Regenboogmomenten en platte spiralen

Terug naar eerder werk. Het is een groot genoegen te kunnen constateren dat zich tussen nu en vorige week vele regenboogmomenten hebben voorgedaan. Het bevestigt de stelling dat oktober de regenboogmaand bij uitstek is, wat niet betekent dat die stelling juist is.

De fotografische opnamen van de zogenoemde derde en vierde regenboog die vorige week ter sprake kwamen worden uitgebreider behandeld in het komende nummer van Zenit (november). De beschouwing is van de hand van ex-KNMI’er Günther Können die een speciale belangstelling heeft voor regenbogen, halo’s, gepolariseerd licht en andere Minnaert-onderwerpen. Könnens boek Gepolariseerd licht in de natuur is een klassieker.

Können was ook behulpzaam bij het doorplaatsen van de foto die bij het Zenit-artikel staat afgedrukt. Men ziet op het origineel de eerste en tweede regenboog die, zoals vorig week beschreven, ontstaan uit eenmalige en dubbele weerkaatsing van zonlicht in waterdruppels. (Hier rechtsboven is alleen de eerste boog afgedrukt.) Voor de derde en vierde boog moet het licht driemaal of viermaal inwendig reflecteren. Druppels die drie- of viervoudig weerkaatst licht in de richting van de waarnemer kunnen zenden staan heel dicht bij de zon aan de hemel. Ze staan, zoals de druppels voor de eerste en de tweede boog, op een exact te voorspellen boogafstand van de zon en dat men een derde of vierde regenboog heeft gefotografeerd kan alleen bewezen worden door een berekening of opmeting van die boogafstand toe te voegen. (De opnames van extra bogen die verschillende lezers toestuurden, tonen waarschijnlijk allerlei brekingsverschijnselen binnen het lenzenstelsel van de camera.)

In het kielzog van de beschouwing over de vreemde bogen kwamen ook nog even de zwak gekleurde boogjes ter sprake die vandaag beter te zien zijn aan de de onderzijde (de violette kant) van die boog uit Zenit. Vaak worden die voor derde, vierde en hogere regenbogen aangezien, maar het zijn zogenoemde overtallige regenbogen. Supernumerary rainbows. Ze ontstaan door interferentie van licht, dus niet door breking, en worden alleen zichtbaar in een druppelgordijn als de druppels voldoende klein en van uniforme grootte zijn. Of, zoals Können wist aan te tonen, als grote druppels voldoende zijn afgeplat.

Twee weken geleden ging het onder meer over gel fuel of fuel gel, dat is spiritusachtige brandstof die is verdikt met een of andere gelei of andere verdikkingsmiddel, zeg maar: à la de napalm die in Vietnam zo goede dienst bewees. Volgens Wikipedia was in napalm polystyreen het verdikkingsmiddel.

De Nederlandse soldaat te velde werd rond 1968 voorzien van blikjes met een geleiachtige brandstof die sterk naar spiritus rook en de vreemde eigenschap had binnen het gesloten blikje in de loop van een jaar of wat volledig te verdampen en te verdwijnen. Wat het voor goedje was is nog steeds niet duidelijk. Lezer Klaas van der Veen stuurde internetlinks waaruit blijft dat er nog steeds commercieel aanbod is van brandbare pasta’s.

Voor de AW van 24 september was een proefje uit Science nagedaan. Twee vellen Hema-printpapier waren met ei-eiwit dwars op elkaar geplakt en toen waren uit het dubbelvel langs de diagonaal stroken geknipt. Onder het drogen ontstonden daaruit prachtige spiraliserende pijpekrullen die spelenderwijs duidelijk maakten waarom ook de vruchtdeksels van allerlei bonen en erwten gaan spiraliseren als ze opdrogen.

Kort nadat het stukje in druk verschenen was, schoot te binnen dat verzuimd was een controleproef te doen. Misschien ontstonden ook wel pijpekrullen als de vellen recht-toe-recht-aan op elkaar werden geplakt. Het zijn de momenten waarop de publicerende zelfonderzoeker het koude zweet uitbreekt: een heel lezerkorps op het verkeerde been gezet. Gelukkig bleek er niets aan de hand. Bij de controleproef ontstonden ook spiralen, maar platte spiralen zoals horlogeveren.

Op 10 september is wel een kleine fout gemaakt. Het ging over het rendement van de daken met zonnecellen die boven drie perrons van het Utrechtse station worden aangebracht. De cellen meten 15 bij 15 cm en hebben een totaal oppervlak van 785 m2. Dan zijn er dus ruim 34.000 cellen en niet 3.400 cellen. De rest van de berekening klopte, inclusief de conclusie dat de zogenoemde ‘Kiosk’ die op elk perron onder het milieuvriendelijk zonnedak is geïnstalleerd in zijn eentje waarschijnlijk wel eenderde van de door het dak geproduceerde elektriciteit consumeert. Die overtuiging nam later nog wat toe toen bleek dat er niet twee maar vier Toshiba inverters op het dak stonden, dat 35 tl-lampen over het hoofd waren gezien en dat het eetstalletje ook nog is voorzien van een heteluchtgordijn. Het past er allemaal net in.