Gouden tijd olietankers is voorbij

Steeds meer olietankers worden op last van rechters verkocht. De tankvaart zit in een diepe crisis en dreigt de bancaire sector mee te slepen. „Ze zitten in een spagaat.” 

A Kaptanoglu Shipping Corp. oil tanker, left, and another tanker unload shipments of oil through an underwater pipeline connected to the Chevron El Segundo refinery in El Segundo, California, U.S., on Thursday, Feb. 24, 2011. Crude oil in New York retreated from the highest level in 29 months on assurances from the U.S., Saudi Arabia and the International Energy Agency that they can compensate for any disruption of Libyan oil shipments. Photographer: Jonathan Alcorn/Bloomberg Bloomberg

Vorige week verschenen drie advertenties voor de gedwongen verkoop van een zeeschip in deze krant: de Prodromi, Anefani en Marim. Het leken wel overlijdensberichten. Er ontbrak alleen een rouwrand.

De mondiale scheepvaart – en met name de olie- en chemicaliëntankvaart – zit in een diepe crisis. Kleinere beursgenoteerde reders zoals Omega Navigation gingen al failliet. Andere, zoals het in Nederland gevestigde Marco Polo Seatrade, vroegen bescherming aan tegen schuldeisers. Zelfs de grootste spelers in de branche hebben het moeilijk: Frontline boekte in de eerste helft van dit jaar verlies en ziet de toekomst somber in.

Het probleem is dubbel. Er zijn teveel tankers op de markt en de economische crisis – met als gevolg daarvan een lagere vraag naar olie – zet de branche onder druk. De tarieven voor supertankers van het type very large crude carrier (VLCC) en Suexmax zijn sinds het topjaar 2008 met ruim 70 procent gedaald. Die erg lage prijzen die al maanden voor het transport van ruwe olie op zee worden betaald, zorgen voor dieprode cijfers bij reders.

De situatie is volgens experts onhoudbaar. Reders laten hun schepen trager varen en houden ze langer in de havens, om te vermijden dat ze uit de vaart moeten worden gehaald. Op bepaalde vaarroutes zijn de tarieven op de spotmarkt – waar de tankers op dagbasis worden verhuurd – zo sterk gedaald dat scheepseigenaren geld op tafel moeten leggen om de vracht toch te kunnen verschepen.

Anderen zijn niet meer in staat hun vloot te financieren, met een gedwongen verkoop tot gevolg. „De afgelopen maanden is het aantal gerechtelijke verkopen opmerkelijk gestegen”, zegt Carel van Lynden van het Rotterdamse advocatenkantoor AKD, dat komende maand de veiling van de olietanker Anefani en de chemicaliëntankers Prodromi en Marim organiseert in opdracht van Royal Bank of Scotland.

Om te vermijden dat het onderpand van de schepen door veilingen te veel in waarde zakt om het risico van de hypotheeklening te dekken, hebben banken zo lang mogelijk geprobeerd executieverkopen te vermijden. Maar dat is niet langer het geval. „We hebben op dit ogenblik zeven dergelijke veilingen in de agenda staan”, zegt Van Lynden. Naast RBS treedt het kantoor ook op voor Commerzbank. „Duitse banken zijn harder getroffen dan andere banken”, zegt hij. „Hun marktaandeel in de financiering van schepen is groter.”

Scheepsmakelaars en bankiers deden de afgelopen jaren gouden zaken met nieuwbouw. Vooral in de topjaren 2007 en 2008, toen de rente erg laag stond en de verwachtingen over het mondiale olieverbruik zeer optimistisch waren, werden erg veel nieuwe schepen besteld. Die gouden tijd is nu voorbij. Het aantal olietankers groeit op dit ogenblik sneller dan de olieconsumptie.

Scheepsmakelaar Fearnleys verwacht dat de vloot voor VLCC's – de meest gebruikte tankers voor het transport van ruwe olie – dit jaar met 14 procent zal groeien en volgend jaar met 9 procent. In zijn jongste maandelijkse rapport houdt het Internationale Energie Agentschap (IEA) rekening met een toename in olieverbruik van amper 1,3 procent voor dit jaar en 1,8 procent in het jaar daarop.

Een aantal olietankers werd de afgelopen jaren ook gebruikt als drijvende opslag voor handelaars die overtollige olie hadden ingekocht en hoopten daarop geld te verdienen, dankzij de weer aantrekkende prijzen op de olietermijnmarkten van Londen en New York. Die speculatieve tendens is nu voorbij. Grote prijsstijgingen op korte of middellange termijn worden niet meer verwacht. Die olietankers zijn daardoor weer in de vaart genomen, met een nog grotere overcapaciteit in de branche tot gevolg.

Volgens Van Lynden dreigen banken in een spagaat terecht te komen. „Door de financiële crisis hebben ze al moeite om de eigen winkel draaiende te houden”, zegt hij. „Nu dreigt ook de waarde van hun onderpand onderuit te gaan.” De meeste schepen die tot nu toe werden geveild, gingen aan relatief goede prijzen van de hand. „Maar het tij kan keren.” Hij sluit niet uit dat banken zoals RBS en Commerzbank gedwongen zullen worden zelf te gaan bieden tijdens de veiling om te voorkomen dat de waarde van het onderpand van de schepen te ver naar beneden gaat.

De drie zeeschepen die in november door zijn kantoor worden geveild, zijn eigendom van de Cypriotische reder Ocean Tankers die afgelopen zomer in liquiditeitsnood kwam door een te snelle groei. In één jaar tijd breidde het zijn vloot met dertien nieuwe tankers uit, vaak aan nieuwbouwprijzen die in 2008 op hun piek stonden.

Ingewijden vrezen dat ook grotere spelers in de branche op bankroet of een forse reorganisatie afstevenen, als de malaise blijft aanhouden.