De vele lagen van het Lam Gods

In 1432 was het af, bijna drie en een halve meter hoog en vier en een halve meter breed: het wereldbefaamde altaarstuk ‘Het Lam Gods’ van de gebroeders Van Eyck. Het veelluik is nog steeds de topattractie van Gent. Vorig jaar is het grondig onderzocht en deels geconserveerd onder leiding van Anne van Grevenstein (1947). Ze is hoogleraar ‘praktijk van conservering en restauratie’ aan de Universiteit van Amsterdam.

Wat is er bijzonder aan het Lam Gods?

„Dat het er nog is, is al fantastisch. Maar het is ook prachtig. Een mirakel in olieverf. De weergave van het licht, en de natuurgetrouwheid van de figuren, van het materiaal. Het realisme stond nog in de kinderschoenen. Er is weinig dat je als een proloog hiervoor kunt zien, en opeens staat er dan dit.

„De techniek is ook heel knap. Er is wel gezegd dat de gebroeders Van Eyck de olieverf uitvonden. Dat is niet waar, maar we kennen nog steeds niet alle precieze samenstellingen van het bindmiddel dat aan de drogende olie werd toegevoegd, en dat werd aangepast aan het type pigment. Kleur aanbrengen gebeurde met gemalen halfedelstenen, zoals lapis lazuli, met bladgoud en plantenextracten, en met oxidatieproducten van metalen zoals koper.”

En nu gaan al de vernislagen er af?

„Voilà. We hebben er wel even over gedaan om tot dat restauratieadvies te komen. Maar de vijf, zes lagen die sinds 1951 zijn aangebracht, zijn verouderd, vergeeld, bros. Na de restauratie krijgt het dan een nieuwe laag vernis. In 2016 moet het klaar zijn. Dan is ook de groene laag glas van drie centimeter dik vervangen, waarachter het nu staat.”

Wat zou u nog willen ontdekken?

„Wie wat heeft geschilderd, bijvoorbeeld. Hubert van Eyck stierf al in 1426, zes jaar voor zijn broer Jan het afmaakte. En over de techniek en de laagopbouw. Op het middenpaneel staat het Lam op een altaar, en daaronder heb je een fontein. Die is later geschilderd, want we hebben al gezien dat het gras en de bloemetjes eronder doorlopen.”

De exacte wetenschappen moeten uitsluitsel geven?

„In elk geval helpen. De eerste röntgenopnames zijn al in de jaren twintig van de vorige eeuw gemaakt, maar inmiddels is er veel betere apparatuur, waarmee je ook ter plekke kunt werken, en zonder nieuwe verfmonsters te hoeven nemen. Door dendrochronologie weten we al dat een plank uit het bovenpaneel en een uit het middenpaneel van dezelfde boom komen.”

Liesbeth Koenen

Op 30 oktober spreekt Anne van Grevenstein over ‘De restauratie van Het Lam Gods’. 15.30u. Museum Boerhaave, Leiden. Toegang: entreekaartje museum.