Zuster die vertrouwen gaf en vertrouwen kreeg

Huilend stonden ze de afgelopen week bij de kist in het mortuarium. Mensen die zuster Palmeria kenden van dertig, soms wel veertig jaar geleden. „Aan haar heb ik dingen verteld, die ik nooit aan iemand anders verteld heb”, vertrouwden ze de provinciaal overste van de Arme Dienstmaagden van Jezus Christus, zuster Hermana, toe. „Zuster Palmeria was open en vrij. Wie vertrouwen geeft, krijgt vertrouwen.”

Zuster Palmeria kwam op 22 mei 1907 als Katherina Regenhard ter wereld in Hövelhoff, 70 kilometer ten oosten van Münster. Moeder Regenhard overleed toen Katherina tien was.

Door een blindedarmaandoening kwam ze terecht in het ziekenhuis, waar ze liefdevol verzorgd werd door de zusters van de Arme Dienstmaagden van Jezus Christus. Het contact bleef bestaan en langzaamaan voelde Katharina een roeping.

Op 21 januari 1931 trad ze in en kreeg ze de naam Palmeria. In Dernbach, waar de congregatie tachtig jaar eerder gesticht werd door Katharina Kasper. Het uitgangspunt van de zusters: zorgen voor de armen en hulpbehoevenden.

In 1935 vertrok zuster Palmeria naar een klooster van de Dienstmaagden in Geleen. Ze kreeg een plek in de keuken.

Tijdens de bezetting werd de deels Duitse Arme Dienstmaagden van Jezus Christus niets nagedragen door de Geleners, zegt Walter Buskens van de plaatselijke heemkundevereniging. De zusters kregen het zelf flink voor de kiezen. In augustus 1942 werd de van oorsprong Joodse zuster Aloysia Löwenfels opgepakt als vergelding voor een herderlijk schrijven tegen de Jodenvervolging. Ze werd vergast in Auschwitz. Twee maanden later verloren de zusters hun klooster bij een Brits bombardement.

Ook na de bevrijding bleven anti-Duitse sentimenten achterwege. Zuster Palmeria hield altijd een licht accent. Als er verder al iets Duits was aan de Dienstmaagden dan was het hun strengheid ten opzichte van henzelf en van hun toevertrouwde leerlingen. Het bezorgde de congregatie alleen maar een goede naam op onderwijsgebied.

De kerk en de regels van de congregatie veranderden. Vanaf 1960 mochten de Dienstmaagden op vakantie, naar eigen kloosters. Palmeria kon zo weer eens terugkeren naar haar geboortegrond.

De Arme Dienstmaagden verzorgden op den duur ook bejaarden en daklozen. Ze boden bovendien een toevluchtsoord voor meisjes die gedwongen in de prostitutie terecht waren gekomen. De mijnsluitingen ontwrichtten in die jaren de Geleense samenleving en veel gezinnen.

In maart 2001 verhuisde zuster Palmeria naar een verzorgingstehuis. Informeren naar haar welzijn leverde steevast hetzelfde antwoord op: „Met mij is ’t altijd goed.” Zuster Hermana gelooft dat ze mede door dat bijna onverwoestbare optimisme zo oud kon worden. „Pas het laatste half jaar werd het anders. Als je toen informeerde hoe het ging, zei ze: ‘Och ja, stilletjes.’”

Paul van der Steen