Vroege indianen joegen al lang vóór 'Clovis' op mastodont

Michael Waters heeft alweer een argument tegen de ‘Clovis-first’-theorie. Waters, hoogleraar archeologie aan de Texas A&M University, gelooft al jaren niet meer dat de jagerscultuur die ‘Clovis’ is gedoopt – naar de vindplaats in New Mexico van de beroemde lancetvormige speerpunten – echt de oudste is van de Nieuwe Wereld. Volgens hem joegen al zeker tweeduizend jaar eerder ándere mensen in Noord-Amerika op (inmiddels uitgestorven) grote slurfdieren, zoals mammoeten en mastodonten.

Samen met tien andere onderzoekers uit de Verenigde Staten en Denemarken maakte hij gisteren in het weekblad Science bekend dat zij een al wat oudere vondst opnieuw hebben gedateerd. Het gaat om de rib van een mastodont, met daarin een pijl- of speerpunt gemaakt van mastodontbot, die is gevonden in de Amerikaanse staat Washington. De rib van het slurfdier bleek na DNA-analyse en een nieuwe, nauwkeurige datering met de radio-koolstofmethode 13.800 jaar oud te zijn. Dat is ruim tweeduizend jaar ouder dan de oudste gevonden Clovispunten (11.500 jaar oud).

Op de bewuste locatie, ten noordwesten van Seattle, is in 1977 een mannelijke mastodont gevonden op de bodem van een vijver. Het beest was kennelijk gesneefd tijdens de jacht; enkele beenderen vertoonden snijsporen. En in één rib stak een benen pijl- of speerpunt. De vondst werd destijds gedateerd als zo’n 14.000 jaar oud, maar die datering is aangevochten door aanhangers van de Clovistheorie.

Volgens deze theorie, die in 1964 werd geformuleerd door de archeoloog C. Vance Haynes, trokken de eerste mensen 13.000 jaar geleden het Amerikaanse continent binnen via een toen bestaande landbrug daar waar nu de Beringstraat ligt. De langwerpige Clovis-punten zouden behoren tot de oudste cultuur op het Amerikaanse continent en gemaakt zijn door nazaten van de eerste kolonisten. Maar dat is niet langer vol te houden. Eerder dit jaar maakte dezelfde Waters bekend dat hij in de bedding van een kreek in Texas duizenden stenen werktuigen had gevonden. Die lagen enkele honderden meters benedenstrooms van de plek waar eerder werktuigen zijn gevonden van de Clovis-cultuur, maar ze zien er anders uit. Na datering bleken de artefacten in ouderdom te variëren van 13.200 tot 15.500 jaar. Dirk Vlasblom

    • Dirk Vlasblom