Postzegels

In deze tijd nooit een stukje met ‘vroeger’ beginnen. Vroeger is de tijd van de mastodonten, de fossielen die nu achter de geraniums zitten, tot ze in een vlaag van verstandsverbijstering achter hun rollator kruipen om weer eens te kijken of ze ons tempo nog een beetje kunnen bijsloffen. Lukt het, opa? De hoogbejaarde kijkt de snotneus een beetje ironisch aan en voor hij het weet heeft dit knaapje een knal voor zijn kanis te pakken. Dit verhaal heeft een historische grondslag. Zo is het ver terug in de vorige eeuw een paar jonge supporters van Excelsior overkomen, toen ze, op weg naar de wedstrijd, terloops een oude man aan het tergen waren. Dat moeten jullie niet doen jongens! Ouwe lul, riepen ze terug. En voor ze het wisten, hadden ze een paar knallen voor hun kanis geïncasseerd. Later beseften ze dat ze Bep van Klaveren, olympisch kampioen boksen, tot mikpunt hadden gekozen.

Zo was ik vorige week zaterdag een beetje aan het dromen terwijl ik over de Nieuwezijds Voorburgwal liep, ergens tussen het Spui en de Dam. Daar werd ik bestormd door herinneringen, aan de Telegraafrellen in 1966, de happenings bij Het Lieverdje, de Maagdenhuisbezetting in 1968, nog veel meer. En toen besefte ik opeens dat ik de postzegelmarkt had bereikt. Dat is een langwerpig, driehoekig pleintje, alleen voor voetgangers. Al heel lang is daar op zaterdag de postzegelmarkt gevestigd. Vroeger (daar heb je het weer) met twee rijen kraampjes en een gewemel, een gedrang van begerige verzamelaars. Nu zag het er een beetje verpieterd uit. Dat kon ook aan het weer liggen.

Ik ben van een generatie waarvoor het verzamelen van postzegels praktisch verplicht was. Ik had een album, Nederland en Koloniën, een ruilboekje waarin je achter repen van cellofaan de postzegels (zegels, zeiden de routineurs) die je dubbel had bewaarde. Diep in mijn hart zag ik er niets in, maar zoals dat kleine jongens kan gebeuren, ik had mijn hart verpand aan een paar luchtvaartpostzegels, in het bijzonder een driehoekige met de afbeelding van een vliegtuigmotor met propeller. Dus werd ik ook een soort verzamelaar. Waar is dat album gebleven? Ergens in de loop der tijden verloren gegaan, zoals zoveel.

Worden er in deze tijd nog postzegels verzameld, vroeg ik me daar op de markt af. Ik heb in deze eeuw nog geen postzegel geplakt, laat staan gekocht. Het postkantoor bij mij om de hoek is al een paar jaar geleden gesloten. Wat ik aan post in de bus krijg is meestal machinaal gefrankeerd. Reclamefolders zijn met een stuk of tien, twintig in een plastic hoes verpakt. Een heel enkele keer komt er iets met een geplakte zegel, met de aanmoediging om iets nuttigs voor de samenleving te doen. Isoleer je huis, maak het KLIMAAT groen. Er is nog geen verzetsgroep die de zegel links onder in plaats van rechts boven plakt. Maar wat zouden ze daarmee ook bereiken? Niemand ziet het.

Na nog een paar van dit soort overdenkingen was ik op de hoek van de Voorburgwal tot de conclusie gekomen dat postzegels verzamelen een stervende liefhebberij is. Wil je in deze tijd laten weten dat je van iemand houdt, hem de hel toewenst, zo vlug mogelijk, dat je veilig waar ook ter wereld bent aangekomen, dan doe je dat met een email. In plaats van een ansicht stuur je een tweet. Hier mooi weer, zon schijnt, zeewater warm, lekker eten. Dat weten ze thuis dan binnen een paar seconden. Een brief of een ansicht deed er op z’n minst drie dagen over. Zo. Ik wist het onderwerp voor dit stukje, ik ging de filatelie voor op sterven na dood verklaren.

Toch, in mijn kantoortje voor alle zekerheid nog even op internet gekeken. Daar ging een andere wereld open. In 1922 is hier het Maandblad voor de Philatelie opgericht, het had in 2006 een oplage van een 33.000 exemplaren. Er is een Koninklijke Bond van Filatelie-verenigingen. Er wordt een scherp onderscheid gemaakt tussen het liefhebberij-verzamelen en het wetenschappelijk verzamelen. En in Wikipedia staat de afbeelding van een mooi schilderij, gemaakt door François Barraud in 1929. De verzamelaar. Daar zit een man aan een tafel met voor zich een groot album en daarop nog een klein album. Met een vergrootglas bekijkt hij een ongetwijfeld zeldzame zegel. Is de roltanding wel gaaf? Achter hem staat een aantrekkelijke jonge vrouw. Ze heeft een arm liefdevol om zijn schouders geslagen. Verzamelt zij ook? Of probeert ze zo intens mogelijk met hem mee te voelen. In ieder geval, ze zijn gelukkig, dankzij de postzegels.

Verder op internet: een groot aantal handelaren, met de verleidelijkste aanbiedingen, een onnoemelijk aantal vakkundig beschreven bijzonderheden, nog meer doortimmerde bijzonderheden over de geschiedenis van de filatelie. Te veel om op te noemen. De filatelie leeft! En ik vond ook een definitie van de postzegel: een klein stukje papier met een bepaalde waarde. Daar valt niets aan toe te voegen.

PS. In mijn vorige stukje heb ik de straatverlichting laten aansteken door twee deskundige heren. Van bevoegde zijde heb ik gehoord dat het per computer gaat.