Ondernemende universiteit in zwaar weer

De TU Delft maakt haar kennis te gelde. Maar ondanks de ondernemingszin gaat het financieel niet goed. Miljoenen gingen verloren met vastgoed, rijksgeld is niet rechtmatig uitgegeven en integriteit had niet de hoogste aandacht.

Delft, 07-03-2011. Interieur van het verbouwde en aangepaste hoofdgebouw van de TU Delft, nu in gebruik door de faculteit Bouwkunde. Foto Leo Van Velzen NrcHb. Foto Leo van Velzen NrcHb.

Shell krijgt hulp om lastig winbare olie en gas uit de bodem te halen. Met BMW wordt gesleuteld aan ultralichtgewicht autostoelen. Een dochterbedrijfje produceert revolutionaire schoensluitingen.

Op de campus van de Technische Universiteit Delft waart een ondernemende geest. De oudste technische universiteit van het land is druk met het verkopen van knowhow. Kennisvalorisatie heet dat. De TU Delft met 17.000 studenten en 5.000 medewerkers buit octrooien commercieel uit, heeft steeds meer spin-offbedrijfjes, stimuleert ondernemerschap van studenten en personeel en werkt samen met multinationals. Dat wil de regering: universiteiten moeten aansluiten bij de vraag van de markt.

Maar ondanks de ondernemingszin ging het afgelopen jaren financieel niet goed met de TU Delft. Voor 2009 bedroeg het tekort 18,6 miljoen euro, voor 2010 was het tekort 15 miljoen euro. Ter vergelijking: Eindhoven en Twente, de twee andere technische universiteiten, boekten in beide jaren respectievelijk 5 miljoen winst en 11,8 miljoen verlies. De TU Delft verkeert in „financieel zwaar weer” heet het in de jaarrekening over 2010. Personeel wordt ontslagen en de spin-offbedrijfjes blijken vooral geld te kosten. Hoe kon de TU Delft zo in de problemen komen?

Het antwoord komt uit een stapel vertrouwelijke verslagen en managementletters die huisaccountant PwC tussen 2006 en 2011 opstelde: miljoenen gingen verloren met vastgoed en rijksgeld is niet rechtmatig besteed.

De TU Delft heeft veel aandacht voor kennisvalorisatie. Maar de aandacht voor zorgvuldig en zuinig omgaan met de jaarlijkse 300 miljoen euro overheidsgeld schoot er jarenlang bij in. Sinds kort gebeurt dat wel.

„De universiteit wordt commerciëler en dan moet je niet roomser dan de paus willen zijn”, zei Marco Waas in 2007 tegen het blad Intermediair. Waas is decaan van de faculteit werktuigbouwkunde, maritieme techniek en technische materiaalwetenschappen en sinds 2004 ook portefeuillehouder kennisvalorisatie. Waas komt van Unilever, was manager van het deodorantmerk Axe. In Intermediair zei hij dat veel regels en strenge controle op medewerkers die hun kennis vermarkten niet nodig zijn. Dat remt de innovatie maar. Nederland moest sowieso zijn „cultuur van wantrouwen en controle” loslaten.

Waas is de best betaalde decaan van de TU. In 2009 zat hij met 198.000 euro boven de Balkenendenorm (188.000 euro). Maart vorig jaar kwam hij zelf in aanraking met ‘de cultuur van wantrouwen en controle’. Voorzitter van het college van bestuur Dirk Jan van den Berg, een oud-diplomaat, hoorde dat de echtgenote van Waas twee opdrachten van de faculteit van de decaan had gekregen. De bestuursvoorzitter beëindigde de contracten en liet de ondernemingsraad weten dat de kwestie was „afgedaan”, staat in de or-notulen. Waas mocht blijven en universiteitskrant TU Delta kreeg van het college van bestuur een verbod om er over te publiceren. Een jaar later meldde deze krant dat Waas betrokken was bij zes opdrachten voor zijn vrouw, voor driekwart miljoen euro. Van den Berg liet PwC een feitenonderzoek doen.

Uit het vorige week vrijgegeven onderzoeksrapport blijkt dat het niet gaat om zes maar om tien opdrachten aan bedrijven waarvan mevrouw Waas mede-eigenaar was, voor in totaal 815.932 euro. Andere bedrijven kwamen er niet of nauwelijks aan te pas. Afspraken en opdrachten stonden niet altijd op papier. Mevrouw Waas (tot 2.000 euro per dag) dook op daar waar haar man was. Maar het waren doorgaans anderen, vaak zijn ondergeschikten, die voor de opdrachten tekenden. Niet altijd. PwC: „Wij merken op dat de heer Waas ten aanzien van dit project kennelijk wel een rol heeft gespeeld bij de gevoerde gesprekken". En: „De opdracht is formeel verstrekt door de heer Waas."

Bestuursvoorzitter Van den Berg vindt nog steeds niet dat Waas „onjuist” heeft gehandeld. De „situatie” noemt hij wel „onverstandig”.

Dat er niet onjuist is gehandeld, komt omdat er weinig regels zijn die overtreden kunnen worden. Het PwC-rapport: „Een algemeen geldende inkoopprocedure voor aankopen en/of inhuren van derden is (..) niet van toepassing binnen TU Delft. Er gelden geen algemene voorschriften met betrekking tot het aanvragen van meerdere offertes.”

Omdat de TU Delft rijksgeld krijgt, moet de universiteit wel de Europese aanbestedingsregels naleven. Dan gaat het om opdrachten waarvan de waarde hoger is dan 193.000 euro (leveringen en diensten) of 4,8 miljoen euro (werken). Deze regels blijken jarenlang te zijn geschonden. De accountant signaleerde het al in 2006. Drie jaar later concludeerde PwC dat door het niet naleven van deze regels een deel van de rijksbijdrage onrechtmatig besteed was: 112,8 miljoen euro in 2007, 2008 en 2009. PwC onthield in 2007 en 2008 om die reden een goedkeurende verklaring aan de jaarrekening. De accountant informeerde het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, maar dat nam geen maatregelen, blijkt uit de stukken. In 2009 en 2010 werd wel weer een goedkeurende verklaring verstrekt.

Geen gedragscode

De TU Delft had geen gedragscode ter bestrijding van nepotisme of ander niet integer gedrag. Er wordt al vier jaar aan gewerkt. In 2010 waarschuwde accountant KPMG op de gevaren van het ontbreken van zo’n code: „Dit kan leiden tot ongewenst gedrag.” Na de berichten over decaan Waas verscheen twee maanden geleden een code op de website. De ondernemingsraad moet er nog mee instemmen.

Er is wel een ‘Regeling nevenwerkzaamheden’. Maar naleving en toezicht zijn slecht, melden bronnen. De regeling staat toe dat hoogleraren, decanen en leden van het college van bestuur bij een fulltime aanstelling één dag per week mogen bijklussen – onder werktijd dus. Het gaat meestal om adviseurschappen, commissariaten of het uitvoeren van opdrachten. De inkomsten uit de bijverdiensten zijn niet gelimiteerd.

Het aantal medewerkers met een bedrijf is groot, melden bronnen. Ook onder fulltime-medewerkers. Bekend is het verhaal van een hoofddocent die eind jaren negentig via zijn eigen uitzendbureau personeel verhuurde aan de TU Delft. In 2005 waarschuwde de accountant voor „verhoogde frauderisico’s” bij personeel met bijbanen.

Op dit moment ligt de voorzitter van de ondernemingsraad, Dineke Heersma, onder vuur voor zulke feiten. De zaak kwam aan het rollen nadat zij zich in de media kritisch uitliet over de belangenverstrengeling van Waas. Iemand tipte de bestuursvoorzitter dat Heersma zélf belangen verstrengeld zou hebben. Van den Berg laat een feitenonderzoek doen dat hij „met vertrouwen” tegemoet ziet.

Heersma werkt als afdelingssecretaris op de faculteit van Waas. Ze had met een collega een bedrijfje dat onder meer voor de TU Delft congressen organiseert, terwijl de universiteit ook zelf een congresbureau heeft. Ze meldde haar bijbaan niet op de daarvoor bestemde registratieformulieren. Heersma: „Toenmalig rector Jacob Fokkema wist er van. En toen ik in 2008 OR-voorzitter werd, ben ik eruit gestapt.” Fokkema zegt niet te hebben geweten dat het bureau een commerciële activiteit was van Heersma. Fokkema: „Ik vind het verstandig dat deze activiteiten aan banden worden gelegd."

Afkoopregelingen

Slordig personeelsbeleid kost de TU Delft miljoenen, zegt juridisch adviseur Onno Borgeld. Hij staat medewerkers bij die in conflict raken met het college van bestuur. Hij kent vele voorbeelden. Een daarvan gaat over een medewerker die sinds 1988 personeelsadviseur van de faculteit technische natuurwetenschappen was. Borgeld: „Zijn leidinggevende zette hem uit zijn functie en hij werd bij interne sollicitaties telkens afgewezen. Zo liep hij negen jaar rond, hield zichzelf bezig en kreeg doorbetaald. Bij een reorganisatie in 2005 probeerde het college van bestuur hem boventallig te verklaren. Dat leidde tot een rechtszaak en – in 2009 – tot een uitspraak van de Centrale Raad voor Beroep." De universiteit moest de medewerker een schadevergoeding van 200.000 euro betalen. Bovendien draait de TU Delft komende tien jaar, tot zijn pensioen, op voor 70 procent van zijn salaris. Meer medewerkers hebben, volgens bronnen, een ‘no show-optie’. Ze worden doorbetaald, maar hoeven zich niet meer te laten zien.

Aan de andere kant huurde de TU steeds vaker externen in. Een memorandum meldt een verdubbeling: vóór 2006 zo’n 20 miljoen euro per jaar, daarna jaarlijks 40 tot 50 miljoen euro. In 2010 was de inhuur van derden volgens de jaarrekening nog 45,1 miljoen euro. Martin Pander bijvoorbeeld werkt al bijna zeven jaar lang drie dagen per week bij de vastgoeddienst. Hij wordt ingehuurd via zijn bedrijf Pander Consulting. Dat kost een kwart miljoen euro per jaar. Het inhuren had moeten worden aanbesteed, maar dat gebeurde niet. TU Delft zegt het contract te beëindigen.

Fraude en corruptie

De grootste financiële klappen loopt de universiteit op met vastgoed. Daarop leed de universiteit in 2010 volgens het jaarverslag een verlies van 9,1 miljoen euro. De universiteit kondigde in 2002 aan dat het bedrijfsterrein Technopolis een van de belangrijkste science parks van Europa zou worden. Er vestigde zich één extern bedrijf.

Op de campus van 158 hectare staan zestig TU-gebouwen. De vastgoeddienst beheert dit onroerend goed ter waarde van een half miljard euro. PwC maakt elk jaar opmerkingen over het vastgoed. Volgens het jaarverslag van 2010 moest de „beheersing” van vastgoedprojecten worden „aangescherpt”. Waarom? Er was een „verhoogd risico op onrechtmatige uitstroom van middelen.”

Een tweede accountant, KPMG, bestudeerde daarop in juli vorig jaar twee vastgoedprojecten. Het rapport meldt dat bij de vastgoeddienst kans is op fraude en corruptie. In accountantstaal: „De algehele beheersomgeving gericht op het voorkomen van fraude en integriteitsissues is zwak te noemen. Interne controle gericht op fraudepreventie ontbreekt”.

Governanceregels zijn er nauwelijks, en als ze er zijn worden ze niet goed nageleefd, meldt KPMG. Ook hier heerst bij opdrachten willekeur; wordt „de schijn van belangenverstrengeling” gewekt; is er „een risico van zogenaamde kick-back betalingen”; ontbreken schriftelijke contracten; is het integriteitsbeleid „onduidelijk”. „TU Delft loopt als gevolg hiervan mogelijk belangrijke financiële risico’s”, aldus KPMG.

Begin dit jaar bekeek KPMG opnieuw de vastgoeddienst. De conclusie: „Onze indruk is dat de stappen die u heeft ondernomen in opzet nog onvoldoende zekerheid geven (..)”.

De financiële situatie is ook verslechterd door het ministerie van OCW. Dat kortte in 2010 de rijksbijdrage met 25 miljoen euro. Dat was het bedrag dat de TU Delft in 2008 extra kreeg voor een nieuw gebouw voor de faculteit bouwkunde. Het oude pand was afgebrand. De TU Delft zou een „architectonisch icoon” neerzetten. Maar in plaats daarvan werd een gerenoveerd gebouw betrokken. Het ministerie nam daarop de 25 miljoen terug. Sindsdien voeren universiteit en ministerie een juridische strijd. Die kostte de TU Delft al 220.000 euro.

En dan is er het reactorinstituut. De kernreactor wordt mogelijk in 2014 gesloten, meldt het jaarverslag 2010. De Kernenergiewet schrijft sinds 1 april dit jaar voor dat de TU Delft als eigenaar verplicht is geld te reserveren voor de ontmanteling. Dat is nooit gebeurd, blijkt uit interne stukken. De ontmanteling kost 60 miljoen euro.

De universiteit moet nu, voor het eerst in de historie, op grote schaal geld lenen bij het ministerie van Financiën. Voor de reactor zal het ministerie garant staan, voor de vastgoedinvesteringen wordt geleend. Als onderpand krijgt het ministerie onroerend goed.

Naast alle financiële problemen heeft de universiteit ook een mager studierendement – dat mogelijk ook financiële gevolgen heeft. Het percentage studenten dat binnen vier jaar zijn bachelor afrondt is 22 procent. Bij andere universiteiten ligt dat soms wel op 70 procent. Een notitie van het college van bestuur: „Ook Eindhoven en Twente scoren slecht, maar zo erg als in Delft is het nergens. De TU Delft is zich er van bewust dat zij (..) het risico loopt niet de financiering te ontvangen die nodig is om de kwaliteit van het onderwijs op peil te houden.”

Hardwerkende organisatie

Verantwoordelijk is het college van bestuur. Daarin zitten Dirk Jan van den Berg, Paul Rullmann en Karel Luyben. Van den Berg zegt dat veel kwesties dateren van vóór hij kwam. Zijn boodschap is dat zijn college de problemen juist aanpakt. „Dit hoort bij de voortdurende dynamiek binnen een grote organisatie. Een hardwerkende organisatie met positieve mensen.”

Van den Berg wijst op de lopende bezuinigingsoperatie die 45 miljoen euro op jaarbasis moet besparen en zegt dat de beheersing van vastgoed verbeterd is. Hij heeft ook goede hoop dat de 25 miljoen van OCW terugkomt, heeft actie ondernomen om het studierendement te verbeteren en meldt dat het Europees aanbesteden nu goed gaat.

Van den Berg belooft ook meer aandacht voor integriteit: „De samenleving let nu meer op zulke vraagstukken. Daarom heb ik er bij de opening van het academisch jaar over gesproken. Niet omdat hier allemaal criminelen rondlopen, maar om het bij de mensen in hun voorhoofd te krijgen.”

Wat vindt hij van hoogleraren die in de tijd van de baas voor eigen portemonnee mogen werken? Van den Berg begrijpt dat dit vragen oproept, zegt hij. „Ik ga daar naar kijken.”

Rond Van den Berg zelf ontstond in 2010 enige commotie toen bleek dat hij in 2009 boven de Balkenendenorm zat met zijn inkomen van 245.000 euro. Staatssecretaris Halbe Zijlstra (Onderwijs, VVD) vorderde 19.000 euro terug. Van den Berg betaalde dat niet zelf. Het geld kwam uit de universiteitskas, met instemming van de raad van toezicht van de universiteit. In 2010 zat Van den Berg opnieuw boven de norm. „Ik wacht de reacties uit Den Haag af”, zegt hij.

De raad van toezicht stemde ook in met de secundaire arbeidsvoorwaarden van het bestuur: een auto met chauffeur en een maandelijkse vaste onkostenvergoeding van 500 euro voor Dirk Jan van den Berg en Karel Luyben. Voor de in Haarlem wonende Paul Rullmann, vice-president education & operations, betaalt de universiteit sinds 2002 een appartement in Delft. Kosten 10.000 euro per jaar. De raad van toezicht wil niet reageren.

Rector-magnificus Luyben waakt sinds 1 januari 2010 over de wetenschappelijke integriteit. Luyben blijkt niet helder over zijn bijbanen.

Hij was tot mei 2010 aandeelhouder en directeur van beleggingsfirma Buenko NV. Deze functie vermeldde hij niet bij zijn nevenwerkzaamheden op de website van de TU Delft. Het staat ook niet op het overzicht van nevenactiviteiten dat hij medio 2009 aan de raad van toezicht stuurde. Volgens Luyben is het mondeling afgehandeld. „In overleg met de voorzitter van de raad van toezicht [heb ik] vastgesteld dat het directeursschap van een beleggingsfirma niet valt in de categorie nevenwerkzaamheden”.

Luyben is ook president-commissaris van een zakenrelatie van de TU: biotechnologiebedrijf Bird Engineering. Dat huurt laboratoriumruimte van de faculteit technische natuurwetenschappen (TNW), verkoopt onderzoeksmateriaal aan TNW en ontvangt via TU Delft rijkssubsidies.

Toen Luyben tussen 1998 en 2009 decaan was van TNW deed deze faculteit zaken met Bird Engineering, terwijl hij daar president-commissaris was. Volgens Luyben was er „geen privébelang” en dus „geen risico op belangenverstrengeling”.

Luyben is sinds juli 2009 ook aandeelhouder van Bird Engineering. Volgens Luyben heeft hij zijn aandelen echter eind 2009, vóór zijn rectoraat, weer onderhands verkocht, maar moet „de feitelijke transactie nog plaatsvinden”.

Luyben: „Ik denk dat ik het zorgvuldig gedaan heb. In het belang van de BV Nederland, in het belang van Bird Engineering, in het belang van de TU Delft. Wij worden als hoogleraren geacht spin-offbedrijfjes te starten, de kennis van universiteit ten nutte te maken voor de maatschappij, waarde te creëren. Er zijn zinvolle en waardevolle dingen gemaakt, mensen hebben mooie banen er aan overgehouden. Dit is wat we met z’n allen willen.”