekozen om hun tenten op te zetten. Begrijp me niet verkeerd, ze hebben alle recht om te demonstreren. Maar de grote financiële instellingen waar zij zich tegen afzetten, hebben het Beursgebouw al jaren geleden verlaten. Die zitten tegenwoordig allemaal op de Zuidas.”

Wat denkt u als u ‘s ochtends langs die tentjes loopt?

„Ik vind het wel geestig. Ik heb elke ochtend het gevoel alsof ik plotseling op een camping ben beland. Wie ziet er nou voor de ingang van zijn kantoor iemand met een toiletrol naar de wc’s lopen?”

De betogers noemen de handelaren op Beursplein 5 ‘graaiers’. Voelt u zich aangesproken?

„Nee, ik heb een klein bedrijf en ik werk 60 uur per week voor een eerlijke boterham. Dat er excessen in Amerika zijn geweest, onderschrijf ik. Maar ik kan hier in het Beursgebouw niemand noemen die tientallen miljoenen aan bonussen heeft gekregen. Dat zoiets in Amerika gebeurt, oké. Maar waarom moet je dan in Nederland gaan protesteren?

„Bovendien dwingen wij niemand om bij ons te komen beleggen. We leveren een product omdat er vraag naar is. Mensen willen beleggen, dat kun je niet verbieden.”

De betogers zeggen dat ze 99 procent van de wereldbevolking vertegenwoordigen.

„Dat is kul natuurlijk. Zo’n 10 procent van de Nederlanders heeft zijn spaargeld belegd. En daarnaast hebben alle Nederlanders baat bij lage pensioenpremies, goedkope hypotheken en hoge spaarrentes. Wie zijn zij om de sigarenboer op de hoek te vertellen wat hij met zijn geld moet doen?”

Sommige betogers hebben aangegeven de hele winter te willen blijven, wat vindt u daarvan?

„Ik zie de toegevoegde waarde niet. Ze hebben hun punt nu wel gemaakt. Volgende maand komt de kerstmarkt weer op het Beursplein, daar moet ook ruimte voor worden gemaakt. Ze hebben nu wel genoeg aandacht gehad.”

Wat zou u willen zeggen tegen een betoger als hij tegenover u zat?

„Ik kom uit een familie waar gezegd wordt: hard werken, veel uren maken. Ik heb de neiging om dat ook tegen zo’n kraker te zeggen. Ga eens hard werken voor je geld, dan kom je er vanzelf wel.”

De demonstrant: we zoeken een tweede locatie

Niek Verdonk (23) woont in een kraakpand in Amsterdam. Tweeënhalf jaar geleden ging het uit met zijn vriendin en stond hij plotseling op straat. Een huis kopen ging niet, omdat de bank hem geen hypotheek wilde geven. Huren had geen zin, omdat hij nog maar twee jaar stond ingeschreven bij de woningbouwvereniging. Vijf maanden logeerde hij bij vrienden op de bank. Toen concludeerde hij dat kraken „de enige optie” was. Verdonk werkt in een fietsenwinkel en heeft zijn uitzendbaan als restaurateur van monumentale panden net opgezegd. Hij wilde zoveel mogelijk tijd vrijmaken om op het Beursplein in Amsterdam te demonstreren tegen het financiële systeem. Zijn motto: „We are the 99 percent, occupy everything.”

U heeft iets tegen beurshandelaren?

„Het is niks persoonlijks. En ik vind de handelaren die elke ochtend door het tentenkamp lopen om naar hun werk te gaan heel moedig. Er zijn genoeg handelaren die sinds de demonstratie de achteringang nemen. Sommigen krijgen een applausje van ons en dat nemen ze waardig in ontvangst.

„Maar die beurshandelaren staan natuurlijk voor een groter systeem, waarin 99 procent van de mensheid de lul is en 1 procent profiteert. Daar moet verandering in komen.”

Denkt u dat zo’n beurshandelaar zich iets van jullie aantrekt?

„Ik hoop het.”

Dat financiële systeem brengt toch ook veel voordelen met zich mee? De pensioenpremies zijn lange tijd bijvoorbeeld erg laag geweest, omdat de pensioengelden zijn belegd.

„Ja en nee. Beleggen is een gok. En zeker in het huidige financiële klimaat is het gokken met geld op een heel onstabiele markt. Daarin kun je misschien in korte tijd veel geld verdienen, maar je bent het in even korte tijd net zo hard weer kwijt. Ik vind niet dat je met andermans spaargeld, want dat zijn pensioenen eigenlijk, zulke hoge risico’s moet aangaan.”

Wat zou u tegen een beurshandelaar willen zeggen?

„Verkoop al je aandelen, doe een bankrun op de ABN Amro en de ING en zet al je geld bij de ASN Bank of Triodos. Want ik denk dat het daar nu een stuk veiliger staat.”

De bezetting van het Beursplein is een succes: er staan ruim honderd tenten. Is het plein te klein voor jullie beweging?

„Het lijkt erop. Nog steeds willen mensen komen overnachten, maar die moeten we vaak teleurstellen omdat er geen ruimte is. Daarom zijn we op zoek naar een tweede locatie in de stad. We zijn erover in gesprek met de gemeente. De Dam lijkt ons wel wat, of het Westerpark, bij de Nederlandsche bank, of het Vondelpark. Dan kunnen er zo weer honderd tenten bij.”

Vorige week kwamen mensen uit alle lagen van de samenleving demonstreren, maar inmiddels lijkt de groep eenvormiger te worden. Ik zie vooral krakers en anti-globalisten. Kun je nog wel spreken van een ‘brede volksbeweging’?

„Ik ben het niet met die analyse eens. Bij de mensen die achter de schermen helpen, zitten een aantal krakers. Maar als je kijkt wie naar het plein komt, dan zie ik een heel diverse groep. Er lopen hier ouders met hun kinderen rond, en zelfs zakenmannen in pak.”

U hebt de afgelopen week bijna elke nacht op het plein geslapen, lijkt me koud.

„Nee hoor, ik heb het geen moment koud gehad. De truc is naakt in je slaapzak te gaan liggen. Als je je kleding aanhoudt komen je lichaamsdelen niet tegen elkaar aan, waardoor je warmte verliest. Vervolgens moet je in een coconnetje gaan liggen, dan broeit het allemaal veel beter.”