Met zevenmijlslaarzen door de modder

Journalist en filosoof Jan-Hendrik Bakker schreef een boek over grond. Veel komt aan bod: het tuincentrum, het opgraven van doden, stadsarcheologie, vastgoed en grondspeculatie. Grond blijkt zó basaal. Letterlijk!

Het moet een onooglijk voorwerp geweest zijn dat uitvinder Henry Rose het toegestroomde publiek liet zien op de Country Fair van DeKalb, Illinois, in 1873. Het betrof een stuk hout met daarop scherpe draadpunten, een nagebootste doornstruik waarmee je het vee kon tegenhouden. Zeker drie toeschouwers, schrijft de filosoof Jan-Hendrik Bakker in zijn boek Grond, pikten het idee en pasten het toe op ijzerdraad.

Zo werd het prikkeldraad geboren. Nu was het gemakkelijk om stukken prairie af te zetten, en nu kregen de boeren allengs meer overwicht op de rondtrekkende cowboys met hun vee. Het einde van het Wilde Westen kwam in zicht. Boer en bezit wonnen het van de nomaden.

Er is misschien een Nederlandse filosoof voor nodig om stil te staan bij zoiets laag-bij-de-gronds als prikkeldraad en de implicaties ervan. Jan-Hendrik Bakker, filosoof en journalist bij het AD, is zo iemand. Hij schreef eerder over stedelijkheid, landelijkheid en de overgang tussen die twee. Nu heeft hij een boek geschreven over de laag-bij-de-grondsheid zelf.

Dit artikel werd gepubliceerd in NRC Handelsblad op Vrijdag 21 oktober 2011, pagina 8 - 9. Het hele artikel kunt u hier lezen.