Zoeken naar dat ene talent dat zo gemakkelijk beweegt

Ajax en Feyenoord hebben hun eigen karakter. Maar in de jeugd zoeken ze naar hetzelfde type speler.

rotterdam feyenoord A1 foto rien zilvold

Zet de D-junioren van Ajax en Feyenoord tegenover elkaar, maar in onherkenbare tenues. Hoe is de juiste clubnaam bij de elftallen te raden? „Moeilijk, misschien dat de Ajax-spelers wat sneller handelen”, zegt Stanley Brard, hoofd jeugdopleiding van Feyenoord. Edmond Claus, technisch coördinator van de jeugdopleiding van Ajax, twijfelt ook. „Ik denk dat de Feyenoorders mentaal wat volwassener zijn, een voorsprong beter over de streep trekken, maar meer dan nuances zullen het niet zijn.”

Hoe anders is het bij de Klassieker, zondag in de Arena, als Ajax en Feyenoord aantreden met vooral voetballers uit de eigen opleiding. Twee elftallen, gevormd door de clubcultuur. „Amsterdam heeft zijn historie van kunst en handel, Rotterdam is de havenstad van werken voor je poen”, zegt Claus. „Dat is terug te zien aan de wensen van de achterban. Hier willen de supporters mooi voetbal zien, in Rotterdam moeten de mouwen opgestroopt.”

„De typische Feyenoord-voetballer heeft karakter, speelt fysiek en heeft een stijl passend bij het verleden. Die zijn meestal gekocht”, weet Martin van Geel, nu technisch directeur van Feyenoord en eerder van Ajax. „Ajax zoekt voor het eerste elftal juist voetballers met techniek, snelheid en souplesse.”

De rivaliteit tussen Ajax en Feyenoord heerst ook bij de jeugdelftallen, die soms felle slagen leveren. Zelden stapte een voetballer over van Amsterdam naar Rotterdam (Evander Sno) of andersom (Richard Knopper). Sportief zijn de opleidingen in evenwicht. Maar Feyenoord domineerde vorig seizoen de landelijke competities en levert meestal meer spelers voor de nationale selecties.

Zo anders van karakter als de eerste elftallen zijn, zo identiek is het type jeugdspeler dat de clubs zoeken. „We willen allebei dat ene natuurtalent dat makkelijk beweegt, een goede techniek heeft en het spelletje ziet. We kijken op jonge leeftijd niet naar fysiek”, zegt Van Geel. Dick de Groot, meer dan dertig jaar jeugdtrainer bij Ajax: „Natuurlijk hebben we het wel eens over het robuustere type gehad. Maar wij geloven meer in voetbalintelligentie, net als Feyenoord.”

Feyenoord speurt met dertig jeugdscouts – exclusief tipgevers – in een straal van vijftig kilometer rond Rotterdam naar talent, Ajax doet dat met tientallen scouts binnen dertig kilometer rond Amsterdam. Waar Ajax zo’n 6 miljoen per jaar uitgeeft aan de jeugdopleiding op De Toekomst, trekt Feyenoord zo’n 3 miljoen euro uit voor de academie op Varkenoord. Beide hebben als doel minimaal twee talenten per seizoen af te leveren voor het eerste elftal.

Dat lijkt weinig, maar voor Ajax en Feyenoord is de opleiding de levensader. Een voetballer van eigen kweek rendeert zowel op het veld als op de transfermarkt beter dan een gekochte speler, zo becijferde trainer Louis van Gaal in zijn tijd bij de club uit Amsterdam. Feyenoord werd de afgelopen seizoenen letterlijk gered door tieners, die uit financiële nood in het eerste elftal debuteerden.

Gebrek aan beweging maken de talenten van nu anders dan die van twintig jaar geleden. Van Geel herinnert zich uit zijn Ajax-tijd dat de club een meer fysieke weg insloeg, met gymnastiek en judo in plaats van baltraining. „Vroeger fietsten we naar school, sprongen over slootjes en dartelden door de weilanden. Nu hebben kinderen volle dagen, minder beweging en komen ze na school in een busje naar de club.”

Claus prijst de huidige vernieuwingsdrang bij Ajax – onder invloed van Johan Cruijff. „We hebben een trackingsysteem dat loopafstand, hartslag en snelheid meet. Zo kunnen we onder meer de belasting van spelers in relatie tot de oefeningen bepalen. Ook doen we in samenwerking met de VU talentherkenningsonderzoeken. De belangrijkste innovatie is de aandacht voor individuele ontwikkeling van spelers.”

Ook Brard spreekt van een meer individuele benadering. „Feyenoord is heel kindvriendelijk. We zijn erg bezig met het bewustwordingsproces van voetballers. Ook de ouders worden daarbij betrokken. We hebben ouderavonden over doelen, motivatie, stress en voeding. Daarnaast hebben we gezorgd dat specialisten als een psycholoog hun vakgebied hebben vertaald naar het voetbal.”

Beide clubs hebben vooral trainers met een verleden in het eerste elftal of de jeugdopleiding van de club. Zo blijft de cultuur behouden, maar navelstaren ligt op de loer, erkent Claus. Beide clubs richten het vizier ook naar buiten. Zo bezocht hij enkele maanden geleden met een Ajax-delegatie het IMG Performance Institute in Florida. Brard was deze week nog te gast bij Bayern München, enkele collega’s van Feyenoord namen een kijkje bij Anderlecht.

Ajax heette jarenlang de beste voetbalschool van Nederland te hebben, Feyenoord werd de afgelopen twee seizoenen gekozen tot academie van het jaar. Maar wat nu de beste is? Brard en Claus noemen hun eigen opleiding „uniek in de wereld”. „Ik snap sowieso niet dat talenten Ajax of Feyenoord verruilen voor een buitenlandse club”, zegt de laatste. „Voor het geld moeten ze het niet willen. Laat ze zich eerst optimaal ontwikkelen. Jonge spelers zijn gebaat bij een veilige, stabiele thuisbasis.”

En hoe goed de jeugdopleiding ook is, talent is niet maakbaar, stelt De Groot. „Tachtig, misschien negentig procent van de kwaliteiten heeft een voetballer van nature. Het gedeelte dat is bij te leren, bestaat uit tactiek, vertrouwen en de slimheid schoppen te ontwijken. Dat maakt het verschil met de absolute top. Maar wie al totaal niet kan zingen, hoeft ook geen zangles te nemen.”