Dubbel signaal aan banken: betaal (niet) mee

De banken vormen een steeds zwakkere schakel in de crisis. Ze moeten meebetalen aan leningen voor Griekenland, maar ook vers kapitaal krijgen. Noordelijke banken staan er beter voor dan hun zuidelijke collega’s.

Europese ministers van Financiën hebben zaterdag besloten dat de totale herkapitalisatie van Europese banken, waarover al weken onenigheid was, om en nabij de 108 miljard euro ligt. Dat is minder dan eerst werd aangenomen. Deels komt dit doordat noordelijke banken zuidelijke staatsobligaties hebben verkocht, en die in veilige noordelijke obligaties hebben gestoken. Daarmee neemt hun ‘exposure’ aan de schuldencrisis af. Maar het risico dat de zuidelijke banken lopen stijgt.

In principe moeten banken zelf voor meer kapitaal zorgen . Als het niet lukt, springen regeringen bij. Als ‘last resort’ kan het noodfonds EFSF dienen. Hoe dit werkt, hangt af van de structuur die het EFSF woensdag krijgt.

Banken moeten ook meer meebetalen aan het tweede leningspakket voor Griekenland. De korting die ze in juli kregen (21 procent) wordt opgetrokken naar 50 of wellicht 60 procent. Duitsland en Nederland pleiten voor dat laatste. Frankrijk, waar de banken relatief veel Grieks staatspapier hebben, trapt op de rem. Ook de ECB is tegen. De onderhandelingen beginnen net en niemand verwacht dat ze woensdag al afgelopen zijn.

Velen wijzen op een tegenstrijdigheid: bij Griekenland moeten banken ‘meebloeden’ (zij het met forse overheidsgaranties), maar nu het noodfonds EFSF een beschermingswal om Italië en Spanje moet leggen, wordt beleggers juist het tegenovergestelde aangeboden: de eerste korting is juist niet voor beleggers maar voor het fonds. Het EFSF zou deze garanties gaan afgeven om te uittocht van beleggers uit zuidelijke eurolanden te stoppen. Volgens een diplomaat toont dit vooral aan „dat politici weinig van de financiële sector begrijpen”.

Caroline de Gruyter