Wie kent Kevin?

Zag u de billboards met dolgedraaide Feyenoord-supporters? De politie liet de foto’s van de relschoppers ophangen in het centrum van Rotterdam en hoopt nu ze met hulp van het winkelende publiek op te sporen. Zelf heb ik niet de indruk dat het om de zonen van Achmed en Fatima gaat. Meer om die van Henk en Ingrid. Maar dit terzijde. De echt interessante vraag is: wie herkent ze? Jazeker, Henk en Ingrid zullen hun Kevin herkennen. Maar ze bellen niet naar de politie. Hoe zit dat met de toevallige cafébezoeker, die pas geleden Kevin heeft zien biljarten? Herkent hij Kevin?

Hele bataljons advocaten mochten er in de media hun zegje over doen. Hun betoog kwam er meestal op neer dat ooggetuigen voor geen cent te vertrouwen zijn. Want ooggetuigen gaan roepen dat Kevin óók een bank heeft overvallen. Of ze verwisselen Kevin met Brian en dan heeft de arme Brian een probleem. Zeggen de advocaten. In de versie van menige advocaat is het gezichtsvermogen van getuigen zo gemankeerd dat het een wonder mag heten dat Homo sapiens niet eerder het loodje heeft gelegd.

Er zijn tot de verbeelding sprekende tegenvoorbeelden. Zoals dat van de oplettende treinreiziger. Hij herkende op het traject Utrecht-Amsterdam een verdachte wiens signalement jaren eerder in het tv-programma Opsporing Verzocht was getoond. Ik geef toe: het is een nogal beknopt verhaal en je zou willen dat iemand het eens goed had uitgezocht. Maar toch, virtuozen in het herkennen van gezichten bestaan. Al weten we weinig van deze super recognizers af. Ze zijn per definitie dun gezaaid en dat maakt wetenschappelijk onderzoek naar hun talent niet eenvoudig.

De meeste mensen zijn allesbehalve super recognizers en in deze zin hebben de advocaten die tegen de billboards ageren een punt. De Engelse psycholoog Rob Jenkins en zijn Nederlandse collega Xandra van Montfort illustreerden dat onlangs met een paar simpele experimenten. Hun artikel daarover valt na te lezen in het blad Cognition. Ze onderzochten hoe goed gewone mensen presteren bij het herkennen van gezichten waarmee ze niet echt vertrouwd zijn.

Jenkins en Van Montfort verzamelden foto’s van twee Nederlandse actrices (Chantal Janzen en Bridget Maasland): 20 foto’s van de een en 20 foto’s van de ander. De foto’s werden door elkaar gehusseld en aan Engelse proefpersonen voorgeschoteld. Hun taak was om te bepalen hoeveel verschillende vrouwen er in de fotoserie zaten. Veel proefpersonen zagen niet 2, maar 9 verschillende vrouwen in de serie en sommigen meenden er zelfs 14 of 16 te ontwaren.

We laten dus behoorlijke steken vallen als we gezichten die we niet echt goed kennen, moeten koppelen aan de juiste persoon. In het dagelijkse leven merken we van zulke fouten weinig tot niets. Want de nieuwe overbuurman protesteert niet als we hem eerst in de supermarkt en later ook nog eens op het postkantoor over het hoofd zien.

Ondertussen is onze overheid er vast van overtuigd dat je met één foto de typerende kenmerken van gezichten kunt vastleggen. Daarom zijn rijbewijzen, identiteitskaarten en reispassen uitgerust met portretfoto’s. Maar wat de experimenten van Jenkins en Van Montfort duidelijk maken, is dat gezichten behoorlijk van elkaar verschillen, niet alleen tussen mensen, maar ook binnen een en dezelfde persoon. Er schuilt veel waarheid in de alledaagse ervaring dat sommige portretfoto’s ons gezicht beter typeren dan andere. Jenkins en Van Montfort ontwikkelden voor deze representativiteit een soort maat. Aan de hand van die maat toonden ze aan dat de minst lijkende foto’s die zijn waarbij de richtlijnen van ‘de paspoortuitvoeringsregelingen’ in acht werden genomen. Niet lachen? Neutraal kijken? Mond dicht? Het levert voor herkenning en identificatie doorgaans slechte foto’s op.

Er zijn landen waar degene die een reisdocument aanvraagt en daartoe een pasfoto overlegt, ook op de proppen moet komen met de verklaring van een familielid. Het familielid moet plechtig beloven dat de foto een goede weergave is van de persoon. Het zet geen zoden aan de dijk. Want dat familielid kijkt heel anders naar de foto dan de douanebeambte, die zijn blik heen en weer laat gaan tussen de paspoortfoto, de onbekende reiziger aan het loket en de Interpollijst met meest gezochte boeven. De douanebeambte moet het doen met één foto, die vaak atypisch zal zijn. Sommige experts zeggen dat een goede pasfoto de gemorfte versie is van verschillende, waaronder ook lachende foto’s van de persoon. Ze zouden gelijk kunnen hebben. Per slot van rekening stonden de terroristen van 11 september het beveiligingspersoneel op de luchthavens lachend te woord.

Kevin en zijn advocaten hoeven niet bang te zijn. Die cafébezoeker van een paar weken geleden, zal hem niet herkennen. En Brian kan ook rustig gaan slapen. In het Engelse onderzoek werd van Chantal Janzen en Bridget Maasland bijna nooit gezegd dat ze één persoon waren. Waarom zou dat Brian en Kevin wel overkomen?