Vriendelijk bedankt voor m'n nieuwe hart, nieren of longen

Levens redden door organen af te staan, dat gebeurt anoniem. Donadona zoekt contact tussen ontvanger en nabestaanden.

Zeventig mensen hebben zich gemeld bij de stichting Donadona sinds de oprichting begin deze week. Best veel, want het zijn zeldzame mensen. Ze hebben in het recente verleden een nieuw hart gekregen, of nieuwe nieren of longen. Of ze hebben een naaste verloren die hart, nieren of longen doneerde. En ze zijn naar elkaar op zoek.

Er is vraag naar matching tussen nabestaanden van een donor en de ontvanger van het orgaan (de ‘getransplanteerde’), weet Henk Bakker. Hij is mede-oprichter van Donadona. Zelf kreeg hij vijf jaar geleden een nieuw hart. Hij slikte al een paar jaar medicijnen, maar kon op het laatst geen twintig meter meer lopen. Zijn toestand was zo acuut dat hij meteen hoog op de wachtlijst kwam. Acht maanden hoefde hij maar te wachten; de gemiddelde wachttijd is vier jaar.

Elk jaar ondergaan zo’n 480 mensen een transplantatie, van wie 25 een nieuw hart krijgen. „Een geschenk uit de hemel”, zegt Bakker, die de nabestaanden van de donor graag zou bedanken. Maar wie dat zijn, weet hij niet. Zijn nieuwe hart komt uit Duitsland, dát weet hij wel. „Een verpleegkundige versprak zich.” Hij hoopt de familie ooit te ontmoeten.

Intussen probeert Bakker (59) mensen te helpen die dat ook willen. Maar donateurs zijn anoniem. Hoe moet dat dan? Er zijn gegevens, vertelt hij, die zowel nabestaanden als getransplanteerde kennen: datum en uur van overlijden, bloedgroep, het gewicht van het orgaan, de plek van de transplantatie. Zo kunnen mensen worden ‘gematcht’.

De stichting hoopt op honderden aanmeldingen, want ze gaat alleen binnen die kring op zoek naar matches. Bakker waarschuwt voor hoge verwachtingen. „Het kan een schok zijn voor nabestaanden als iemand die ze niet zien zitten het orgaan van hun geliefde blijkt te hebben gekregen.” De stichting wil de kandidaten goed voorbereiden en begeleiden.

Zo’n ontmoeting kan ook troost bieden, zegt Bakker. „Het kan mooi zijn om te weten dat een stukje van je geliefde voortleeft in een ander.” Of pijnlijk omdat je liever had gehad dat je geliefde voortleefde? Bakker: „Ik heb niet de indruk dat de meeste nabestaanden er zo over denken.”

Sinds zaaddonoren niet meer anoniem mogen doneren (2004), is hun aantal drastisch gedaald. De meeste mannen willen niet dat na zestien jaar onbekende kinderen aankloppen. Bakker is niet bang dat mogelijke ontmoetingen met getransplanteerden orgaandonoren afschrikken. „Deze ontmoetingen gebeuren alleen op vrijwillige basis. Als de familie niet geconfronteerd wil worden met de getransplanteerde, of andersom, dan gebeurt het niet.”

Nederland heeft te weinig donoren. Elk jaar sterven er 150 mensen die wachten op een orgaan. Dat moet beter, vindt Bakker. Hij ziet het zo: mensen die in het water springen om iemand te redden, krijgen een lintje. Mensen die een leven redden door een orgaan af te staan, worden nooit bedankt. „Ik zou dat graag doen.”