Pas maar op in die tentjes van je op het plein, straks wordt er achter je rug een deal gesloten

Een losse beweging als Occupy moet oppassen. Of ze ebt weg bij gebrek aan heldere doelstellingen, dus aan succes. Of ze loopt het risico dat hechtere organisaties zich meester maken van het klimaat dat zij schept, meent Hubert Smeets. Anatomie van een revolutie.

Provo's tijdens een happening bij het Amsterdamse Lieverdje op het Spui, 20 maart 1966. Het Lieverdje heefteen oranje sjaal om en staat in de brand, vlugschriften liggen op de grond.;

Het was een dolle boel in Beieren in de winter van 1918/1919, toen het Duitse Keizerrijk de oorlog had verloren. In München rebelleerden serieuze kunstenaars en mesjogge intellectuelen tegen de elite van hun land. Het begon op 8 november 1918 toen de journalist en ‘onafhankelijke socialist’ Kurt Eisner, gesteund door de Arbeiders-, boeren- en soldatenraad in Beieren de Freistaat uitriep.

De Oktoberrevolutie in Rusland was een inspiratiebron. Toch schreef Eisner als eerste daad verkiezingen voor een gewoon parlement uit. Eisner verloor die grandioos. Vijf weken later werd Eisner, op weg naar de installatie van de nieuwe Landdag waar hij zijn ontslag wilde aanbieden, vermoord door een jonge graaf.

Deze escalatie noopte tot actie. De Arbeiders-, boeren- en soldatenraad riep de radenrepubliek uit. Toneelschrijver Ernst Toller werd voorzitter. Vakbroeders als Erich Mühsam en Rainer Maria Rilke hielden hem gezelschap. De club hield het een week uit. Toen kwamen de harde sovjetcommunisten aan boord, was de lol er af en kon de regering in Berlijn de orde herstellen.

Maar die ene week was memorabel. Volkscommissaris voor financiën was een fysiocraat die streed voor de vrije aanmunting van de rijksmark. Minister van Buitenlandse Zaken, dr. Franz Lipp, die altijd een jacquet droeg en een kennis was van paus Benedictus XV, pakte de koe helemaal bij de horens met een telegram aan der Pabst waarin hij de sleutels van de Domkerk opeiste: „Proletariaat Boven Beieren gelukkig verenigd. Vast als hamers aaneengesloten. Liberaal burgerdom als Pruisisch agent volkomen ontwapend. […] Immanuel Kant, Vom ewigen Frieden, 1795. Stelling 2 tot 5”. „Er valt niet meer te twijfelen: Lipp is krankzinnig geworden”, noteerde Toller in Eine Jugend in Deutschland.

Lipp was niet de enige gek. In de wachtkamer van Toller verdrongen ze zich. De ene wilde de weerspannige bureaucraat ontslaan die zijn huwelijk in de weg stond. De andere meldde zich met de eis om alle nare leden uit de kegelclub te arresteren. En dan waren er nog de burgers die kwamen ijveren tegen het eten van gekookte spijzen, warenhuizen en gouden standaard, poreus ondergoed, de seksuele moraal, of het gemis van een eenheidstaal en een uniform kortschrift.

Veertien jaar later was niet alleen de Radenrepubliek maar ook de Weimarrepubliek ter ziele en was München de hoofdstad van een heel andere beweging: die van de nazi’s. En de journalisten? Die stonden erbij en keken er aar. „Ik ben geen man en geen vrouw, ik ben een Duitse democraat”, hoonde Kurt Tucholsky.

Voor de goede orde. Het belangrijkste communicatiemiddel in München bijna een eeuw geleden was de krant en andere bedrukt papier. Radio, televisie en mobiele telefoons bestonden nog niet als massamedium, laat staan sociale fora als Twitter en Facebook. Maar waar doet de kortstondige Radenrepubliek desondanks aan denken? Aan Provo en Studentenbeweging met hun weerzin jegens de elite en dolle alternatieven in de jaren zestig/zeventig, toen krant, radio en televisie de drijvende krachten waren. En ook aan de Occupybeweging met die hele rambam aan nieuwe en sociale multimedia van nu. Provo’s en Occupisten hadden en hebben geen uitgekristalliseerde politieke strategieën en navenante tactieken.

Tot nu toe wordt de open sfeer van de Occupy geroemd. Geen ideologische scherpslijperij, geen partijpolitieke machtsaanspraken, geen ‘usual suspects’ als zogenaamde woordvoerders: heerlijk ongedwongen allemaal en voor elk wat wils.

Maar een losse beweging als Occupy moet wel oppassen. Of ze ebt weg bij gebrek aan heldere doelstellingen en dus aan succes. Waarna er niet veel meer overblijft dan de herinnering aan een spectaculaire oprisping. Of ze loopt het risico dat hechtere organisaties zich meester maken van het klimaat dat zij nu schept.

In de geschiedenis is veel materiaal te vinden. In bijna alle gevallen wordt de voedingsbodem van protestbewegingen gevormd door gefnuikte perspectieven of geschonden verwachtingen onder burgers die zich door het ancien regime genegeerd voelen. Perspectiefloosheid brengt vaak jongeren in stelling. Zie Tunesië, Egypte en Israël. Verelendung leidt tot onvrede bij jong én oud, progressief én conservatief. Lees een reportage over het afgelopen Occupy-weekeinde op de site Nieuw Amsterdamse Peil van de hoofdstedelijke journalistenopleiding (napnieuws.nl).

Is die humuslaag er, dan loopt de beweging meestal een aantal stadia langs. Eerst ongenoegen en onrust. Daarna een uitdijend straatprotest dat vaak door politie en ordetroepen de kop wordt ingedrukt. Valt daarbij een slachtoffer dat de iconische martelaar kan worden, dan slaat de vlam in de pan en krijgt het protest de contouren van een oproer. Escalatie ligt dan op de loer. Hoe harder de autoriteiten erop inhakken, hoe minder de protestanten te verliezen hebben en vastberadener ze kunnen worden.

Let wel: kunnen worden. Want in dit stadium van escalatie komt de politiek om de hoek kijken. Drie varianten dienen zich dan globaal aan.

Ten eerste. Het vage maar reële onbehagen laat zich van straat knuppelen en likt zijn wonden. De voorhoede van het straatprotest analyseert de nederlaag en bereidt zich voor op revanche. Denk aan het jeugdige twitterprotest tegen de uitslag van de parlementsverkiezingen in Moldavië in april 2009. Het gewelddadige protest in Griekenland van nu kan ook een voorbeeld worden.

Ten tweede. Een strakke organisatie ontfermt zich over het protest, articuleert de belangrijkste politieke eisen en gaat de machtsstrijd aan met het establishment, waarbij de straat als voetvolk en/of kanonnenvoer wordt ingezet. Het aantal historische voorbeelden is legio, maar het bekendste is de machtsgreep van Lenin en zijn bolsjewieken tijdens de Oktoberrevolutie van 1917.

Ten derde. Terwijl de straatstenen en traangasgranaten door de lucht vliegen, gaan de informele leiders van het protest en de buigzamere leden van de elite werken aan nieuwe bruggen tussen de boze burgers en het establishment.

Deze laatste variant kan uitmonden in een schijnbare terugtocht van de macht. Terwijl de straat feestviert over een vermeende overwinning, voltrekt zich binnen de gevestigde orde een putsch waarbij personen worden vervangen, maar het systeem zich nog niet gewonnen hoeft te geven. De huidige toestand in Egypte is hiervan een illustratie. Over een langere termijn uitgesmeerd is dit ook gebeurd in Rusland, waar tien jaar na de val van de Sovjet-Unie in 1991 de verticale macht van vroeger weer wonderbaarlijk vitaal bleek te zijn. Continuïteit is hardnekkig.

Maar in dit stadium zijn ook minder cynische subvarianten denkbaar. Als de klassieke partijen hun orde niet met hand en tand verdedigen en zich openstellen voor invloeden van buitenaf, kunnen nieuwe politieke allianties tot wasdom komen. Dit gebeurt meestal in Nederland. Afgelopen decennium heeft de VVD zich rekenschap gegeven van de onvrede onder het electoraat van Pim Fortuyn respectievelijk Geert Wilders en zich aangepast. Of de conservatief-liberalen deze protestbeweging van de zwijgende meerderheid ook zullen kunnen indammen, moet nog blijken. Maar voorlopig is Mark Rutte wel premier. In de jaren zestig/zeventig vervulden D66 en PvdA een vergelijkbare rol. D66 pikte de sprekende minderheden van Provo en Studentenbeweging snel op. De PvdA had eerst een paar fikse verkiezingsnederlagen nodig voordat ze de ernst onderkende. Maar na een periode van ‘schikken en plooien’, zoals de Amerikaans/Nederlandse historicus James Kennedy het noemt, werd Joop den Uyl in 1973 uiteindelijk toch premier.

Zowel de anti-bancaire protestbeweging in haar tentjes voor de beursgebouwen als de klassieke politieke partijen moeten zich deze geschiedenis ter harte nemen. In een democratische maatschappij is machtsvorming meer dan een gepassioneerde meute op straat en ook meer dan politiek putschisme. Schikken en plooien: een beproefde methode die actueel blijft en zo gek nog niet is.

Hubert Smeets is redacteur van NRC Handelsblad.