'Ik ben er nog lang niet, maar wel op de goede weg'

Met ouderwets lange klappen reed Sven Kramer zaterdag zijn eerste vijf kilometer na anderhalf jaar. „Ik wilde een afbouwende race rijden, dat ging erg goed.”

Even mijn korte broek aantrekken om uit te fietsen, zegt een opgeruimde Sven Kramer in de tunnel onder de ijsbaan van de Max Aicher Arena in Inzell. Fietsend op de rollen kijkt hij zaterdagmiddag terug op een sterke vijf kilometer, zijn eerste test na anderhalf seizoen blessureleed en een eerste wedstrijdje op de drie kilometer van vorige week.

Rustige start, met twee rondjes in de 31 seconden. Lichtjes versnellen, op gang gebracht door zijn Poolse tegenstander en ploeggenoot Konrad Niedzwiedski, die de race na drie kilometer voor gezien houdt. Maar Kramer gaat door. Lange klappen als vanouds en na drie rondjes 29 eindigt hij in 6.23,05. Beste tijd van alle schaatsers dit seizoen, ruim voldoende voor plaatsing in de eerste groep bij de NK afstanden over twee weken in Heerenveen. „Het ging makkelijk”, oordeelt Kramer. „Heel erg goed.”

Trainer Geert Kuiper zei dat hij na twintig jaar niet korfballen direct weer het juiste gevoel voor die sport had. Volgens hem heb jij iets dergelijks met het schaatsen van een vijf kilometer, jouw favoriete afstand.

„Dat klopt wel. Achttien maanden had ik hem niet gereden. Ik schaatste vandaag alweer beter dan de drie van vorige week, kom steeds meer in mijn slag. De rechte stukken en bochten gingen gewoon goed. Dat komt ook omdat ik tig keer twaalf rondjes heb gereden en dat ik op belangrijke momenten heel harde vijf kilometers heb geschaatst. Neemt niet weg dat dit voor mij iets heel anders was dan een race op routine. Zo’n vijf kilometer als vandaag is voor mij spannender dan een World Cup.”

Was het niet moeilijk om relatief rustig te beginnen?

„Nou, hij [Niedzwiedski] ging iets te zacht in het begin. Maar zo moet ik nu niet denken. Ik kan er ook na drie, vier rondjes een 29’er inzetten. Dat kan gerust. Is misschien makkelijker dan jezelf proberen te beheersen. Vooral daarom ben ik zeer tevreden. Ik wilde een afbouwende race rijden, dat ging gewoon goed.”

Hoe lang is het geleden dat je een aflopend schema reed op de vijf kilometer?

„De laatste vier, vijf jaar heb ik haast geen vijf kilometer meer gereden als trainingswedstrijd. Het was altijd belangrijk. Bij EK’s en WK’s knal je er natuurlijk vol in. Maar dit is ook wel eens lekker. Kijk, je kunt 6.20 rijden met de longen uit je lijf. Daar word ik niet beter van. Het ging me hier vooral om de manier waarop. Maakt niet uit of ik dan 6.22 rijd of 6.24. Ik voel nu weinig vermoeidheid. Dat telt.”

Was je niet bezig met plaatsing voor sterkste groep op de NK afstanden?

„Stiekem had ik dat wel in mijn hoofd. Maar als je eenmaal bezig bent… Als je meteen zulke tijden kunt rijden, is dat erg belangrijk.”

Een dag voor de race reed je in training ook vijf rondjes aflopend van 30,5 tot 29,5. Reageert je lichaam al weer zo voorspelbaar?

„Ik heb best controle eigenlijk. In training doe ik een set-up en weet: dit houd ik wel vol, zo rijd ik morgen de vijf ook. Dat geeft een goed gevoel. Zeker nadat ik achttien maanden heel veel specifiek werk niet heb gedaan. Pas deze twee weken in Inzell ben ik de intensiteit op het ijs gaan opzoeken. Dan ben ik blij met waar ik nu sta. Dat had ik een paar maanden geleden niet gedacht.”

Eindelijk weer topschaatser.

„Ja, fijn. Ik heb een hele winter aan de kant gestaan, heb zeker mijn moeilijke momenten gehad. Ook wel ontspannen momenten, dat ik er helemaal niet mee bezig was. En het is uiteindelijk best snel gegaan. Zulke blessures kunnen nog veel langer duren. Of je komt gewoon niet meer terug. Kan maar zo. Er zijn toppers genoeg geweest die hun niveau niet meer haalden na zoiets. Ik heb een lange weg bewandeld, een moeilijke weg. Ik ben er nog lang niet, maar ik ben op de goede weg.”

Momenten gehad dat je dacht…

„Ik kap ermee? Ja, die momenten heb ik absoluut gehad. Dan dacht ik: ‘Weet je wat het is jongens? Ik vind het allemaal wel goed zo, het is mooi geweest.’ Vooral in de periode dat we geen vinger achter die blessure konden krijgen. Dat maakt je erg onzeker. Op een gegeven moment zijn we een behandeltraject in gegaan. Daar ben ik honderd procent in gaan geloven. Eerst zag ik nog niet van dag tot dag dat het beter ging en ook niet van week tot week. Maar uiteindelijk wel van maand tot maand. Met heel kleine stapjes. En ook al zijn de verbeteringen nog zo klein, daar begin je er wel in te geloven.”

Al klaar voor de stress rond de echte wedstrijden?

„Inzell is een goed trainingskamp geweest. Vanaf nu wordt het steeds belangrijker. Maar ik blijf zeggen dat voor mij het allerbelangrijkste is om pijnvrij en lekker vijf kilometers te rijden. Als ik weer op niveau zit, ga ik mezelf vanzelf weer willen meten. Je wilt toch meedoen hè? Dat moment komt zeker en misschien eerder dan sommige mensen hebben gedacht. Daar ben ik nu nog niet heel erg mee bezig.”

En het grote Sven Kramer-interview?

„Daar is het te vroeg voor. Ik probeer iedereen zo goed mogelijk te vertellen hoe ik er voor sta. Over de afgelopen periode praat ik pas als de tijd er rijp voor is. Ja, het is al mooi dat ik nu van ‘afgelopen periode’ kan spreken.”