Brussel loopt uit voor de terugkeer van Kuifje

Kuifjekoorts in Brussel zaterdag bij de première van Het geheim van de eenhoorn. „Deze bewerking kan ervoor zorgen dat een jong publiek met Kuifje kennismaakt”, zegt tekenaar Joost Swarte.

„Jamie! Jamie! Over here!” Een meisje van een jaar of veertien balanceert tussen tientallen anderen op een van de betonnen plantenbakken in de Brusselse straat De Brouckère. Vanuit haar positie overziet ze de haag mensen rond de rode loper bij bioscoop UGC.

Het is zonnig en zaterdagmiddag. De Brouckère is afgezet en duizenden Brusselaars – volgens de organisatie tienduizend – zijn afgekomen op de festiviteiten rond de wereldpremière van de nieuwe Spielberg-film The adventures of Tintin: The Secret of the Unicorn.

Het meisje probeert met haar geroep de aandacht te trekken van acteur Jamie Bell, die de rol van Tintin (Kuifje) vertolkt. Bell, bekend van zijn hoofdrol in Billy Elliot uit 2000, deelt handtekeningen uit en zwaait vriendelijk naar het publiek. Steeds als hij zich verplaatst, deint een golf van opgewonden kreten met hem mee. Van even verderop op de rode loper klinken ook regelmatig kreten. Daar loopt regisseur Steven Spielberg.

De Kuifjekoorts van afgelopen weekend moet op donderdag 8 mei 1930 ook in Brussel hebben gehangen. Toen keerde Kuifje, reporter van de jeugdbijlage Le Petit Vingtième, terug van zijn eerste avontuur, in de Sovjet-Unie. Als stunt namen Hergé en een als Kuifje verklede Brusselaar vanuit Keulen de trein naar Brussel. Kuifje zou in levenden lijve terugkeren! Bij het Noordstation stonden honderden jongeren hem op te wachten.

Kuifje begon zijn leven als echte Brusselaar. Geestelijk vader Hergé (Georges Remi, 1907-1983) is er geboren en Kuifje woonde zelf in de Labradorstraat, op nummer 26, totdat hij bij kapitein Haddock in kasteel Molensloot introk.

In 1930 schminkte Hergé de acteur die Kuifje speelde zelf, in 2011 lijkt het of heel Brussel zich heeft voorbereid op de terugkeer van hun held in zijn geboortestad. Er is een speciale wandeling samengesteld langs ‘Kuifjeplekken’, locaties als de Vossenmarkt, die voorkomen in de albums. Er is bovendien geen straat in Brussel of er hangen posters, banieren, billboards met leden van de Kuifjefamilie. ‘Tintin, born in Brussels’ staat er vaak bij vermeld.

Op de posters is het al goed te zien: Kuifje, Bobbie, kapitein Haddock, Jansen en Janssen, en Bianca Castafiore hebben een fikse metamorfose ondergaan. De bewerking van de tweedimensionale figuren, getekend in de klare lijn, tot driedimensionale acteurs in een film is ingrijpend, maar doet recht aan het origineel. Hergé had het goed gezien toen hij vlak voor zijn dood zei dat Spielberg de enige regisseur was die Kuifje zou kunnen vertalen naar het witte doek. Spielberg heeft de personages de eenentwintigste eeuw ingetrokken.

Dat vindt ook de Nederlandse tekenaar Joost Swarte, die naar Brussel toog om de film te zien. „Deze bewerking kan ervoor zorgen dat een nieuw, jong publiek met Kuifje kennismaakt”, zegt Swarte. „Een strip verschilt fundamenteel van een film, omdat je bij een strip zelf de regie voert. Jij bepaalt het leestempo, jij bepaalt waar je naar kijkt. Bij een film bepaalt de regisseur dat, en ik vind dat Spielberg dat goed heeft gedaan.”

Kuifje kan dat nieuwe publiek goed gebruiken. Het is vijfendertig jaar geleden dat het laatste album van Hergé verscheen en de kinderen van toen hebben inmiddels kinderen die minder verknocht zijn aan strips dan hun ouders.

In de periode 2003-2010 is de verkoop van strips bij Groupe Flammarion (het moederbedrijf van Kuifje-uitgever Casterman) met 21 procent gedaald: 2010 vertoonde de scherpste daling in verkoopcijfers.

Stripreeksen waar geen nieuwe titels van verschijnen, zoals Kuifje, hebben het bovendien zwaarder dan ‘levende’ reeksen.

En zo heeft men in België de hoop gevestigd op Spielberg, die al dertig jaar rondliep met het plan Kuifjes avonturen te verfilmen. Een archivaris van Studio Hergé, die in het Hergé-museum in Louvain-la-Neuve de verzamelde wereldpers te woord stond, verwoordde het als volgt: „De Kuifje-albums van Hergé vormen het Oude Testament, nu is het aan Spielberg om het Nieuwe Testament te schrijven.”

Websites als rottentomatoes.com, die het succes van films proberen te schatten, zien een rooskleurige toekomst voor Het geheim van de eenhoorn. Of dat zo is, wordt pas in december echt duidelijk, als de film in de Verenigde Staten in première gaat. Maar het zou zomaar kunnen. Spielberg heeft duidelijk ingezet op een nieuw publiek – het tempo van de film ligt hoog en het aantal spectaculaire actiescènes is overweldigend.

Toch vergeet hij de liefhebber van de strip niet: met name het begin, dat zich afspeelt in Brussel, vormt een bijzondere hommage aan het oeuvre van Hergé.

Vanaf vandaag is ‘The adventures of Tintin: The Secret of the Unicorn’ in Nederlandse bioscopen te zien. Woensdag in de filmbijlage een interview met Spielberg en de recensie.