Tiende editie Dutch Design Week

Eindhoven staat tot 30 oktober in het teken van design. Overzicht van de mooiste tentoonstellingen en de beste eetplekken.

Waarom zouden we dit weekend naar Eindhoven gaan?

Omdat de tiende editie van de Dutch Design Week (DDW) begint. De hele stad hangt, ligt en staat vol design. Is de designbeurs in Milaan die elk jaar in april wordt gehouden wat te groot, of te ver weg, dan is Eindhoven een uitkomst. De DDW is tot en met volgende week zondag trouwens. Negen dagen lang.

Het begon in 1998 als de Dag van het Ontwerp. Jonge designers van het Vormgeversoverleg Eindhoven eisten aandacht op voor hun werk en stalden hun design uit op straat, gaven workshops en maakten tentoonstellingen. In 2002 werd voor het eerst de Week van het Ontwerp gehouden en dat groeide uit tot de Design Week. De harde cijfers? In 2010 deden 1.500 designers mee, kwamen er 150.000 bezoekers en werd er op 65 locaties werk getoond. Dit jaar doen er 1.800 ontwerpers mee. Kortom, het is het grootste designevenement van Nederland.

We weten wel dat Eindhoven, zoals meerdere Brabantse steden, zichzelf nog te vaak verkoopt met wat binnensmonds gemompel in de trant van ‘je ziet het niet meteen maar als je de weg weet is er een hoop te vinden in de stad’. Maar zo’n opmerking zou valse bescheidenheid zijn tijdens de Dutch Design Week. Het is dé stad waar dé Design Academy zit, en hét design van de komende dagen is wereldwijd tóónaangevend.

Wat moet je zien?

Inderdaad, voldoende reclame voor de stad. Wat zijn de must sees? Allereerst natuurlijk de Graduation Show van de Design Academy in de Witte Dame, een van de vele voormalige Philipsgebouwen in de stad. Daar staat het eindexamenwerk uitgestald van ruim 150 studenten. Verwacht veel trotse ouders, studenten, vrienden en vaak verrassend werk.

Voor het tienjarig jubileum is bovendien de speciale tentoonstelling Spring in het Designhuis gemaakt, gepresenteerd door Premsela, Nederlands instituut voor Design en Mode en DDW. De curator is Miriam van der Lubbe, die er destijds in 1998 al bij was. Op de tentoonstelling drietrapsraketten: bekende ontwerpers als Richard Hutten, Jurgen Bey, Maarten Baas en Monika Mulder (Ikea) tonen eigen werk, werk van designers die hen hebben geïnspireerd en werk van jonge talenten. Tien jaar design met een blik op wat nog komen zal.

Tip 3: het Strijp-terrein. Het fabrieksterrein van Philips is op zichzelf al een ervaring en de tentoonstellingen in het Klokgebouw – juist: het hoge gebouw met de klok – omvatten vier hallen vol design.

En wat als je dan nog niet moe bent?

Er is nog zoveel meer. De tentoonstelling in MU bijvoorbeeld, op de eerste etage van dezelfde Witte Dame. ‘After the Bit Rush’ gaat over design in een post-digitale wereld. Van digitale origami en vallende lichtdruppels tot een op zonlicht werkende snijmachine en een bakfiets met een 3D-scanner.

Vergeet ook Sectie C niet. Dat is nieuw. Het is een broedplaats op het oude bedrijventerrein van Stork en VDL waar ruim vijftig designers hun werk opstellen op totaal zo’n 20.000 vierkante meter. Het gaat zowel om jong talent als gevestigde designers. Van Nacho Carbonell en Rocco Verdult tot Collaboration O.

Op het Strijp-terrein, daar zijn we weer, openen designers Kiki van Eijk en Joost van Bleiswijk hun nieuwe studio op Strijp-T. Als je daar toch bent, ga dan vooral ook langs bij het atelier van Piet Hein Eek, want daar is een overzichtstentoonstelling van ontwerper en beeldhouwer Joep van Lieshout.

De designprijzen, die worden toch ook uitgereikt?

Ja. De Dutch Design Awards, dit jaar in de negende editie, worden vanavond uitgereikt in het Muziekgebouw. Tijdens de show, gepresenteerd door Hadassah de Boer (dochter van juryvoorzitter Hedy d’Ancona, maar dat terzijde), worden in de categorieën Product, Communicatie en Ruimtelijk acht prijzen uitgereikt. De belangrijkste prijs, daar is er dan ook maar eentje van, is de Golden Eye Award.

Hoe komen we op al die verschillende locaties?

Daar is gelukkig aan gedacht, want er zijn Design Rides: speciale taxi’s die je gratis van de ene DDW-locatie naar de andere brengen. De Mini Coopers zijn te herkennen aan een belachelijk groot object bovenop het dak. Er zijn ook fietsen (gratis, wel legitimatie en creditcard meenemen) en er rijden verschillende bussen door de stad, waaronder een bosbus. Als het je trouwens al duizelt aan mogelijkheden: de site www.ddw.nl is uitgebreid en er zijn verschillende plattegronden en routes beschikbaar.

Dan hebben we onderhand honger...

In de stad waar fooddesign een afstudeerrichting is, is zeker aan eten gedacht. Restaurant de Smalle Haven is altijd goed, ook als het geen Dutch Design Week is. De eigenaar, Rob van der Ploeg, zit trouwens achter Sectie C. En daar kun je ook eten. Gewoon in de ‘pop-up versie’ van het restaurant, maar je kunt ook een running diner nemen waarbij het voor-, hoofd- en nagerecht in verschillende ateliers worden opgediend. Of eet een tiengangendiner van fooddesigner Annelies Hermsen in het Designhuis.

Feestjes?

De leukste feestjes zijn die feestjes die je in de loop van de avond in je oor gefluisterd krijgt. DDW geeft zelf een aantal nachtelijke bijeenkomsten – zie de site. Collaboration O viert komende donderdag feest, en Kiki van Eijk en Joost van Bleiswijk houden vrijdag een minifestival met dj’s, slangenmeisjes en de wereldkampioen fluiten. En de in Brabant wereldberoemde kok Amaro van het Ketelhuis op Strijp-S zal vast ook de nodige nachten stukslaan met feestjes. En koken uiteraard.