Zo erg is dat ontzamelen niet

Mag een museum ontzamelen – belangrijke stukken verkopen – om te overleven? De leden van de Nederlandse Museumvereniging wil dat MuseumgoudA geroyeerd wordt na de verkoop van topstuk ‘The Schoolboys’ van Marlene Dumas. Gerard Marlet vindt dat men niet zo krampachtig moet doen: als een museum zelf mag beslissen iets te kopen, dan mag het omgekeerde ook.

Het lijkt wel uitverkoop bij de museumbranche. Vorige maand was er ophef over de plannen van het Wereldmuseum in Rotterdam om een deel van zijn collectie van de hand te doen. En in juni blijkt MuseumgoudA het schilderij ‘The Schoolboys’ van Marlene Dumas zomaar te hebben geveild. Dat stuk is in 1988 aangekocht voor 18.000 gulden, en is nu verkocht voor 950.000 pond. Aan een particulier. Om die reden willen de leden van de Museumvereniging het MuseumgoudA royeren. MuseumgoudA had het doek eerst voor een vriendenprijs aan een van hen moeten aanbieden.

Beide incidenten roepen de vraag op of het voor ons land van belang is om collecties in publiek bezit te houden. Dat is inderdaad het geval wanneer de maatschappelijke waarde van een museum afneemt als een stuk wordt verkocht. Als een schilderij in een museum geëxposeerd wordt, waardoor mensen naar het museum komen, of in de buurt van dat museum willen wonen om het schilderij zo vaak mogelijk te kunnen bewonderen, hebben dat schilderij en dat museum een veel hogere maatschappelijke waarde dan uit de opbrengsten aan de kassa blijkt.

Uit ons onderzoek De Schat van de Stad, naar de maatschappelijke waarde van musea, blijkt dat die waarde wel tot tienmaal de opbrengsten uit kaartverkoop kan zijn. Als een museum een populair schilderij verkoopt, waardoor het minder in trek is bij bezoekers, levert dat een belangrijk maatschappelijk verlies op. In dat geval is ontzamelen onverstandig.

Maar die redenering gaat ervan uit dat:1: het verkochte schilderij het museum (potentiële) bezoekers gaat kosten, en:2: de koper het schilderij aan het zicht van het publiek onttrekt.

Als of 1 of 2 niet kloppen is er geen reden meer waarom een museum een deel van de collectie niet zou mogen verkopen. In het geval van Gouda is 2 waar, maar 1 valt zeer te betwijfelen. Het Goudse museum voert zelf als argument aan dat het schilderij niet goed in de collectie past. En bovendien: als er iemand is die kan weten of het verlies van een schilderij het museum bezoekers gaat kosten, is het dat museum zelf wel. Daardoor mag er vanuit worden gegaan dat het museum automatisch handelt in het publieke belang.

In de plannen van het Wereldmuseum is het juist de vraag of de tweede voorwaarde opgaat. Directeur Stanley Bremer van het museum merkte op 10 augustus op in de Volkskrant: „Stel dat ik mijn Afrika-collectie verkoop. Dan kan ik daarbij toch een regeling treffen dat ik de collectie tentoonstel wanneer ik dat wil? Dan blijft de collectie openbaar voor het publiek.”

Als aan een van beide voorwaarden niet is voldaan is er hooguit nog één andere reden te bedenken waarom een verkoop onverstandig zou kunnen zijn. Namelijk als Nederlanders die het museum van Gouda nooit bezoeken en dat ook niet van plan zijn, het toch van belang vinden dat het schilderij in publiek bezit blijft.

Dat roept een belangrijke en vooralsnog onbeantwoorde fundamentele vraag op: Is de ‘bestaanswaarde’ van de Nachtwacht – los van de waarde en het genot die het bekijken ervan oplevert – hoger wanneer het schilderij in publiek bezit is in plaats van in eeuwige bruikleen uit een privécollectie? Is die waarde voor de Nederlander hoger omdat de Nachtwacht in het Rijksmuseum en niet in het Louvre hangt? En omgekeerd: zit er een welvaartseffect aan de recente donatie van een aantal topstukken van de Stichting Elisabeth van Thüringenfonds aan het Frans Hals Museum? De stukken waren immers al geruime tijd in bruikleen.

Vanzelfsprekend is de maatschappelijke waarde van het Rijksmuseum hoger doordat de Nachtwacht daar hangt. Daar levert de Nachtwacht zeker een belangrijke bijdrage aan. Maar daarvoor hoeft die Nachtwacht niet in het bezit te zijn van het museum. Daarvoor kan de Nachtwacht net zo goed in handen zijn van een private belegger, die het schilderij vervolgens uitleent aan het Rijksmuseum.

De vraag is dus wat de extra maatschappelijke waarde is van het in Nederlandse publieke handen hebben en houden van de collectie van de musea. Critici van de handelwijze van MuseumgoudA en de plannen van het Wereldmuseum Rotterdam suggereren het antwoord op deze moeilijke vragen te kennen door zich te bedienen van ronkende termen.

Zo meldde Annette Schmidt, conservator van het Volkenkundig museum in Leiden: „Het is een onvervangbare collectie waarvan de waarde vele malen de prijs overstijgt die je ervoor krijgt.”

En Paul Andriesse, de galeriehouder van Marlene Dumas, scoort gemakkelijk door Oscar Wilde te parafraseren wanneer hij over de directeur van MuseumgoudA zegt: „De Kleijn kent niet de waarde van kunst, alleen de prijs.”

Het is echter volstrekt onduidelijk waarop deze uitspraken zijn gebaseerd. Vrijwel alle waarden van kunst en cultuur zijn juist heel goed in een prijs uit te drukken. Alleen cijfers over de bestaanswaarde van de (collectie van de) Nederlandse musea zijn er op dit moment nog niet. Maar die bestaanswaarde zou heel goed nul kunnen zijn. Trots op het vaderland, gevoel van eigenwaarde, verbindende waarde, educatieve waarde; het zijn allemaal waarden die net zo goed onafhankelijk kunnen zijn van bezit. De Willinks van Scheringa werden net zo goed bewonderd als de Willinks in Boijmans. Voor educatieve doelen is – los van het schoolreisje dat via de bezoekersaantallen al onder de wel te monetariseren maatschappelijke waarden valt – een afbeelding in een boek of op het filmdoek voldoende. Daar voegt publiek bezit verder niets aan toe.

Het wordt dan ook tijd dat musea minder krampachtig doen over het in publiek bezit houden van hun collecties. Er zit een grote asymmetrie in de gedachte dat een museum wel zelf mag beslissen over verder verzamelen, maar uit de club gezet wordt wanneer hij het omgekeerde doet.

Net als geboorte en dood, zijn verzamelen en ontzamelen onlosmakelijk met elkaar verbonden. Als MuseumgoudA dankzij de verkoop van The Schoolboys zijn maatschappelijke waarde weet te verhogen door meer publiek te boeien en te binden, was die verkoop een goed idee. Zeker als die verkoop bijdraagt aan het voortbestaan van dat museum. Beter verkopen dan helemaal dicht.

Dr. Gerard Marlet werkt bij Atlas voor Gemeenten. Hij deed economisch onderzoek naar de waarde van cultuur voor de grote stad.