Oostpools 'Misantroop' sprankelt van humor en spelplezier

De Misantroop van Molière door Toneelgroep Oostpool. Gezien: 20/10. Inl. toneelgroepoostpool.nl ****

Daar staat hij dan, Alceste, niet op zijn gemak tussen de bon vivants. Molière plaatste zijn hoofdpersonage in De Misantroop (1666) dicht bij het hof van Lodewijk XIV, tussen de hielenlikkers en de wannabe’s. Iedereen vleit er in je gezicht maar roddelt achter je rug. Zo niet Alceste. Hij volhardt in volstrekte eerlijkheid. De ijdeltuiten in zijn buurt verdragen die rechtschapenheid maar slecht. Dus belandt hij van ruzie in rechtszaak in vechtpartij.

In Erik Whiens regie bij Toneelgroep Oostpool staat Sanne den Hartogh als Alceste stijfjes tussen zijn lichtzinnige kennissen, zijn rug iets gebogen, de schouders opgetrokken in stugge afkeer. Dragen de aanstellers om hem heen geruite pakken als clowns, Alceste is gestoken in een stemmig, donkerbruin, driedelig kostuum – met das. Een ernstig, dogmatisch man, gevangen in de verkeerde tijd – type Piet Hein Donner.

Alceste is weliswaar een betweterige lastpak, die met geheven vinger de mensheid, én de zaal, steeds maar weer op haar fouten wijst, tegelijk is hij aandoenlijk in de kapitale vergissing die hij zelf begaat: zijn dwaze verliefdheid op Célimène (Alejandra Theus): intrigante, flirt en roddelaarster – de lichtzinnigste van allemaal.

Bij Whiens Misantroop schuilt de humor in de taal. De acteurs laten de barokke zinnen met subtiele ironie gepast pedant de zaal in rollen, waarbij ze zich verwachtingsvol richten tot het publiek; kijk mij eens? Mooi hè? Die speelstijl klopt precies.

Sowieso sprankelt deze voorstelling van het spelplezier. Er zijn hilarische bijrollen, van in het bijzonder Mark Kraan als de ijdele maar onzekere Oronte, en Kirsten Mulder als Arsinoé: bekakt en kuis van buiten, maar onderhuids zinderend van geilheid. De scène waarin zij en Célimène elkaar uiterst beleefd beledigen onder het mom van vleierij, is een taalvirtuoos en komisch hoogtepunt.

Den Hartogh is sterk als de steile mensenhater; stiekem een idealist, ook in de liefde, tegen beter weten in. Hij speelt met schwung de karikaturale kant van zijn rol, maar wist Alceste op de première nog niet echt invoelbaar menselijk te maken.

Theus pakt als Célimène toepasselijk iedereen in, zaal incluis. Zij is koket, charmant en onweerstaanbaar. Ze flirt met het publiek, kirt, zwaait en lacht, en poseert als popzangeres, met opgetrokken rok. Célimène is een verleidster, en zeker niet feilloos, maar toont op het cruciale moment schuldbewustzijn en zelfinzicht. Dat maakt haar menselijker, en uiteindelijk sympathieker dan Alceste.

    • Herien Wensink