Mondain en toch gewoon

In Crans-Montana wonen en werken veel Nederlanders. Het Zwitserse bergdorp probeert nu meer toeristen te trekken.

Arme Zwitsers. Ze zijn rijker dan goed voor ze is. Sinds beleggers vluchten in de Zwitserse frank, stijgt deze tot ongekende hoogte. De munt staat nu zo hoog dat het voor toeristen wel heel erg duur wordt een Alpje te beklimmen. En dat is een hard gelag aangezien toerisme een van de belangrijkste inkomstenbronnen is van het land. „De vooruitzichten voor het toerisme zijn uitermate onzeker”, zei Klaus Künzli onlangs. En hij kan het weten als voorzitter van GastroSuisse, ’s lands overkoepelende hotel- en restaurantorganisatie.

Toch is er geen kamer te krijgen in hotel Le Crans in het mondaine bergdorp Crans-Montana, waar de prijzen beginnen bij 350 euro en oplopen tot bijna 5.000 euro in het hoogseizoen. (En waar volgens geruchten Prince en Madonna hebben gelogeerd, al wil de chique directrice Paola Masciulli dat bevestigen noch ontkennen). Ook bij restaurant Du Pas de l’Ours (1 ster), waar de beroemde plaatselijke Simmentaler koeien op het menu staan, zit het vol. „Het is hier erg druk”, zegt de ober in het Nederlands. Hij is Brabander, doorliep de hotelschool in Lausanne en loopt hier nu stage.

En hij is allesbehalve de enige Hollander hier in dit Walliser bergdorp, gelegen aan de zuidkant van de bergen waardoor het gezegend is met de meeste zonuren van heel Zwitserland. Heel veel landgenoten hebben hier een tweede huis, er zijn Nederlandse makelaars („Onder het miljoen vind je hier alleen een schuur die nog moet worden opgeknapt”), winkeliers en ook al klinkt Caroline Dechamby’s naam Frans, ze is een onvervalste Utrechtse. Ze schildert vooral zichzelf in Mondriaankleuren, levensgroot, al dan niet omringd door tulpen of koeien, heeft een enorme galerie vol eigen werk in de chique winkelstraat rue du Prado, tussen Prada en Hermès in, en verkoopt zich helemaal suf aan de rijken der aarde, van oliesjeiks tot de prins van Monaco.

Waarom zoveel Nederlanders het dorp in hun hart hebben gesloten, weet niemand te vertellen. Ook kok Niels Minkman (29) heeft er geen antwoord op. Alleen dat hij hier al van kinds af aan komt tijdens vakanties en dat zijn familie hem vier jaar geleden attendeerde op een alleraardigst hotelletje dat te koop stond, hotel Panorama. Hij had toen al besloten (na gewerkt te hebben bij onder andere driesterrenkok Cees Helder in Rotterdam) voor zichzelf te beginnen en was op zoek naar een goede stek. Als zoon van een horecafamilie (zijn ouders runden wegrestaurant De Goudreinet aan de A15) zit het in zijn bloed. Samen met zijn Janneke (27) kocht hij het meteen, ging twee maanden later open, en kreeg na drie jaar al een Michelinster.

Hotel Panorama is klein, typisch droogboekettengezellig, en niet duur. Ook het restaurant ademt een vaderlandse doe-maar-gewoonsfeer. Misschien dat het daarom zo’n aantrekkingskracht heeft op de beau monde? Roger Moore („I like blonde Dutch girls”, en niemand is blonder dan Janneke) is hier vaste gast, voetbalbestuurder Sepp Blatter – die in de regio is geboren – hangt er vaak aan de bar en Herman den Blijker bakt hier traditiegetrouw elke oudejaarsavond pannenkoeken op het terras. Janneke: „Dan komt de hele Nederlandse kliek. Oergezellig.”

Geheim

Is die gezelligheid dan misschien het geheim van Crans-Montana? De combinatie van mondain en gewoon? Hier geen nouveau riche à la Gstaad of St. Moritz, nauwelijks Russen, maar een publiek dat ook daadwerkelijk ’s winters skiet en zomers wandelt, in plaats van alleen shopt en kaviaar verorbert. Voordeel is ook dat er zo veel te wandelen valt.

’s Winters zitten de bergdorpen allemaal wel vol met wintersportliefhebbers, maar dat het er ’s zomers ook leuk kan zijn, is nog niet zo doorgedrongen tot het grote publiek. Vandaar dat de gemeenten over elkaar heen buitelen met allerhande zomeractiviteiten als concerten en festivals (Gstaad’s Menuhin Festival is het bekendste voorbeeld, terwijl Verbier momenteel zelfs een nieuwe concerthal bouwt voor het jaarlijkse Verbier Festival dat gestoeld is op het muziekfestival van het Amerikaanse wintersportoord Aspen, dat ooit met eenzelfde zomerrecessie kampte), sportevenementen en wat al niet.

In Crans-Montana gaat men zelfs zover elke zomer een alpenstrand aan te leggen, met ingevlogen palmbomen en dikke lagen zand op het dorpsplein, opdat de toerist daar een Zwitsers equivalent van een dagje Zandvoort aan Zee kan beleven. Er worden autorally’s georganiseerd, korenfestivals, paardenrennen, en ook wijnen worden ingezet als promotiedoeleinden, want haast niemand weet dat Zwitserland een aardige wijncultuur heeft, met zeer verdienstelijke cuvée’s. De grond is mineraalrijk, zon is er in overvloed, dus niet raar opkijken als je ineens uitgestrekte wijngaarden tegenkomt rond Crans-Montana.

Okay, het ontbreekt ze aan mooie kastelen en eeuwenoude landhuizen, maar het is toch aangenaam dronken worden in de vele proeflokalen waar knoestige boerenzonen met opvallende elegantie het bouquet van een Cornalin of een Petite Arvine aanprijzen, deze over de tong laten rollen, tegen het licht houden en trots vertellen hoe hun grootvaders ooit de eerste wijnrank hebben geplant. Of enthousiast vertellen hoe de Johannisberg zo mooi partij geeft aan een stukje Bergkäse of viande sechée. Helpen plukken en oogsten kan natuurlijk ook. Menig toerist heeft op die manier al een goedkope vakantie weten te ritselen.

En waar ’s winters wordt gelanglauft, blijkt in de zomer een door de beroemde Severiano Ballesteros aangelegd golfterrein te liggen, een van de vele in en rond het dorp (er is er ook een van die andere golfheld, Jack Nicklaus), met als hoogtepunt de European Masters die er jaarlijks in september wordt gehouden, een van de belangrijkste Europese golftoernooien.

Maar misschien wel het meest opvallend is dat moderne Zwitserse bergdorpjes er niet meer uitzien als die typische Zwitserse bergdorpjes van weleer, met pittoreske chaletjes, louter kaasfondue op het menu en door een tikje inteelt ietwat vervormde bergfamilies die met kniekousen, kuitbroeken en wandelstok ’s zondags met hoedje op ter kerke gaan.

De gastvrouw van het op ruim tweeduizend meter hoogte gelegen Chetzeron is slank, elegant en is gekleed in een chique japon met mintgroene hoed. Ze is import Thais, getrouwd met een plaatselijke man die op deze onherbergzame plek een bloedstrak, architectonisch hypermodern berghotel annex restaurant heeft gebouwd. De Belgische chef Thierry Verdonck stelt als amuse de Caviar d’Esturgeon d’Élevage Alpin voor. Een toefje kaviaar dus. En op een berg verderop, in Mollens, ontwierp een jonge Zwitserse architect een juweel van een strak betonnen gebouw met restaurant en loungebar en free Wifi (Le Relais de Colombire), waar jong en trendy publiek wedijvert met wandelaars van de oude stempel, dus bergschoenen broederlijk naast pumps van Christian Louboutin. Alles onder het toeziend oog van een wolf die onlangs nog de buurt onveilig maakte, vervolgens is afgeschoten en uiteindelijk door de uitbater is opgezet als hip interieuraccessoire.

De burgemeester van Verbier zag de zomeropbrengsten van zijn dorp de laatste vijf jaar met twaalf miljoen franken stijgen, dankzij alle georganiseerde festiviteiten en moderniseringen van de voorzieningen. In Gstaad is alleen het Menuhinfestival jaarlijks al goed voor vijf miljoen aan extra inkomsten. Crans-Montana heeft nog geen cijfers paraat, omdat het nog niet zo lang bezig is met het zomeroffensief.

Hotel-Restaurant Panorama hotelrestaurantpanorama.ch Hotel Le Crans in Crans-Montana lecrans.com Over bergdorp Crans-Montana crans-montana.ch Hotel-restaurant Chetzeron: chetzeron.ch