Villa als gesamt-kunstwerk

In Bergeyk opent dit weekeinde het Studio Job House, een villa waarin naoorlogs modernisme en hedendaagse kunst worden gecombineerd.

Studio Job

TomTom had me al ingelicht: het laatste deel van de reis gaat over een zandpad. Met een beetje schipperen valt er op een droog stuk gras te parkeren en bereik ik, zonder in de modder te stappen, een roestig metalen hek met daarop een mega-groot prikkeldraadmotief.

Als welkomstgeschenk krijg ik een stel plastic sloffen in m’n handen geduwd. Job Smeets is er heel stellig over: „Niemand komt ons huis in zonder schoenbeschermers. Ik moet er niet aan denken dat er modder binnenkomt. Boven ligt heel dure vloerbedekking, speciaal voor ons gemaakt.” Het Studio Job House in Bergeyk is een soort gesamtkunstwerk, waaraan een grote groep ontwerpers en bedrijven medewerking heeft verleend. Het werd geïnitieerd en gerealiseerd door Studio Job, zijnde de ontwerpers Job Smeets (41), Nynke Tynagel (34) en hun tien vaste medewerkers.

Terwijl vader Smeets een kroonluchter van z’n zoon ophangt, en oom Job de pergola poetst, nemen we plaats aan een werktafel in de garage tussen een nieuwe wasmachine en een oude auto.

De villa, in 1958 ontworpen door architect D.L. Sterenberg, een leerling van Gerrit Rietveld, stond vorig jaar te koop. De eigenaar die het huis heeft laten bouwen, was de heer Kruip, directeur van Agio Sigaren. Hij heeft er met zijn gezin meer dan vijftig jaar gewoond. Smeets en Tynagel konden de verleiding niet weerstaan en kochten het huis zonder duidelijke plannen. „We hadden vaag het idee om het als tweede huis te gebruiken, maar achteraf wonen we toch het liefst op één locatie: in ons appartement in Antwerpen. Al was het maar vanwege de katten. Maar dit is zo’n bijzondere plek, we wilden het graag conserveren. Stel je voor, een projectontwikkelaar gooit het misschien tegen de vlakte.”

Bergeyk figureerde in de jaren vijftig als centrum van nieuwe architectuur en vormgeving. Rietveld bouwde er een fabriek voor Weverij De Ploeg, een op socialistische idealen gebaseerde onderneming. De baanbrekende tuinarchitect Mien Ruys ontwierp een park rondom de fabriek en later ook plantsoenen en tuinen in het dorp. Rietveld verrijkte Bergeyk ook nog met enkele woonhuizen, een klok en een bushalte.

De Ploeg betrok in 1958 haar roemrijke vestiging waarna ook andere bedrijven, ontwerpers en kunstenaars het dorp frequenteerden. Jarenlang werden er toonaangevende stoffen geproduceerd, totdat het bedrijf in 2007 zijn deuren moest sluiten. Sindsdien staat het gebouw leeg te wachten op een zinvolle nieuwe invulling, niet ver van het Studio Job House.

Wederopbouw

Het naoorlogs modernisme uit de periode van de wederopbouw interesseert hen, zegt Smeets. „De vormgevingsideeën van voor de oorlog werden voortgezet, maar nu voor het eerst op grote schaal geïndustrialiseerd. Functionaliteit, daar ging het vooral om.”

Smeets en Tynagel zijn serieuze verzamelaars van naoorlogs design uit Nederland. De villa bood de gelegenheid voor een fantastisch totaalproject. „Een goede context voor onze verzameling. We wilden het in ere herstellen en er een centrum van maken waar van alles bij elkaar komt: producten en kunst uit de naoorlogse periode van wederopbouw, maar ook onze eigen ontwerpen en die van anderen uit deze tijd.” Maarten Baas verkoolde de trapleuning, van Piet Hein Eek en Richard Hutten staat meubilair op het terras, Joep van Lieshout leende het grote kunstwerk dat op het gazon staat en Wim Crouwel ontwierp een neon object.

Studio Job heeft diverse bedrijven die ook in de naoorlogse jaren al een rol speelden in het Nederlandse interieur, gevraagd om mee te werken. Het werd al met al wel erg kostbaar, dus hulp was meer dan welkom, zegt Smeets „Al die partijen die ons enthousiasme konden delen, kunnen straks ook van het huis gebruikmaken.” Van Mosa kwamen de vloertegels en de beroemde wandtegels van Kho Liang Ie en Van Besouw produceerde speciaal voor dit project een vloerbedekking uit het verleden. In twee slaapkamers staan de veelgeprezen Auping Auronde-bedden uit de jaren zeventig: in de geschiedkundig juiste kleuren: knaloranje en paars. Het leidt tot een knarsende confrontatie met het okergeel van de dure vloerbedekking.

Het Job House is geen museum en toch ook weer wel. Het is een comfortabel woonhuis en tegelijk een plek waar een tijdsbeeld geschetst wordt: hoofdzakelijk van toen, maar overal geïnfiltreerd door het nu.

De oude auto in de garage is een Ford Taunus GXL V6 uit 1972: Job Smeets: „Dat leek me wel passend voor een directeur in een villa. Maar bovendien was het de auto van Lambik uit Suske en Wiske!” Job heeft er een jaar naar gezocht en poetst hem en passant met z’n mouw een beetje op. Hij is apetrots op een originele tekening van Willy Vandersteen, waarop de Taunus een rol speelt in het album De Bevende Baobab uit 1975. „Dat is toch allemaal prachtig bij elkaar?” En dat er een paar meter verderop in de garage opeens een peperduur stuk staat dat Studio Job speciaal voor EU-raadsvoorzitter Herman van Rompuy heeft gemaakt... Smeets: „Dat is toch lachen? Dat maakt het weer een beetje surreëel.”

Verzamelaars hebben stukken in bruikleen gegeven en ook Smeets en Tynagel missen nu vele lievelingen uit hun dagelijkse omgeving in Antwerpen. „Dat is geen ramp, misschien is dit verzamelthema nu ook wel mooi afgerond. Bovendien denken we na over dematerialiseren, om met minder te gaan leven.”

Het Studio Job House wordt tijdens de Dutch Design Week (22-30 okt) opengesteld voor genodigden en zal daarna op afspraak te bezichtigen zijn. Studio Job Gallery, tel: 0032 3 23 22 515, www.studiojob.nl