Nieuws in Ivoorkust: de president is op tijd

Na de crisis is Ivoorkust aan een nieuwe start begonnen. President Ouattara kondigt bouwplannen en zakendeals aan. Maar er klinkt ook gemor.

A man mixes dye with hot water in Adjame, a neighbourhood of Abidjan, Ivory Coast October 20, 2011. REUTERS/Thierry Gouegnon (IVORY COAST - Tags: BUSINESS TEXTILE SOCIETY EMPLOYMENT) REUTERS

Iedere ochtend tussen zeven en half acht houdt de nieuwe minister zijn telefoon vrij totdat de president hem heeft gebeld om de agenda van de dag door te spreken. Het telefoontje van de president komt altijd, ook op zaterdag, en wee degene die zijn planning niet op orde heeft. Dat was onder ex-president Gbagbo wel anders, zegt de minister. „Die ging ’s avonds pas aan het werk en sliep lang uit.”

Goed nieuws: de files beginnen tegenwoordig al rond zeven uur ’s ochtends. Ivoorkust is weer aan het werk, juichen de kranten die gesponsord worden door de entourage van president Ouattara. De media laten geen gelegenheid voorbij gaan om Ouattara’s ijver te belichten.

Neem het breed uitgemeten incident waarin een belangrijke minister de vergaderzaal niet meer in mocht omdat hij tien minuten te laat kwam – en ná de president arriveerde, die op tijd was. Een president die op tijd komt! Hier haalt dat de krant. Zelfs premier Guillaume Soro maakte er een grap over bij de opening van de ministerraad. „We beginnen zo vroeg dat we ’s avonds te moe zijn om nog uit te gaan. Onze echtgenotes zijn daar erg blij mee.”

Na een slepende crisis is het West-Afrikaanse Ivoorkust aan een nieuwe start begonnen. De korte oorlog in april, tussen milities van Gbagbo en rebellen van president Ouattara, is nog niet vergeten. Gbagbo, die het conflict ontketende met zijn weigering af treden na een verkiezingsnederlaag, is nog niet berecht. Maar in de wandelgangen van de macht heerst triomfantelijk optimisme.

De regering kondigt bouwplannen en zakendeals aan, als een geoliede pr-machine die het merk Ivoorkust weer glans moet geven. Het decennium van economische stagnatie is voorbij, verklaart Gilles Abouet, manager van een marketingbedrijf. „Ouattara heeft meer gedaan in honderd dagen dan Gbagbo in tien jaar.”

Ouattara zet er vaart achter. Het meest zichtbaar zijn de cosmetische veranderingen in Abidjan, een havenstad van vier miljoen inwoners. De gemeente stuurde bulldozers af op honderden winkels die te dicht langs de straatkant stonden en ruimde achterbuurten die nooit gebouwd hadden mogen worden. De gaten in het asfalt zijn gedicht. Straatvegers bezemen het zand van de weg.

Vorige maand werd de eerste steen gelegd van een zeven kilometer lange tolbrug die al sinds 1996 op de tekentafel ligt. Ruim een miljard dollar gaat naar het opknappen van de elektriciteitsvoorziening. Als de regering er ook in slaagt de cacao-industrie beter te laten draaien en corruptie in de sector tegen te gaan, kan ’s werelds grootste cacaoproducent straks rekenen op kwijtschelding van de buitenlandse schuld.

Op de terrassen in de tropisch warme stad klinkt ook gemor. Het is niemand ontgaan dat Franse multinationals vooraan zitten bij de toekenning van contracten. In april zette het leger van het voormalige moederland gevechtshelikopters in die samen met VN-vredestroepen militaire kazernes onder vuur namen en de schuilplaats van het echtpaar Gbagbo beschoten. De hulp had wel een prijskaartje. Het Franse bedrijfsleven drukt de Chinezen uit de markt die door Gbagbo met veel bombarie waren binnengehaald.

Critici van Ouattara hadden niet anders verwacht van de man die zij als een westerse marionet beschouwen. „We zijn weer een Franse kolonie geworden”, schreef een commentator van een pro-Gbagbo krant meesmuilend. Anderen zeggen dat de regering misschien veranderd is, maar ‘het systeem’ niet. Daarmee bedoelen ze de arrogantie van de ambtenaren en de onuitroeibare corruptie. Stond Nigeria jarenlang te boek als een van de meest corrupte landen ter wereld, volgens Transparency International is het in Ivoorkust erger.

De meest gehoorde klacht is dat de vrede nog niet voor veiligheid heeft gezorgd. Volgens de VN-Vluchtelingenorganisatie UNHCR zitten bijna 200.000 Ivorianen die eerder dit jaar hun huis ontvluchtten, nog bij familie of in een kamp in buurland Liberia. Zij durven niet terug.

Iedere dag vindt wel ergens een dodelijke schermutseling plaats, niet alleen in afgelegen boerendorpen, maar ook in de steden, waar jonge, ongedisciplineerde militairen de orde bewaken. Iedere nacht klimmen wel ergens gewapende overvallers over de muur van een villa.

Ousmane, die in een garage auto’s repareert, vond na de gevechten in april een kalasjnikov op straat. Die ligt nu verstopt onder zijn bed. „Ik ben heus niet de enige die een wapen in huis heeft”, zegt hij lachend. „Ik ken iemand die vijf kalasjnikovs heeft. Die dingen zijn geld waard. Ik weet nog niet of ik hem ga verkopen. Ik vind het ook een fijn idee dat ik me kan verdedigen als ik overvallen word.” Weet hij ook hoe hij een kalasjnikov werkt? „Geen idee, maar moeilijk kan het niet zijn, anders zouden er niet zoveel circuleren.”