Na huilbuien stopt 'IJzeren Rita' nu echt

Rita Verdonk was een veel besproken politica. Eerst verdween ze uit Den Haag. En nu trekt ze zich helemaal terug uit de politiek.

Een tijd lang zag het er zo goed uit voor Rita Verdonk.

Ze is drie keer minister geweest. Ze was tweede op de kandidatenlijst van de VVD. Ze kreeg zelfs meer voorkeurstemmen dan Mark Rutte, nummer één op dat moment. Ze werd verkozen tot politicus van het jaar. En ze leidde een nieuwe partij die volgens peilingen in haar hoogtijdagen kon rekenen op 26 zetels.

Die tijden van politieke superlatieven zijn nu voorbij. Maria Cornelia Frederika Verdonk (56) maakte gisteravond in het tv-programma EenVandaag bekend dat ze haar politieke carrière beëindigt. Dat betekent waarschijnlijk ook – de overblijvers beslissen binnenkort – dat haar partij Trots op Nederland ophoudt te bestaan.

De misschien wel meest besproken politica van het afgelopen decennium was onbekend toen ze in 2003 als minister voor Vreemdelingenbeleid het verse anti-immigratiegevoel mocht kanaliseren. Vaak sprak ‘IJzeren Rita’ het voornemen uit de grenzen van de wet op te zoeken. Dat leidde tot het herhaaldelijk vastlopen van haar eigen plannen.

De combinatie van stevige stijl en gevoelige portefeuille zorgden met regelmaat voor kwesties die ze politiek met verve uitventte. Ze wilde de uitgeprocedeerde asielzoekers op straat zetten. Een imam wilde haar hand niet schudden. Persoonlijke informatie over asielzoekers was doorgespeeld aan Congo. En ze stond erop dat op straat slechts nog Nederlands gesproken mocht worden.

Maar vooral was er de zaak-Ayaan Hirsi Ali. In 2006 stelde Verdonk vast dat dit VVD-Kamerlid gelogen had tijdens haar naturalisatieproces. Het hierop volgende eigengereide optreden leverde Verdonk een motie van afkeuring op, die ze overleefde. Ondanks dat viel het kabinet-Balkenende II erover.

Datzelfde jaar verloor ze de strijd om het lijsttrekkerschap met Rutte. Nadat Verdonk bij de verkiezingen zelf meer voorkeurstemmen kreeg – een parlementair unicum – leek ze een coup te beramen. Het duurde nog tot najaar 2007 maar na herhaalde verwijten jegens de partij („onzichtbaar”) moest ze toch weg.

Ze begon Trots op Nederland, liet zichzelf fotograferen achter een stevig roer, wilde als eerste vrouw premier van Nederland worden. Weg met de „Haagse bestuurderselite”, was het doel van de ex-minister.

Maar het zat haar niet mee. Een stroom van weglopers, beledigingen over en weer met voormalige medestanders, rechtszaken, geldgebrek en geruchtmakende uitspraken volgde. En het meest pregnante probleem: de partij bemachtigde vorig jaar geen enkele zetel in de Tweede Kamer.

Bij de gemeenteraadsverkiezingen nog wel: zestig raadsleden in 38 gemeenten. Daarvan zouden er elf zijn opgestapt. „Als de muren konden praten van alle huilbuien die ik de laatste weken heb gehad”, zei ze gisteren over het einde, „dan zouden ze heel veel te vertellen hebben.”