Serge zou een gelukkig mens zijn nu

Twintig jaar na zijn dood toert Jane Birkin weer met liedjes van haar vroegere geliefde Serge Gainsbourg. Maandag staat ze in Carré. „Alleen ‘Je t’aime… moi non plus’ zal ik nooit meer zingen.”

English-born French actress and singer Jane Birkin holds a blossoming cheery branch during a photo session at a press conference in the Shibuya shopping district in Tokyo on April 6, 2011. Birkin will perform in a charity concert with Japanese artists for survivors on the March 11 earthquake and tsunami late on April 6. AFP PHOTO / TOSHIFUMI KITAMURA AFP

Stralend als een verliefd pubermeisje streelt ze zachtjes de voorplaat van de dit voorjaar verschenen Gainsbourg-box, met alle muziek van de Franse artiest die twintig jaar geleden stierf. „Hij is zo mooi op deze foto”, fluistert ze, wegdromend, vertellend over waar de foto is genomen, ergens in Londen. Dan stopt het praten. Ze glimlacht. De dromerige glimlach van terugdenken aan mooie tijden. Als er een camera in de buurt was, zou hij nu inzoomen. En de stilte lang laten duren, omdat ze zo veelzeggend is.

Jane Birkin (64) is nog altijd verliefd op Serge Gainsbourg, al verliet ze hem ooit omdat er met hem onmogelijk viel samen te leven, een controlfreak met een alcoholprobleem. „Maar hij heeft me ook zoveel gegeven. Al die prachtige muziek, in de eerste plaats. Charlotte [haar dochter] natuurlijk. Maar ook een gigantische diamant enkele dagen voor hij stierf, die ik vast vulgair zou vinden, liet hij weten. Dat was dan zijn manier om voor me te zorgen, ook al woonde ik toen al lang bij iemand anders. En hij ook.” Opnieuw die glimlach.

Kort na zijn dood in 1991 zwoer ze nooit meer een nummer van Gainsbourg te zingen. Maar ze raakte niet van hem los en nu wil ze dat ook niet meer. Opgewonden vertelt ze over nummers die ze oefende voor Serge Gainsbourg & Jane via Japan, de theatertournee waarmee ze maandagavond in Carré in Amsterdam staat. ‘Baby alone in Babylone’ bijvoorbeeld, het nummer dat Serge speciaal voor haar schreef nadat ze hem in 1982 had verlaten. „Natuurlijk is het soms pijnlijk om die nummers te zingen. Maar het is mooie pijn. Alleen ‘Je t’aime… moi non plus’ zal ik nooit meer zingen. Dat moet met Serge, dat kan echt niet met un autre mec...”

Hoe Japans de show wordt, kan ze eigenlijk niet goed verwoorden. Wel weet ze dat het een erg originele bezetting is, met trompet en viool, terwijl ze doorgaans alleen met een pianist op het podium staat.

Veertig jaar geleden was Birkin voor het eerst in Japan, om er samen met Gainsbourg een film te promoten. Ook in Japan was Je t’aime... een gigantische hit geworden, dus Serge zou er ook enkele optredens afwerken. „De Japanners dachten natuurlijk dat hij daar met een geweldige seksbom aan zijn zijde van het vliegtuig zou stappen, maar ik was hoogzwanger van Charlotte. Ze konden me wel rollen. Dat vonden de Japanners geweldig. We kregen er een warme ontvangst, het is een geweldig volk. En ze zeiden: kom toch vooral eens terug als Jane weer slank is. Dat hebben we gedaan.”

Het werd het begin van een liefdesaffaire met Japan. Ook na Gainsbourgs dood is Birkin er geregeld naar toe blijven gaan. „Ik heb veel meer opgetreden in Tokio en Osaka dan in mijn geboortestad Londen of Manchester. Ik heb er denk ik ook meer vrienden.”

De tsunami die het land in maart trof en de nucleaire ramp die daarna dreigde bij de kerncentrale van Fukushima schokten Birkin. Als eerste stond ze aan de Japanse ambassade in Parijs om het rouwregister te ondertekenen. Ze vroeg of ze iets kon betekenen. Twee dagen later zat ze op een vlucht richting Tokio, voor een benefiet. Ook in Parijs gaf ze een benefietconcert, met onder andere Charles Aznavour. En toen een Amerikaanse promotor vroeg of ze niet op tournee wilde, was het antwoord snel gevonden: ja, maar alleen met Japanse muzikanten, en als de opbrengst naar de slachtoffers van de tsunami gaat. Zo geschiedde.

„We denken dat Japan een rijk land is. Dat is het wel, maar er leven ook veel arme mensen. Net zoals er bedelaars zijn in Parijs, zijn er sukkelaars in Japan die onze hulp nodig helpen. Het zijn erg trotse mensen, mooie mensen ook, ze hebben onze steun nodig. Juist omdat het een zogenaamd rijk land is, is iedereen de ramp alweer vergeten. Maar zeker in het noorden weten mensen soms niet hoe ze hun leven opnieuw moeten oppakken. Ik sprak een meisje dat haar hele familie verloor: grootouders, ouders, broertjes en zusjes. Ze kan nergens heen. Ze is niet de enige. Als ik zoiets hoor, wil ik helpen.”

En hoe kan dat beter dan met muziek van Gainsbourg? Twintig jaar na zijn dood lijkt hij internationaal populairder dan ooit. „Dat is ook zo. In Frankrijk was hij natuurlijk onmiddellijk na zijn dood een halfgod, mensen weenden omdat ze een dichter hadden verloren, een estheet. Maar in Engeland wisten ze niets van Serge. De eerste keer dat ik er was na zijn dood kreeg ik de zaal bijna niet gevuld. En de journalisten deden erg vervelend. Show us some leg, Jane! Recorded more dirty songs, Jane? Bleek dat ze alleen de schandaalkant van Serge kenden. Ik heb moeten vechten voor zijn erkenning buiten Frankrijk.”

Maar nu noemen bands als Air en een artiest als Beck Gainsbourg als een grote inspiratiebron. In New York is hij een cultfiguur. Het doet Jane Birkin deugd, die postume erkenning. En ze is er zeker van dat het Serge ook deugd zou doen. „Hij zou een gelukkig mens zijn nu, als hij zou horen wat grote artiesten vertellen over zijn werk. Als hij zou horen dat ‘Melody Nelson’ klinkt alsof het gisteren is opgenomen.”

Blijft ze daarom rondtoeren als een ambassadeur van Gainsbourgs werk? „Dat ook, en anders zit ik toch maar eenzaam te wezen hier in Parijs. Dan sta ik liever op een podium met een show waar ik trots op mag zijn. Waarvan ik weet dat ook Serge er trots op zou zijn.” En daar is weer die stralende lach van het verliefde meisje.