Onverschilligheid anderen geeft Donner zijn kans

Maandag stond de advertentie voor een nieuwe vicepresident van de Raad van State in de Staatscourant. Een klucht zonder regie kan nu de schijn van een ordelijke procedure aannemen. Als de gedoodverfde CDA-kandidaat Piet Hein Donner het wordt, dan is dat eerder dankzij in het verleden getoonde kwaliteiten dan in het heden ontplooide politieke activiteiten – en vooral te danken aan onverschilligheid bij andere partijen.

Een verrassing kan de vacature niet zijn. Het pensioen op uiterlijk 1 februari 2012 van de huidige vicepresident, Herman Tjeenk Willink, was sinds zijn aantreden in 1997 bekend. Alleen bij het CDA zijn twee gekwalificeerde kandidaten bekend: Donner en Hirsch Ballin, twee polen van een rond samenwerking met de PVV verdeelde partij. Elders bestaat kennelijk weinig belangstelling voor de Raad als hoeder van de democratische rechtsstaat.

De Raad is zich bewust van het vlottende democratische landschap waarin hij opereert. Dat blijkt uit de net verschenen bundel De Raad van State in Perspectief waarin de Raad toont zich niet boven kritiek verheven te achten. De huidige vicepresident heeft o.m. in zijn jaarlijkse algemene beschouwingen bij het Jaarverslag van de Raad een gouden standaard gezet voor het wegen van ons openbaar bestuur en de parlementaire controle daarop.

De kabinetten-Kok, -Balkenende en -Rutte zijn altijd wat brommerig omgegaan met de analyses van de vicepresident. Zij wilden niet weten van hun schatplichtigheid aan modieuze bedrijfsmatige noties, die zowel de kwaliteit van het overheidswerk als de politieke essentie van het democratisch proces uithollen. De meeste partijen hadden er ook geen boodschap aan; zij zien de Raad als prepensioenweide voor verdienstelijke politici en ambtenaren.

Die geringschatting tekent het verglijdend aanzien van instituties in ons staatsbestel. Van oudsher verdeelden de partijen die de dienst uitmaakten – conservatieven, liberalen en christen-democraten – de belangrijke posten: ministers, commissarissen van de koningin, burgemeesters, Kamervoorzitters, Rekenkamer en Raad van State. Ook na de Tweede Wereldoorlog draaide dit systeem vrolijk door, waarbij de sociaal-democraten gretig aanschoven.

Sinds burgemeestersbenoemingen door een stille lokale opstand uit Haagse handen verdwenen, ‘heeft’ het CDA geen enkele grote stad meer. Dat maakte de partij extra gebrand op andere posten uit de A-categorie. Maar de omloopsnelheid van Kamerleden is steeds hoger. Staatsrecht werd bestuurskunde. Partijen hebben minder juristen en een korter geheugen. De meeste komen niet toe aan loopbaanplanning voor het hoger kader.

De vicepresident van de Raad van State adviseert vooralsnog het staatshoofd bij kabinetsformaties en daarbuiten, maar PvdA noch VVD heeft er kandidaten voor opgelijnd. Tjeenk Willink was de eerste sociaal-democraat die het ambt vervulde. Het CDA en zijn voorgangers leverden 78 van de laatste honderd jaar de vicepresident.

Weer een PvdA’er zou dus best kunnen. Maar Wouter Bos gaf de post tijdens het vorige kabinet al weg aan het CDA: toen VVD-lid Neelie Kroes als eurocommissaris werd herbenoemd, terwijl het CDA meende aanspraak op die post te maken. Als Job Cohen nu had gewild zou Rutte misschien een goed woordje voor hem hebben gedaan.

Maar wat was logischer geweest dan een liberale vicepresident – de eerste sinds 1928? De VVD kon niemand vinden. Waarom anders zo snel het voorzitterschap van de Eerste Kamer van de goed functionerende CDA’er Van der Lindenopgeëist? Om de hamer te overhandigen aan een partijgenoot van wie u de naam wellicht niet te binnen wil schieten. Hint: hij was burgemeester van Apeldoorn.

De laatste weken is hernieuwde drukte ontstaan over de kandidatuur van Donner. De minister van Binnenlandse Zaken zou straks als slager zijn eigen wetgevingsvlees moeten keuren. Het is – los van dit geval – geen al te overtuigend bezwaar. Niemand wordt als staatsraad geboren, ieder lid van de Raad heeft een verleden, de besten groeien in hun rol. Zie de talloze adviezen over voorgenomen wetgeving waarin de Raad van State, ongeacht de politieke verledens van zijn leden, scherp analyseert en aangeeft waar politieke opportuniteit of haast het dreigen te winnen van goede wetgeving. Zoals bij het belangrijke AOW-wetsontwerp.

Juist zijn rol als politieke berendoder van het CDA onttrekt de gerespecteerde ideeënman, staatsraad en minister van Justitie Donner aan het zicht. Als hij na zijn ongelukkige aftreden vanwege de Schipholbrand was teruggegaan naar de Raad van State dan had Donner het vicepresidentschap al op zak.

Donners politiek gedienstige excursie langs Sociale en Binnenlandse Zaken, zijn eenzijdig bestuurlijk fulmineren tegen de openbaarheid van bestuur, zijn weinig principiële en voor de Hoge Raad weinig respectvolle ID-kaartwetje en zijn armpje drukken met de CDA-dissidenten tijdens de formatie tonen een hang naar bestuurlijke machtsuitoefening die voor het werk van de Raad van State geen aanbeveling is.

Partijen buiten de slinkende kring van ‘de grote drie’ zijn tot nu toe terughoudend geweest in het claimen van de Grote posten. Waar blijft de SP-kandidaat? GroenLinks bemachtigde voor Kees Vendrik een zetel in de Rekenkamer. D66 gooit nu wellicht ogen met SER-voorzitter Rinnooy Kan. Als polderwiskundige heeft hij met een blik op de profielschets enig nadeel op de jurist Donner. Zijn voordeel is een hoeveelheid ervaring met bovenpartijdigheid waar Donner van kan dromen.

Het oude bestel staat op kraken. Modernisering, niet verval van de instituties is de opdracht.

marc chavannes

E-mail de auteur (opklaringen@nrc.nl)